Home / Acts & Regulations / Solvency II Guidelines / Gewijzigde richtsnoeren voor de waardering van technische voorzieningen

Gewijzigde richtsnoeren voor de waardering van technische voorzieningen

Download PDF

Gewijzigde richtsnoeren voor de waardering van technische voorzieningen

NIEUW: Richtsnoer 0 – Proportionaliteit

  1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen de Richtsnoeren voor de waardering van technische voorzieningen toe te passen op een wijze die in verhouding staat tot de aard, schaal en complexiteit van de risico’s die verbonden zijn aan hun bedrijfsactiviteiten. Dit mag er niet toe leiden dat de waarde van de technische voorzieningen materieel afwijkt van het huidige bedrag dat verzekerings-en herverzekeringsondernemingen zouden moeten betalen als zij hun verzekerings-en herverzekeringsverplichtingen met onmiddellijke ingang op een andere verzekerings-of herverzekeringsonderneming zouden overdragen.

NIEUW: Richtsnoer 24a – MATERIALITEIT BIJ DE VASTSTELLING VAN AANNAMEs

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten aannames vaststellen en deskundige beoordeling gebruiken, in het bijzonder rekening houdend met de materialiteit van de impact van het gebruik van aannames met betrekking tot de volgende richtsnoeren over de vaststelling van aannames en deskundige beoordeling.
    1. Bij het bepalen van de materialiteit dienen verzekerings-en herverzekeringsondernemingen rekening te houden met zowel de kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren, evenals met binaire gebeurtenissen, extreme gebeurtenissen en gebeurtenissen die niet voorkomen in historische gegevens. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dienen de in aanmerking genomen indicatoren in hun totaliteit te evalueren.
    • NIEUW: Richtsnoer 24b Governance van de vaststelling van aannames
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen ervoor te zorgen dat de vaststelling van alle aannamesen met name het gebruik van deskundige beoordeling volgens een gevalideerd en gedocumenteerd proces verlopen.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten ervoor zorgen dat de aannames consistent doorheen de tijd en doorheen de verzekerings-of herverzekeringsonderneming worden ontwikkeld en gebruikt en dat ze geschikt zijn voor het beoogde doel.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen de aannames afhankelijk van hun materialiteit op het gepaste managementniveau te laten goedkeuren, voor de meest materiële aannamestot en met het niveau van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan.
    • NIEUW: Richtsnoer 24c Communicatie en onzekerheid bij de vaststelling van aannames
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten ervoor zorgen dat bij de processen voor aannames, en met name voor het gebruik van deskundige beoordeling bij het bepalen van dergelijke aannames, getracht wordt het risico op misverstanden of miscommunicatie tussen verschillende functies in verband met dergelijke aannameste beperken.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten zorgen voor een formeel en gedocumenteerd feedbackproces tussen de verstrekkers en gebruikers van materiele deskundige beoordeling en de daaruit voortvloeiende aannames.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen te zorgen voor transparantie met betrekking tot de onzekerheid van de aannamesen de bijbehorende variatie in de definitieve resultaten.
    • NIEUW: Richtsnoer 24d Documentatie van de vaststelling van aannames
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten het proces voor de vaststelling van aannames, en met name het gebruik van deskundige beoordeling, op een dusdanige manier documenteren dat het proces transparant is.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen in de documentatie de resulterende aannames en hun materialiteit, de betrokken deskundigen, het voorgenomen gebruik en de geldigheidsduur op te nemen.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten de achterliggende redenen voor de opinie toevoegen, waaronder de gebruikte informatiebronnen, en wel op een zodanig gedetailleerde wijze dat de aannames, het proces en de criteria voor de selectie van de aannames en het terzijde schuiven van de overige alternatieven transparant zijn.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten ervoor zorgen dat gebruikers van materiële aannamesduidelijke en uitvoerige schriftelijke informatie over deze aannames krijgen.
    • NIEUW: Richtsnoer 24e Validering van de vaststelling van aannames
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen ervoor te zorgen dat het proces voor de selectie van de aannamesen het gebruik van deskundige beoordeling wordt gevalideerd.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten ervoor zorgen dat het proces en de instrumenten voor het valideren van de aannames en met name het gebruik van deskundige beoordeling worden gedocumenteerd.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten de wijzigingen van materiële aannamesten gevolge van nieuwe informatie bijhouden en deze wijzigingen, alsook de afwijkingen van materiële aannamesten opzicht van realisaties, analyseren en toelichten.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen, indien haalbaar en passend, valideringsinstrumenten zoals stress- of gevoeligheidstests te gebruiken.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen de gekozen aannameste evalueren op basis van onafhankelijke interne of externe expertise.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten omstandigheden detecteren waarin de aannames als onjuist zouden worden beschouwd.

GEWIJZIGD: Richtsnoer 25 – MODELLERING VAN BIOMETRISCHE RISICOFACTOREN

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten nagaan of een deterministische of stochastische aanpak vereist is om de onzekerheid van biometrische risicofactoren te modelleren.
    1. Bij de beoordeling van de proportionaliteit van een methode die verwachte toekomstige veranderingen in biometrische risicofactoren buiten beschouwing laat, en met name bij de beoordeling van de fout die door die methode in het resultaat wordt ingevoerd, moeten verzekerings-en herverzekeringsondernemingen rekening houden met de duur van de verplichtingen.
    1. Bij de beoordeling van de evenredigheid van een methode die uitgaat van de veronderstelling dat biometrische risicofactoren onafhankelijk zijn van alle andere variabelen, moeten verzekerings-en herverzekeringsondernemingen ervoor zorgen dat de specifieke kenmerken van de risicofactoren in aanmerking worden genomen. Te dien einde moet de beoordeling van de mate van correlatie worden gebaseerd op historische gegevens en deskundige beoordeling.

NIEUW: Richtsnoer 28A – KOSTEN VOOR INVESTERINGSBEHEER

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen in de beste schatting administratieen bedrijfsuitgaven op te nemen in verband met de investeringen die nodig zijn voor de uitvoering van verzekerings-en herverzekeringsovereenkomsten.
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten de investeringen in het bijzonder in aanmerking nemen bij producten waarvoor in de voorwaarden uit de overeenkomst of in

de regelgeving wordt vereist dat de investeringen in verband daarmee worden vastgesteld (bv. de meeste aan fracties en indexen gekoppelde producten, producten die in afgezonderde fondsen worden beheerd en producten waarop een matchingopslag wordt toegepast).

    1. Voor andere producten moeten verzekerings-en herverzekeringsondernemingen de beoordeling baseren op de kenmerken van de overeenkomsten.
    1. Ter vereenvoudiging kunnen verzekerings-en herverzekeringsondernemingen ook alle kosten voor investeringsbeheer in aanmerking nemen.
    1. De kosten voor investeringsbeheer die de fondsbeheerder terugbetaalt aan de onderneming moeten in aanmerking worden genomen als overige inkomende kasstromen. Indien deze terugbetalingen worden gedeeld met de verzekeringnemers of andere derden, moeten de overeenkomstige uitgaande kasstromen ook in aanmerking worden genomen.

GEWIJZIGD: Richtsnoer 30 – VERDELING VAN DE KOSTEN

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten de kosten op realistische en objectieve wijze toerekenen en inschatten, en de toerekening van deze kosten baseren op hun bedrijfsstrategieën op lange termijn, op recente analyses van de bedrijfsactiviteiten, op de vaststelling van passende kostenbepalende factoren en op relevante ratio’s voor de kostenverdeling.
    1. Onverminderd de evenredigheidsbeoordeling en de eerste alinea van dit richtsnoer moeten verzekerings-en herverzekeringsondernemingen voor de toerekening van de algemene kosten in de loop van de tijd het gebruik van de in technische bijlage I uiteengezette vereenvoudiging in overweging nemen, wanneer aan onderstaande voorwaarden is voldaan:
    • de onderneming voert jaarlijks verlengbare activiteiten uit;
    • de verlengingen moeten overeenkomstig de grenzen van de verzekeringsovereenkomst als nieuwe activiteiten gelden;
    • de vorderingen komen gedurende de dekkingsperiode gelijkmatig voor.

GEWIJZIGD: Richtsnoer 33 – WIJZIGINGEN IN DE KOSTEN

  1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten ervoor zorgen dat de aannames met betrekking tot de kostenontwikkeling in de tijd, met inbegrip van toekomstige kosten in verband met verbintenissen die zijn aangegaan op of vóór de waarderingsdatum, adequaat

zijn en rekening houden met de aard van de betreffende kosten. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen een vergoeding voor inflatie vrij te maken die consistent is met de gemaakte economische aannames en met de afhankelijkheid van kosten van andere kasstromen van de overeenkomst.

NIEUW: Richtsnoer 37a – DYNAMISCH GEDRAG VAN DE VERZEKERINGNEMER

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen hun aannamesomtrent percentages van uitoefening van de betrokken opties te baseren op:
    • statistisch en empirisch bewijsmateriaal, wanneer dit representatief is voor toekomstig gedrag, en
    • deskundige beoordeling op basis van een gedegen argumentatie en gestaafd door duidelijke documentatie.
    1. Het ontbreken van gegevens met betrekking tot extreme scenario’s mag op zichzelf niet als reden worden beschouwd om de modellering van dynamisch gedrag van de verzekeringnemer en/of interactie met toekomstige beheeractiviteiten te vermijden.

NIEUW: Richtsnoer 37B – BIDIRECTIONELE AANNAMES

    1. Bij het vaststellen van aannames over dynamisch gedrag van de verzekeringnemer dienen verzekerings-en herverzekeringsondernemingen er rekening mee te houden dat de afhankelijkheid van de triggergebeurtenis en het uitoefeningspercentage van de optie doorgaans bidirectioneel is, d.w.z. dat zowel een stijging als een daling in overweging dient te worden genomen naargelang de richting van de triggergebeurtenis.
    • NIEUW: Richtsnoer 37C Mogelijkheid om aanvullende of andere premies te betalen
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen alle relevante contractuele opties te modelleren bij het inschatten van de kasstromen, met inbegrip van de mogelijkheid om aanvullende premies te betalen of om de hoogte van de te betalen premies die binnen de contractgrenzen vallen te variëren.

NIEUW: Richtsnoer 40A – UITGEBREID BEHEERPLAN

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen moeten ervoor zorgen dat het uitgebreide plan voor toekomstige beheeractiviteiten dat is goedgekeurd door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan de vorm aanneemt van:
    • één document met daarin alle aannamesin verband met toekomstige beheeractiviteiten die worden gebruikt voor de berekening van de beste schatting, of
  • een reeks documenten, vergezeld van een overzicht, waarin een volledig beeld wordt geboden van alle aannamesin verband met toekomstige beheeractiviteiten die worden gebruikt voor de berekening van de beste schatting.

NIEUW: Richtsnoer 40b – Overweging van nieuwe activiteiten bij het vaststellen van toekomstige beheeractiviteiten

  1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen de impact van nieuwe activiteiten in overweging te nemen bij het vaststellen van toekomstige beheeractiviteiten, evenals de gevolgen voor andere aannames die daarmee verband houden. Het feit dat de reeks in te schatten kasstromen die op grond van artikel 18 van de gedelegeerde verordening betreffende contractgrenzen moeten worden ingeschat beperkt is, mag er niet toe leiden dat verzekerings-en herverzekeringsondernemingen ervan uitgaan dat aannames uitsluitend op deze ingeschatte reeks kasstromen stoelen zonder dat nieuwe activiteiten hier invloed op hebben. Dit geldt voornamelijk voor aannamesover de toerekening van risicovolle activa, het beheer van het looptijdverschil of de toepassing van winstdelingsmechanismen.

NIEUW: Richtsnoer 53A – GEBRUIK VAN STOCHASTISCHE WAARDERING

    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen stochastische modellen te gebruiken voor de waardering van technische voorzieningen van overeenkomsten waarbij de kasstromen afhankelijk zijn van toekomstige gebeurtenissen en ontwikkelingen, met name die met materiële opties en garanties.
    1. Wanneer verzekerings-en herverzekeringsondernemingen nagaan of stochastische modellen nodig zijn om de waarde van opties en garanties naar behoren te vatten, moeten zij in het bijzonder maar niet uitsluitend rekening houden met:
    1. alle winstdelingsmechanismen waarbij de toekomstige uitkeringen afhankelijk zijn van de opbrengst van de activa;
    1. financiële garanties (bv. technische tarieven, zelfs zonder winstdelingsmechanisme), voornamelijk maar niet uitsluitend in combinatie met opties (bv. afkoopclausules) waarvan de dynamische modellering de huidige waarde van kasstromen in bepaalde scenario’s zou verhogen.

NIEUW: Richtsnoer 57A – Marktrisicofactoren die nodig zijn om gepaste resultaten te behalen

    1. Wanneer zij nagaan of alle relevante risicofactoren in het kader van de bepalingen van artikel 22, lid 3, en artikel 34, lid 5, van de gedelegeerde verordening zijn gemodelleerd, moeten verzekerings-en herverzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat hun model een goede weergave van de volatiliteit van hun activa vormt en dat de voornaamste redenen voor volatiliteit naar behoren worden weergegeven (bv. spreads en debiteurenrisico).
    1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dienen in het bijzonder modellen te gebruiken waarmee negatieve rentevoeten kunnen worden gemodelleerd.

GEWIJZIGD: Richtsnoer 77 – Aannames gebruikt voor de berekening van de EPIFP

    1. Voor de berekening van de technische voorzieningen zonder risicomarge onder de aanname dat de premies in verband met bestaande verzekerings-en herverzekeringsovereenkomsten waarvan verwacht wordt dat ze in de toekomst worden ontvangen, niet worden ontvangen, moeten verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dezelfde actuariële methode toepassen die wordt gebruikt voor de berekening van de technische voorzieningen zonder risicomarge overeenkomstig artikel 77 van de Solvabiliteit II-richtlijn, met de volgende gewijzigde aannames:
    • polissen moet worden behandeld alsof ze nog steeds van kracht zijn in plaats van als afgekocht te worden beschouwd;
    • ongeacht de wettelijke of contractuele bepalingen die van toepassing zijn op de overeenkomst, dient de berekening geen sancties, verlagingen of enige andere vorm van aanpassing van de theoretische actuariële waardering van technische voorzieningen zonder een berekende risicomarge te bevatten alsof de polis nog steeds van kracht is.
    1. Alle andere aannames(bv. mortaliteit, verval of kosten) moeten ongewijzigd blijven. Dit betekent dat verzekerings-en herverzekeringsondernemingen dezelfde prognosehorizon, toekomstige beheeractiviteiten en uitoefeningspercentages van verzekeringnemeropties moeten toepassen als bij de berekening van de beste schatting, zonder deze aan te passen om in aanmerking wordt genomen dat toekomstige premies niet worden ontvangen. Zelfs wanneer alle aannames over de kosten gelijk blijven, kan de hoogte van sommige kosten (bv. verwervingskosten of kosten voor investeringsbeheer) indirect worden beïnvloed.

NIEUW: Richtsnoer 77a – ALTERNATIEVE METHODE VOOR HET BEREKENEN VAN DE EPIFP

  1. Verzekerings-en herverzekeringsondernemingen kunnen de EPIFP deel laten uitmaken van de huidige waarde van toekomstige winsten in verband met toekomstige premies, indien het resultaat niet wezenlijk afwijkt van de waarde die zou zijn voortgekomen uit de in richtsnoer 77 beschreven waardering. Deze methode kan met gebruik van een formule worden uitgevoerd.

Regels inzake naleving en rapportage

    1. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van die verordening moeten de bevoegde autoriteiten en ondernemingen zich tot het uiterste inspannen om aan de richtsnoeren en aanbevelingen te voldoen.
    1. Bevoegde autoriteiten die aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn deze op te volgen, moeten deze op een passende manier integreren in hun regelgevings-of toezichtskader.
    1. Bevoegde autoriteiten moeten binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies aan Eiopa bevestigen of zij voldoen of voornemens zijn te voldoen aan deze richtsnoeren. Indien zij er niet aan voldoen of niet voornemens zijn eraan te voldoen, moeten zij de Autoriteit daarvan in kennis stellen, met opgave van de redenen.
    1. Bij uitblijven van een antwoord binnen deze termijn worden de bevoegde autoriteiten geacht niet te voldoen aan de rapportageverplichting en als zodanig gemeld.

Slotbepaling inzake herziening

  1. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.