RICHTSNOEREN INZAKE DE PEPP- TOEZICHTRAPPORTAGE
Download PDFRICHTSNOEREN INZAKE DE PEPP-TOEZICHTRAPPORTAGE
EIOPA-21/260 31.3.2021
| T | L - | uds | |||
|---|---|---|---|---|---|
| _10 | no | uas | SOD | oaa | ve |
| 1. | Inleiding | 3 |
|---|---|---|
| 2 | Richtsnoeren | 3 |
1. Inleiding
- (1) In overeenstemming met artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/20101 (de Eiopa-verordening) en artikel 40, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2019/12382 (de PEPP-verordening) brengt Eiopa deze richtsnoeren uit om te verzekeren dat de aard, de reikwijdte en het model van de informatie die de PEPP-aanbieders met van tevoren bepaalde tussenpozen en in van tevoren bepaalde gevallen moeten verstrekken aan de bevoegde autoriteiten op gemeenschappelijke, uniforme en consistente wijze worden toegepast op de PEPP-toezichtrapportage.
- (2) Deze richtsnoeren zijn gericht tot bevoegde autoriteiten, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 18, van de PEPP-verordening, en tot financiële instellingen die PEPP-aanbieders zijn in overeenstemming met artikel 2, lid 15, van de PEPPverordening.
- (3) Termen die niet zijn gedefinieerd in deze richtsnoeren, hebben de betekenis die is vastgelegd in de rechtshandelingen waarnaar in de inleiding is verwezen. In de richtsnoeren wordt verwezen naar de “PEPPtoezichtrapportage”, die is gedefinieerd als het periodieke en ad hoc beschrijvende verslag waarmee PEPP-aanbieders verslag kunnen uitbrengen over de ontwikkeling van de PEPP-activiteiten en de doeltreffendheid van risicolimiteringstechnieken en de voortdurende naleving van de PEPPverordening kunnen monitoren.
- (4) Deze richtsnoeren gelden vanaf 22 maart 2022.
2. Richtsnoeren
Richtsnoer 1 – De frequentie van de periodieke toezichtrapportage
1.1. De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieders de kwantitatieve toezichtrapportage over de PEPP-activiteiten jaarlijks indienen bij de desbetreffende bevoegde autoriteit onder verwijzing naar de afsluiting van het boekjaar van de PEPP-aanbieder.
- 1.2. De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieders de PEPPtoezichtrapportage ten minste elke drie jaar na de registratie van het PEPP indienen en als er aanzienlijke wijzigingen in de PEPP-activiteiten of in het PEPP zelf zijn, zonder afbreuk te doen aan de eerste indiening die moet plaatsvinden bij de afsluiting van het boekjaar waarin het PEPP is geregistreerd.
- 1.3. De bevoegde autoriteiten hebben het recht om via een op risico’s gebaseerde aanpak te vereisen dat de periodieke toezichtrapportage vaker wordt ingediend. Indien de gerapporteerde informatie aanzienlijk wordt gewijzigd nadat deze door de PEPP-aanbieder is ingediend, moeten de bevoegde autoriteiten waarborgen dat de gewijzigde informatie tijdig opnieuw wordt ingediend.
1 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
2 Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 1).
Richtsnoer 2 – Rapportagetermijnen
- 2.1 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat PEPP-aanbieders de jaarlijkse kwantitatieve informatie volgens de sectorale voorschriften voor jaarlijkse verslaglegging van de individuele PEPP-aanbieder indienen bij de bevoegde autoriteit, maar uiterlijk 16 weken na de afsluiting van hun boekjaar.
- 2.2. Wat betreft de PEPP-toezichtrapportage moeten de bevoegde autoriteiten waarborgen dat PEPP-aanbieders deze uiterlijk 18 weken na de afsluiting van hun boekjaar indienen bij de bevoegde autoriteit.
- 2.3 De bevoegde autoriteiten moeten de periodieke toezichtrapportage uiterlijk vier weken na de termijnen uit richtsnoer 2.1 indienen bij Eiopa.
Richtsnoer 3 – Inhoud van de PEPP-toezichtrapportage
- 3.1 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de volgende punten aan de orde komen in de PEPP-toezichtrapportage:
- (a) relevante aspecten met betrekking tot de PEPP-activiteiten;
- (b) de gehanteerde beleggingsstrategie en het resultaat ervan;
- (c) de risicobeheersystemen en de doeltreffendheid van de risicolimiteringstechnieken voor het PEPP;
- (d) de relevante gevolgen van het pakket aan prudentiële regels van de PEPPaanbieder.
Richtsnoer 4 – PEPP-toezichtrapportage: de PEPP-activiteiten
-
4.1 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder in de PEPPtoezichtrapportage de aard van zijn PEPP-activiteiten, zijn beleggingsopties en de externe omgeving beschrijft, evenals eventuele belangrijke zakelijke of externe gebeurtenissen die in de referentieperiode hebben plaatsgevonden en algemene informatie over het PEPP, waaronder:
- (a) het PEPP-registratienummer;
- (b) de naam en het adres van de externe accountants van de PEPP-aanbieder;
- (c) een beschrijving van de beleggingsoptie van het PEPP en van de garanties, met inbegrip van een beschrijving van de prijsstelling van de garanties, die de aanbieder schrijft en de landen waarin hij deze optie schrijft, waarin specifiek de aandacht wordt gevestigd op eventuele wijzigingen tijdens de referentieperiode;
- (d) een beschrijving van de doelmarkt en een beschrijving van de huidige PEPP-spaarders. Die beschrijving moet ten minste de leeftijdsopbouw van de doelgroep PEPP-spaarders omvatten en informatie over hoe de beoordeling van de financiële situatie, de financiële kennis en het vermogen om verliezen te dragen van de PEPP-spaarders worden overwogen met het oog op het beleggingsprofiel;
-
(e) eventuele belangrijke zakelijke of externe gebeurtenissen die in de referentieperiode hebben plaatsgevonden, indien hierover niet elders specifieker verslag is uitgebracht, die aanzienlijke gevolgen hebben voor de doelstellingen van de PEPP-spaarders, voor de PEPP-aanbieder of voor zijn PEPPbedrijfsmodellen en PEPP-strategie;
-
(f) de belangrijkste tendensen en factoren die gedurende de referentieperiode positief of negatief hebben bijgedragen aan de ontwikkeling, resultaten en positie van het PEPP;
-
(g) een beschrijving van de distributiekanalen die worden gebruikt om het PEPP te verkopen en de controlemiddelen om de adequate distributie te waarborgen;
-
(h) een beschrijving van de bestaande overstapprocedures voor PEPPactiviteiten die gedurende de rapportageperiode zijn ingevoerd;
-
(i) een uitvoerige beschrijving van de klachten die zijn ontvangen, met inbegrip van: de uitkomst van de klachten, de gemiddelde looptijd van de overeenkomsten waarover klachten zijn ontvangen, waar de klachten betrekking op hebben en de relevante maatregelen die de aanbieder heeft getroffen om de specifieke klachten af te handelen en bredere maatregelen die zijn getroffen voor kwesties aangaande het ontwerp en de distributie van het PEPP.
-
4.2 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder de beheersstructuur van de PEPP-activiteiten uiteenzet, in ieder geval met inbegrip van:
- (a) de bestaande administratieve en boekhoudkundige procedures die de PEPP-aanbieder in staat stellen om tijdig verslagen in te dienen die een getrouw beeld geven van de beleggingen en passiva van het PEPP en die aan alle geldende boekhoudkundige normen voldoen;
- (b) informatie over de belangrijkste taken van de eventuele compliancefunctie die is ingevoerd voor de PEPP-activiteiten;
- (c) informatie over de bestaande systemen en controlemiddelen om te waarborgen dat het beleid inzake toezicht op producten en governance wordt nageleefd;
- (d) indien van toepassing een beschrijving van hoe de belangrijkste taken van de actuariële functie worden ingevoerd voor de PEPP-activiteiten;
- (e) een uitvoerige verklaring van de partnerschappen en overeenkomsten met externe partijen voor het PEPP en over de werking van deze overeenkomsten of partnerschappen, hun voorwaarden en het resultaat ervan voor de desbetreffende PEPP-overeenkomsten.
Richtsnoer 5 – PEPP-toezichtrapportage: beleggingsstrategie en resultaat
-
5.1 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder de gehanteerde beleggingsstrategie voor elke beleggingsoptie van het PEPP beschrijft. Deze beschrijving omvat ten minste:
- (a) een beschrijving van de bestaande systemen om de naleving van artikel 41 van de PEPP-verordening te waarborgen;
- (b) een identificatie van de risicofactoren en bronnen van rendement van de beleggingsstrategie;
-
(c) een beschrijving van hoe in de beleggingsstrategie rekening wordt gehouden met de belangen van de PEPP-spaarders, met inachtneming van hun specifieke profiel en ecologische, sociale en governancefactoren;
-
(d) een beschrijving van de bestaande systemen voor het monitoren van de PEPP-beleggingsstrategie en het beleid om de strategie indien nodig te wijzigen;
-
(e) indien van toepassing een beschrijving van het liquiditeitsbeheerplan en de maatregelen die de PEPP-aanbieder kan treffen wanneer dergelijke gebeurtenissen zich voordoen.
-
5.2 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder gedetailleerde informatie uiteenzet over de financiële prestaties van beleggingen voor het PEPP, met inbegrip van:
- (a) de analyse van de algehele prestatie van de PEPP-gerelateerde beleggingen door het bestuurlijk of leidinggevend orgaan;
- (b) informatie over winsten of verliezen uit PEPP-beleggingen en indien van toepassing onderdelen van dergelijke inkomsten uit passende subgroepen van de beleggingscategorieën;
- (c) de invloed van afgeleide instrumenten op de beleggingsprestatie van het PEPP;
- (d) informatie over de kosten van de PEPP-belegging die gedurende de referentieperiode zijn gemaakt in vergelijking met eerdere jaren en redenen voor materiële veranderingen.
Richtsnoer 6 – PEPP-toezichtrapportage: risicobeheer en risicolimiteringstechnieken
- 6.1 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder de soorten risico’s uiteenzet waaraan de PEPP-spaarders blootgesteld zijn of kunnen zijn, evenals het risicobeheersysteem met betrekking tot het aanbieden van het PEPP, met inbegrip van de risicostrategie en de bestaande schriftelijke beleidsmaatregelen om de naleving van de strategie te waarborgen.
- 6.2 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder beschrijft hoe het risicobeheersysteem voortdurend de risico’s waaraan de PEPP-spaarders blootgesteld zijn of kunnen zijn, en de wisselwerking hiertussen, kan identificeren, meten, monitoren, beheren en melden. De informatie die vereist is, omvat:
- (a) het risicobeheerkader dat is ingevoerd voor de PEPP-activiteiten, gebaseerd op schriftelijke beleidsmaatregelen over hoe risico’s moeten worden aangepakt met inachtneming van de aard, omvang en complexiteit van het aangeboden PEPP;
- (b) de bestaande systemen om de naleving van de vereisten van de PEPPverordening te waarborgen;
- (c) de reikwijdte en de aard van risicobeheersystemen, gebaseerd op schriftelijke beleidsmaatregelen over hoe risico’s moeten worden beheerd, met inbegrip van een beschrijving van beheerinstrumenten die worden gebruikt om de risico’s in verband met het aanbieden van het PEPP te identificeren, meten, monitoren, beheren en melden, waarbij de wijzen worden weergegeven waarop de PEPP-aanbieder het beheer van in elk geval de financiële en liquiditeitsrisico’s,
marktrisico’s, kredietrisico’s, reputatierisico’s en de ecologische, sociale en governancerisico’s aanpakt;
- (d) de doeltreffendheid van de bestaande systemen voor risicobeheer en interne controle met inachtneming van de aan het PEPP gerelateerde risico’s die zij moeten beheersen;
- (e) een uitvoerige beoordeling van de reikwijdte, frequentie en voorschriften van de beheersinformatie die met betrekking tot het PEPP aan het bestuurlijk of leidinggevend orgaan wordt verschaft;
- (f) details van hoe de PEPP-aanbieder de risico’s die voortkomen uit derivatenposities monitort.
- 6.3 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder details over de gehanteerde risicolimiteringstechnieken overlegt, en in ieder geval:
- (a) details van toewijzingsmechanismen, benaderingen, methodieken voor en de daadwerkelijke prestaties van de risicolimiteringstechnieken die zijn gebruikt voor de PEPP-beleggingsopties;
- (b) processen voor het monitoren van de aanhoudende doeltreffendheid van deze risicolimiteringspraktijken.
Richtsnoer 7 – PEPP-toezichtrapportage: aspecten in verband met het pakket aan prudentiële regels van de PEPP-aanbieder
- 7.1 De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat de PEPP-aanbieder de volgende details meldt:
- (a) indien van toepassing de informatie over de voor solvabiliteitsdoeleinden gehanteerde waarderingsgrondslagen;
- (b) indien van toepassing informatie over de kapitaalstructuur van de PEPPaanbieder, de kapitaalratio’s en de mate van het hefboomeffect.
Regels inzake naleving en rapportage
- 8.1 Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht op grond van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening spannen de bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste in om aan de richtsnoeren en aanbevelingen te voldoen.
- 8.2 Bevoegde autoriteiten die aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn deze na te leven, moeten deze op een passende manier integreren in hun wetgevend of toezichthoudend kader.
- 8.3 Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij voldoen of voornemens zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, of geven anders redenen voor niet-naleving op.
- 8.4 Bij uitblijven van een antwoord binnen deze termijn worden de bevoegde autoriteiten geacht niet te voldoen aan de rapportageverplichting en als zodanig gemeld.
Slotbepaling inzake herzieningen
8.5 Eiopa kan deze richtsnoeren in de toekomst herzien conform de Eiopa-verordening.
EIOPA
Westhafen Tower, Westhafenplatz 1 60327 Frankfurt – Germany Tel. + 49 69-951119-20