Home / Acts & Regulations / Solvency II Guidelines / Richtsnoeren voor het toezicht op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen

Richtsnoeren voor het toezicht op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen

Download PDF

EIOPA-BoS-15/110 NL

Richtsnoeren voor het toezicht op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen

Inleiding

  • 1.1 De Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) brengt deze richtsnoeren voor het toezicht op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen (de ‘richtsnoeren’) uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad1 .
  • 1.2 Deze richtsnoeren hebben betrekking op de artikelen 162 tot en met 171 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad2 .
  • 1.3 Het doel van deze richtsnoeren is een consistente, efficiënte en doeltreffende bescherming van verzekeringnemers binnen de Europese Unie (de ‘EU’) te waarborgen. De richtsnoeren zijn er in het bijzonder op gericht te waarborgen dat verzekeringnemers bij een bijkantoor van een verzekeringsonderneming uit een derde land minimaal hetzelfde beschermingsniveau genieten als bij een in de EU gevestigde verzekeringsonderneming, zowel in de lidstaat van herkomst van die onderneming als via een bijkantoor in de zin van Richtlijn 2009/138/EG.
  • 1.4 Deze richtsnoeren voorzien in alternatieve evenredige toezichtmethoden voor de bescherming van verzekeringnemers van een bijkantoor in de context van waardering, eigen vermogen en het indienen van informatie uit hoofde van Richtlijn 2009/138/EG.
  • 1.5 Overeenkomstig artikel 162 van de richtlijn Solvabiliteit II zijn deze richtsnoeren alleen van toepassing op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die directe schade- en levensverzekeringsactiviteiten verrichten.
  • 1.6 Deze richtsnoeren zijn ook van toepassing op bijkantoren die zijn onderworpen aan gelijkwaardig of niet-gelijkwaardig toezicht, als bepaald in Richtlijn 2009/138/EG. Toezichthoudende autoriteiten kunnen echter rekening houden met specifieke gelijkwaardigheidsbesluiten die relevant zijn voor de beoordeling van de solvabiliteit van de gehele verzekeringsonderneming uit het derde land, met inbegrip van het bijkantoor daarvan.
  • 1.7 Deze richtsnoeren zijn niet van toepassing op verzekeringsondernemingen uit derde landen die via een bijkantoor in de EU uitsluitend herverzekeringsactiviteiten verrichten of mogen verrichten, zelfs als de verzekeringsonderneming uit het derde land via haar hoofdkantoor of via bijkantoren buiten de EU directe verzekeringsactiviteiten verricht.

1 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

2 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

  • 1.8 Voor de rapportage met betrekking tot een bijkantoor verwijzen deze richtsnoeren naar de templates en logbestanden die zijn vastgelegd in de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie bij de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad, als bekrachtigd door de Europese Commissie (hierna ’technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie’).
  • 1.9 Waar de rapportagetemplates voor bijkantoren verschillen van de templates van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, wordt verwezen naar een specifieke template en bijbehorende instructies in de technische bijlagen III en IV bij deze richtsnoeren.
  • 1.10 Tenzij anders is aangegeven, verwijzen alle verwijzingscodes van templates en instructies naar de templates en instructies met identieke verwijzingscodes, als vastgelegd in de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie.
  • 1.11 Deze richtsnoeren zijn gericht tot de toezichthoudende autoriteiten in het kader van Richtlijn 2009/138/EG.
  • 1.12 Deze richtsnoeren gelden vanaf 1 januari 2016.
  • 1.13 De door Eiopa uitgebrachte Richtsnoeren voor rapportage en openbaarmaking (EIOPA-BoS-15/109)3 zijn ook van toepassing op bijkantoren zoals in die richtsnoeren is aangegeven.
  • 1.14 In deze richtsnoeren gelden de volgende definities:
    • a) ‘activiteiten van een bijkantoor’: activiteiten die een bijkantoor verricht op grond van zijn vergunning uit hoofde van Richtlijn 2009/138/EG;
    • b) ‘activa van een bijkantoor’: activa van een verzekeringsonderneming uit een derde land die worden toegewezen aan activiteiten van een bijkantoor, met uitzondering van een eventueel theoretische boekwaarde uit de niet door het bijkantoor verrichte activiteiten van de onderneming dat verschuldigd is aan de activiteiten van het bijkantoor, en die bij de liquidatie van de onderneming beschikbaar zijn om de verplichtingen uit hoofde van verzekering van verzekeringnemers van het bijkantoor te betalen, overeenkomstig richtsnoer 26;
    • c) ‘verplichtingen van een bijkantoor’: de schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van het bijkantoor, de bevoorrechte vorderingen van het bijkantoor en de door activa van het bijkantoor gewaarborgde vorderingen;
    • d) ’eigen vermogen van een bijkantoor’: de som van het kernvermogen en het aanvullend vermogen van het bijkantoor;

3/41

3 https://eiopa.europa.eu/Pages/Consultations/Public-consultation-on-the-Set-2-of-the-Solvency-II-Implementing-Technical-Standards-%28ITS%29-and-Guidelines.aspx

  • e) ‘kernvermogen van een bijkantoor’: het positieve verschil van activa ten opzichte van verplichtingen van het bijkantoor;

  • f) ‘aanvullend vermogen van een bijkantoor’: bestanddelen die in het kader van liquidatieprocedures met betrekking tot de verzekeringsonderneming uit het derde land kunnen worden opgevraagd om de verzekeringsverplichtingen jegens verzekeringnemers van het bijkantoor te betalen overeenkomstig richtsnoer 26, en die voldoen aan de vereisten van de artikelen 89 en 90 van Richtlijn 2009/138/EG;

  • g) ‘balans van een bijkantoor’: een balans met de activa en passiva van het bijkantoor in overeenstemming met de grondslagen voor opname en waardering van artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

  • h) ‘solvabiliteitskapitaalvereiste van een bijkantoor’: het solvabiliteitskapitaalvereiste op basis van de balans van het bijkantoor en de volumemetingen als gespecificeerd in Richtlijn 2009/138/EG met betrekking tot de balans van het bijkantoor;

  • i) ‘minimumkapitaalvereiste van een bijkantoor’: het minimumkapitaalvereiste op basis van de balans en de volumemetingen als gespecificeerd in Richtlijn 2009/138/EG met betrekking tot de balans van het bijkantoor;

  • j) ‘verzekeringnemer van een bijkantoor’: een verzekeringnemer wiens polis door het bijkantoor is verstrekt; Hiertoe behoren, zonder hiertoe beperkt te zijn, verzekeringnemers en begunstigden die schuldvorderingen uit hoofde van verzekering hebben op het bijkantoor;

  • k) ‘schuldvordering uit hoofde van verzekering’: een schuldvordering van verzekeringnemers van het bijkantoor in de zin van artikel 268, onder g), van Richtlijn 2009/138/EG;

  • l) ‘plaats van de schuldvordering uit hoofde van verzekering’: de plaats van ofwel de begunstigde (met inbegrip van verzekeringnemers), ofwel het verzekerde risico ofwel het met de verzekeringsonderneming uit het derde land gesloten contract (ongeacht of de transactie is gesloten via het bijkantoor of via het hoofdkantoor van de verzekeringsonderneming uit het derde land);

  • m) ‘schuldvordering uit hoofde van verzekering van een bijkantoor’: een schuldvordering uit hoofde van verzekering die betrekking heeft op verzekeringnemers van een bijkantoor;

  • n) ‘bevoorrechte vorderingen van een bijkantoor’: alle vorderingen die bij liquidatie van de verzekeringsonderneming uit het derde land voorrang krijgen op schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van het bijkantoor, te weten:

    • vorderingen van werknemers van het bijkantoor die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten en arbeidsrelaties, vorderingen van de fiscus die betrekking hebben op activiteiten van het bijkantoor,
  • vorderingen van socialezekerheidsstelsels die betrekking hebben op activiteiten van het bijkantoor, of

  • vorderingen op activa van het bijkantoor waarop een zakelijk recht gevestigd is;

  • o) ’toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst’: de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd en waar dit zijn activiteiten verricht;

  • p) ’toezichthoudende autoriteit van het land van herkomst’: de toezichthoudende autoriteit van het land dat de verzekeringsonderneming uit het derde land een vergunning heeft verleend voor het verrichten van verzekeringsactiviteiten en waar de onderneming haar hoofdkantoor heeft;

  • q) ‘rapporteringsvaluta’: de valuta van het land van de toezichthoudende autoriteit die de rapporteringen ontvangt, tenzij deze toezichthoudende autoriteit anders toestaat.

  • 1.15 Termen die niet zijn gedefinieerd in deze richtsnoeren, hebben de betekenis die is vastgelegd in de rechtshandelingen waarnaar in de inleiding is verwezen.

Vergunning voor een bijkantoor van een verzekeringsonderneming uit een derde land

Richtsnoer 1 - Voorwaarden voor het verlenen of verlengen van een vergunning

  • 1.16 Wanneer toezichthoudende autoriteiten van het land van ontvangst een vergunning aan een bijkantoor verlenen of verlengen, overtuigen zij zich ervan dat de betrokken verzekeringsonderneming uit het derde land een toereikende solvabiliteitsmarge heeft en zich ertoe verbindt alle informatie te verstrekken die de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst nodig kan hebben voor toezichtdoeleinden en waaruit blijkt dat de onderneming als geheel over een toereikende solvabiliteitsmarge beschikt volgens de regels van het land van herkomst en dat de toezichthoudende autoriteit van het land van herkomst bevestigt dat aan deze regels wordt voldaan.
  • 1.17 Toezichthoudende autoriteiten van het land van ontvangst beoordelen de toereikendheid van de solvabiliteitsmarge van de onderneming als geheel op basis van de prudentiële vereisten van de toezichthoudende autoriteit van het land van herkomst, en vragen daarbij waar nodig om aanvullende informatie.

Richtsnoer 2 – Programma van werkzaamheden en solvabiliteitmarge

1.18 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land in het programma van werkzaamheden van haar bijkantoor een analyse opneemt van de verschillen tussen de solvabiliteitsregels van het land van herkomst en de regels van Richtlijn 2009/138/EG, en daarin toelicht om welke redenen die verschillen gerechtvaardigd zijn.

Richtsnoer 3 – Verdeling van activa van het bijkantoor

  • 1.19 Wanneer de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst bepaalt of een verzekeringsonderneming uit een derde land over een toereikende solvabiliteitsmarge beschikt, houdt zij daarbij rekening met:
    • a) de activa van het bijkantoor die overblijven na betaling van de schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van verzekeringnemers van het bijkantoor die zouden worden verdeeld over andere vorderingen van verzekeringnemers van het bijkantoor, en
    • b) het samengevoegde bedrag van vorderingen die een hogere prioriteit dan of een gelijke prioriteit als vorderingen van verzekeringnemers van het bijkantoor zouden hebben.

Richtsnoer 4 – Analyse van de verdeling van activa van het bijkantoor

  • 1.20 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst vraagt ten behoeve van richtsnoer 6 een analyse van de juridische en praktische werking van het faillissementsstelsel van het land van herkomst, van de voorrang die in liquidatieprocedures wordt gegeven aan verzekeringnemers van het bijkantoor en andere verzekeringnemers van de verzekeringsonderneming uit het derde land, en van de manier waarop de activa van de verzekeringsonderneming uit het derde land worden verdeeld over die verzekeringnemers.
  • 1.21 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst stelt, voor zover de toepasselijke vertrouwelijkheidsvereisten dat toestaan, de verkregen analyse ter beschikking van Eiopa. Eiopa kan besluiten om de analyse beschikbaar te stellen aan andere toezichthoudende autoriteiten met inachtneming van haar vertrouwelijkheidsregeling en op need-to-knowbasis.
  • 1.22 Wanneer het faillissementsstelsel van het land van herkomst verzekeringnemers in liquidatieprocedures niet ten minste hetzelfde beschermingsniveau biedt als Richtlijn 2009/138/EG, vraagt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst de betrokken verzekeringsonderneming uit het derde land om een analyse van de verdeling van de activa van het bijkantoor op grond van: het faillissementsstelsel van het land van herkomst ten aanzien van de onderneming; het stelsel van de lidstaat waar het bijkantoor een vergunning heeft (waar afzonderlijke procedures kunnen worden ingeleid ten aanzien van het bijkantoor); of de verdelingsomstandigheden wanneer de liquidatieprocedures worden ingeleid in zowel het land van herkomst als in de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd.
  • 1.23 De toezichthoudende autoriteit in het land van ontvangst zorgt ervoor dat alle analyses worden verstrekt door personen die naar behoren zijn

gekwalificeerd voor het geven van adviezen over de wetten en praktijken van het betrokken land.

Richtsnoer 5 - Bepaling van de verplichtingen van het bijkantoor

1.24 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van het bijkantoor die zijn opgenomen in de verplichtingen van het bijkantoor, uitsluitend technische voorzieningen als gedefinieerd in artikel 77 van Richtlijn 2009/138/EG omvatten die verband houden met die schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van het bijkantoor.

Richtsnoer 6 – Bepaling van de activa van het bijkantoor

  • 1.25 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land alleen activa op de balans van het bijkantoor opneemt die beschikbaar zijn volgens de onderstaande criteria:
    • a) activa die worden verdeeld overeenkomstig artikel 275, lid 1, onder a) of b), van Richtlijn 2009/138/EG op een wijze waarbij geen onderscheid tussen vorderingen wordt gemaakt op basis van de plaats van de vordering;
    • b) activa die met voorrang boven alle andere vorderingen worden verdeeld voor het betalen van bevoorrechte vorderingen van het bijkantoor en schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van verzekeringnemers van het bijkantoor.
  • 1.26 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land bij het indienen van informatie over de balans, het eigen vermogen en het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor alleen activa opneemt die bij liquidatie van de verzekeringsonderneming uit het derde land beschikbaar zijn voor het betalen van de schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van verzekeringnemers van het bijkantoor.
  • 1.27 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land bij het indienen van de informatie over de balans van het bijkantoor de beschikbare activa opgeeft zonder aftrek van bevoorrechte vorderingen van het bijkantoor en eventuele voorafgaande zekerheidsrechten en dat deze het nettobedrag van beschikbare activa van het bijkantoor en de aftrek van bevoorrechte vorderingen en voorafgaande zekerheidsrechten rapporteren op template S.02.03.07, waarop aanvullende informatie over de balans van het bijkantoor wordt gespecificeerd, zoals aangegeven in bijlage III bij deze richtsnoeren.

Toezichthoudende bevoegdheden en communicatie met andere toezichthoudende autoriteiten

Richtsnoer 7 – Algemene toezichthoudende bevoegdheden

1.28 Voor het toezicht op de activiteiten van het bijkantoor oefent de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst, waar passend, haar toezichthoudende bevoegdheden uit die zijn vastgelegd in Richtlijn 2009/138/EG, met name in de artikelen 34, 35, 36, 37, 84, 85, 110, 118 en 119, in dezelfde mate als waarin zij die bevoegdheden uitoefent voor het toezicht op verzekeringsondernemingen die hun hoofdkantoor binnen de Unie hebben.

Richtsnoer 8 – Beoordeling van de financiële positie van het bijkantoor als onderdeel van het toezichtsproces

1.29 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst houdt, wanneer zij in het kader van het toezichtsproces de toereikendheid van de financiële positie van het bijkantoor beoordeelt, rekening met het risico dat vorderingen van verzekeringnemers van het bijkantoor verwateren door andere vorderingen dan die van het bijkantoor.

Richtsnoer 9 – Verlening van voordelen, waaronder gezamenlijke besluiten uit hoofde van artikel 167, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG

1.30 Wanneer een verzekeringsonderneming uit een derde land met een vergunning in meer dan één lidstaat om de in artikel 167 van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde voordelen heeft verzocht, bespreken de betrokken toezichthoudende autoriteiten of is voldaan aan de voorwaarden in Richtsnoer 1, voordat zij een besluit nemen over de toekenning van die voordelen aan de onderneming.

Richtsnoer 10 – Inkennisstelling van Eiopa van gezamenlijke besluiten met betrekking tot artikel 167, van Richtlijn 2009/138/EG

1.31 Wanneer een verzekeringsonderneming uit een derde land met een vergunning in meer dan één lidstaat om een van de in artikel 167 van Richtlijn 2009/138/EG genoemde voordelen verzoekt, laat de betrokken toezichthoudende autoriteit Eiopa weten welk besluit uit hoofde van dat artikel is genomen en of zij van mening is dat wordt voldaan aan de voorwaarden van richtsnoer 1.

Richtsnoer 11 – Inkennisstelling van de toezichthoudende autoriteiten van landen van ontvangst van bijkantoren

1.32 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land haar op continue basis informeert over de locaties van de bijkantoren die die onderneming heeft gevestigd of van plan is te vestigen in een andere lidstaat.

Richtsnoer 12 – Eén balans uit hoofde van artikel 167 van Richtlijn 2009/138/EG

1.33 Wanneer een van de in artikel 167, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG genoemde voordelen wordt toegekend, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst die belast is met het toezicht op alle in de Unie gevestigde bijkantoren, ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land één balans opstelt voor alle activiteiten die binnen de Unie worden verricht door bijkantoren; hierop mogen, naar keuze van de onderneming, transacties tussen bijkantoren worden geëlimineerd.

Richtsnoer 13 – Intrekking van voordelen

1.34 Toezichthoudende autoriteiten van het land van ontvangst die de uit hoofde van artikel 167, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG toegekende voordelen intrekken, stellen de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de verzekeringsonderneming uit het derde land actief is, onmiddellijk op de hoogte van de intrekking van de voordelen.

Richtsnoer 14 - Toezichtsproces

1.35 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat activiteiten van een bijkantoor worden beoordeeld en geëvalueerd als onderdeel van het toezichtsproces dat is vastgelegd in artikel 36 van Richtlijn 2009/138/EG.

Richtsnoer 15 – Samenwerking en communicatie tussen toezichthoudende autoriteiten in het kader van het toezichtsproces

  • 1.36 Wanneer toezichthoudende autoriteiten van landen van ontvangst de in artikel 167, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG genoemde voordelen hebben toegekend, brengen zij een communicatieproces tot stand dat in overeenstemming is met het communicatieproces dat is beschreven in de Richtsnoeren voor het Toezichtsproces (EIOPA-BoS-14/179)4 .
  • 1.37 Wanneer de verzekeringsonderneming uit het derde land in meer dan één lidstaat een vergunning voor bijkantoren heeft, maar niet om een van de in artikel 167, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG genoemde voordelen heeft verzocht, komen de betrokken toezichthoudende autoriteiten tot overeenstemming over de manier van samenwerken en informatieuitwisseling in overeenstemming met de Richtsnoeren voor het Toezichtsproces (EIOPA-BoS-14/179).

Richtsnoer 16 - Communicatie met andere toezichthoudende autoriteiten

1.38 Wanneer de toezichthoudende autoriteit van een land van ontvangst kennis krijgt van informatie die de positie van schuldeisers uit hoofde van verzekering van het bijkantoor of de beschikbaarheid van eigen vermogen van het bijkantoor kunnen ondermijnen, stelt zij de toezichthoudende

9/41

4 Beschikbaar op de website van Eiopa: https://eiopa.europa.eu/Pages/Guidelines/Guidelines-onsupervisory-review-process.aspx.

  • autoriteiten van alle andere landen van ontvangst waar de verzekeringsonderneming uit het derde land een vergunning heeft gekregen om een bijkantoor te vestigen, evenals Eiopa, hiervan in kennis.
  • 1.39 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst kijkt of er andere relevante toezichthoudende autoriteiten zijn waarmee zij zou moeten communiceren, zoals toezichthoudende autoriteiten van verbonden verzekeringsondernemingen of bijkantoren van andere leden van de groep waartoe de verzekeringsonderneming uit het derde land behoort.

Financiële soliditeit van het bijkantoor

Richtsnoer 17 - Boekhouding van het bijkantoor

  • 1.40 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land de administratieve en financiële verslagleggingsprocedures vaststelt, bijhoudt en documenteert betreffende de activiteiten van haar bijkantoren in de lidstaten waar de bijkantoren werkzaam zijn.
  • 1.41 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land gegevens vastlegt waarin de locatie van alle activa van een bijkantoor worden aangegeven en voldoende informatie wordt gegeven om iedere persoon die belast is met de liquidatie van die onderneming, in staat te stellen de zeggenschap te verkrijgen over die activa.
  • 1.42 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land interne jaarrekeningen produceert en bijhoudt met betrekking tot de gehele balans van het bijkantoor, met inbegrip van beschikbare en niet-beschikbare activa en alle verplichtingen in verband met activiteiten van het bijkantoor.

Richtsnoer 18 – Locatie van activa van het bijkantoor

  • 1.43 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat:
    • a) de verzekeringsonderneming uit het derde land over voldoende activa beschikt ter dekking van het minimumkapitaalvereiste van het bijkantoor en deze te allen tijde binnen de ontvangende lidstaat houdt;
    • b) de activa ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor boven het minimumkapitaalvereiste van het bijkantoor zich binnen de Unie bevinden; en
    • c) de verzekeringsonderneming uit het derde land de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst onmiddellijk op de hoogte brengt wanneer niet langer wordt voldaan aan een van de bovenstaande voorwaarden.

Richtsnoer 19 - Kwaliteitsvereisten ten aanzien van een gedeponeerde waarborg uit hoofde van artikel 162, lid 2, onder e), van Richtlijn 2009/138/EG

  • 1.44 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat door een verzekeringsonderneming uit een derde land als waarborg gedeponeerde activa weinig volatiel zijn onder alle marktomstandigheden die van invloed zijn op de waarde van die gedeponeerde activa en daarmee op de geschiktheid van de gedeponeerde activa om als waarborg te dienen.
  • 1.45 De toezichthoudende autoriteit zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land uitsluitend een waarborg mag storten bij een kredietinstelling die een vergunning heeft in de Unie en heeft bevestigd dat zij geen recht van verrekening heeft of, als de verzekeringsonderneming faalt of wordt geliquideerd, geen gebruik zal maken van een eventueel recht om eventuele vorderingen op die onderneming te verrekenen met de gedeponeerde activa.

Richtsnoer 20 - Beoordeling van de kwaliteit van een gedeponeerde waarborg uit hoofde van artikel 162, lid 2, onder e), van Richtlijn 2009/138/EG

1.46 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land haar voldoende informatie verstrekt om haar in staat te stellen de kwaliteit van de activa te beoordelen en te bepalen of die onderneming de deponering moet aanpassen om te zorgen dat deze geschikt blijft om als waarborg te dienen.

Richtsnoer 21 - Waarderingsregels

1.47 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat een verzekeringsonderneming uit een derde land de activa, de verplichtingen, het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste van haar bijkantoor berekent overeenkomstig de waarderingsregels die zijn vastgelegd in titel 1, hoofdstuk VI van Richtlijn 2009/138/EG.

Richtsnoer 22 - Berekening van kapitaalvereisten voor het bijkantoor

1.48 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van het bijkantoor worden berekend op basis van de balans van het bijkantoor alsof het bijkantoor een afzonderlijke verzekeringsonderneming is.

Richtsnoer 23 – Solvabiliteitskapitaalvereiste

1.49 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat het eigen vermogen van het bijkantoor ten minste gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor.

Richtsnoer 24 – Minimumkapitaalvereiste

1.50 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat het kernvermogen van het bijkantoor ten minste gelijk is aan het minimumkapitaalvereiste van het bijkantoor.

Richtsnoer 25 – Eigen vermogen van het bijkantoor

  • 1.51 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land in de berekening van het eigen vermogen van haar bijkantoor alleen activa opneemt die bij liquidatie van de onderneming voor verdeling beschikbaar zijn om schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van verzekeringnemers van het bijkantoor en bevoorrechte vorderingen van het bijkantoor te betalen. Deze activa mogen alleen als beschikbaar worden behandeld als ze zouden worden verdeeld:
    • a) overeenkomstig het bepaalde in artikel 275, lid 1, onder a) of b) van Richtlijn 2009/138/EG en op een wijze waarbij geen onderscheid tussen vorderingen wordt gemaakt op grond van de locatie van de vordering; of
    • b) voor de betaling van bevoorrechte vorderingen van het bijkantoor en de vorderingen uit hoofde van verzekering van verzekeringnemers van het bijkantoor met voorrang boven alle andere vorderingen.

Richtsnoer 26 – Beoordeling van beschikbare activa van het bijkantoor

  • 1.52 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar voldoende informatie verstrekt om haar in staat te stellen elk van de volgende zaken te beoordelen:

    • a) de stappen die een liquidateur moet nemen om zeggenschap te krijgen over de activa van het bijkantoor en deze in bezit te nemen, en of die stappen doeltreffend zouden zijn wanneer er door andere crediteuren of door een andere liquidateur die een liquidatieprocedure uitvoert ten aanzien van de verzekeringsonderneming uit het derde land, concurrerende vorderingen worden uitgeoefend;
    • b) hoe snel en eenvoudig activa van het bijkantoor zouden kunnen worden weggesluisd uit het rechtsgebied van de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst en de EU, voordat de liquidatieprocedure begint;
    • c) de mate waarin de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst doeltreffend zou kunnen voorkomen dat activa van het bijkantoor worden weggesluisd uit de EU voordat een eventuele liquidatieprocedure begint;
    • d) in hoeverre activa van een bijkantoor kunnen worden gebruikt om andere verplichtingen dan schuldvorderingen uit hoofde van verzekering van het bijkantoor te voldoen voorafgaand aan of in het geval van liquidatie van de verzekeringsonderneming uit het derde land;
    • e) de wijze waarop de verzekeringsonderneming uit het derde land controle uitoefent over activiteiten van het bijkantoor en of deze controle wordt
  • uitgeoefend door personen die verantwoordelijk zijn voor de activiteiten van het bijkantoor, en niet door personen die verantwoordelijk zijn voor de andere activiteiten van de onderneming;

  • f) het risico dat verplichtingen van het bijkantoor geen betrekking hebben op de vorderingen van verzekeringnemers binnen de EU, zodat zij functioneren als een mechanisme om op oneigenlijke wijze of anderszins activa van het bijkantoor weg te sluizen naar een andere crediteur van de onderneming, naar een lid van dezelfde groep of naar een derde partij, ten nadele van verzekeringnemers binnen de EU;

  • g) of de contractuele relaties tussen de verzekeringsonderneming uit het derde land en derden het mogelijk maken dat activa van het bijkantoor worden gebruikt voor andere doeleinden dan het voldoen aan de verplichtingen van het bijkantoor;

  • h) de effecten van specifieke wettelijke vereisten om activa van het bijkantoor te gebruiken voor andere doeleinden dan het voldoen aan verplichtingen van het bijkantoor;

  • i) of het niet gebruiken van activa van het bijkantoor voor andere doeleinden dan het voldoen aan verplichtingen van het bijkantoor, de reputatie van de verzekeringsonderneming uit het derde land zou schades;

  • j) of er voor de verzekeringsonderneming uit het derde land belastingvoordelen of -nadelen voortvloeien uit het gebruik van activa van het bijkantoor voor andere doeleinden dan het voldoen aan verplichtingen van het bijkantoor; en

  • k) of er deviezenreglementeringen zijn die gevolgen kunnen hebben voor het gebruik van activa van het bijkantoor voor andere doeleinden dan het voldoen aan verplichtingen van het bijkantoor.

Governance en risicobeheer

Richtsnoer 27 – Algemene governancevereisten

1.53 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor het systeem van governancevereisten dat is vastgelegd in de artikelen 41 tot en met 50 van Richtlijn 2009/138/EG, naleeft, met inbegrip van het ‘prudent person’-beginsel.

Richtsnoer 28 - Toepassing van het ‘prudent person’-beginsel op activa van een bijkantoor

1.54 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de activa van het bijkantoor in overeenstemming brengt met het ‘prudent person’-beginsel dat is vastgelegd in artikel 132 van Richtlijn 2009/138/EG.

Richtsnoer 29 - Taal en rapportage van governancebeleid

1.55 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land beschikt over schriftelijk vastgelegd beleid ten aanzien van de governanceregelingen om te voldoen aan richtsnoer 7, in een taal die is overeengekomen met de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst, en dat zij in haar regelmatige rapportages aan de toezichthouder informatie opneemt over de wijze waarop zij aan deze governancevereisten voldoet.

Richtsnoer 30 - Sleutelfuncties

1.56 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de risicobeheersfunctie, de compliancefunctie, de interne-auditfunctie en de actuariële functie heeft ingesteld met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor, ongeacht of deze functies specifiek zijn ingesteld voor de activiteiten van het bijkantoor of door het hoofdkantoor van de onderneming worden ingezet voor de activiteiten van het bijkantoor.

Richtsnoer 31 - Kennisgeving van betrouwbare en deskundige personen

  • 1.57 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar op de hoogte stelt van de identiteit van en eventuele wijzigingen in:
    • a) de algemeen gevolmachtigde van het bijkantoor;
    • b) de personen die de activiteiten van het bijkantoor daadwerkelijk besturen of daarop invloed uitoefenen; en
    • c) de personen die verantwoordelijk zijn voor sleutelfuncties met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor.

Richtsnoer 32 – Deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten

1.58 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar alle informatie verstrekt die nodig is om de deskundigheid en betrouwbaarheid van de in richtsnoer 31 genoemde personen te beoordelen.

Richtsnoer 33 - Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit

1.59 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land ten aanzien van de activiteiten van het bijkantoor ten minste jaarlijks een beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit verricht in overeenstemming met artikel 45 van Richtlijn 2009/138/EG.

Richtsnoer 34 - Materiële risico’s die in de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit moeten worden opgenomen

1.60 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land in het kader van de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit rekening houdt met alle materiële risico’s voor de activiteiten van het bijkantoor en alle risico’s voor andere activiteiten van de verzekeringsonderneming uit het derde land die gevolgen kunnen hebben voor de activiteiten van het bijkantoor.

Richtsnoer 35 - Beoordeling van activa van het bijkantoor in de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit

  • 1.61 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, als onderdeel van haar beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit, de permanente beschikbaarheid van de activa van het bijkantoor beoordeelt en bij haar beoordeling aandacht schenkt aan:
    • a) de risico’s voor de doeltreffendheid van regelingen om te waarborgen dat activa van het bijkantoor alleen worden gebruikt voor de betaling van schuldeisers uit hoofde van verzekering en bevoorrechte schuldeisers van het bijkantoor; en
    • b) de risico’s voor de toereikendheid van activa van het bijkantoor om vorderingen van deze schuldeisers ten minste te dekken met het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor indien niet wordt voldaan aan richtsnoer 25, onder a).

Openbaarmaking

Richtsnoer 36 - Openbaarmakingsvereisten met betrekking tot bijkantoren

1.62 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land waarborgt dat verzekeringnemers van het bijkantoor alle bekendgemaakte informatie over de solvabiliteit en de financiële conditie van de gehele verzekeringsonderneming uit het derde land kunnen verkrijgen, als de regelgeving van het derde land een dergelijke openbaarmaking voorschrijft.

Structuur en vorm van de rapportage aan de toezichthouder

Richtsnoer 37 – Elementen van de regelmatige rapportage aan de toezichthouder

  • 1.63 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar overeenkomstig artikel 35, lid 2, onder a), punt i) van Richtlijn 2009/138/EG in van tevoren bepaalde perioden de volgende informatie verstrekt met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor:
    • a) een regelmatige rapportage aan de toezichthouder met de informatie die vereist is op grond van artikel 35 van Richtlijn 2009/138/EG en van deze richtsnoeren, met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor, zowel in beschrijvende vorm als, waar van toepassing, met kwantitatieve gegevens;
    • b) de rapportage aan de toezichthouder over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit ten aanzien van de activiteiten van het

bijkantoor, met daarin de resultaten van elke regelmatige beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit die de onderneming heeft uitgevoerd overeenkomstig artikel 45, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG en deze richtsnoeren, en onmiddellijk na een significante verandering in haar risicoprofiel, overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG;

  • c) volledig ingevulde jaarlijkse en driemaandelijkse kwantitatieve templates met betrekking tot activiteiten van het bijkantoor, zoals bepaald in de richtsnoeren 44, 45 en 47, waarin de in de regelmatige rapportage aan de toezichthouder verstrekte informatie nader wordt gespecificeerd en waar nodig wordt aangevuld;
  • d) een kopie van de documenten van de rapportage aan de toezichthouder betreffende de gehele verzekeringsonderneming uit het derde land;
  • e) een samenvatting van eventuele significante bezorgdheden die de toezichthoudende autoriteit van het land van herkomst heeft geuit tegenover de verzekeringsonderneming uit het derde land, in de officiële taal van het land waar het bijkantoor is gevestigd.
  • 1.64 De vereisten die zijn genoemd in de eerste paragraaf van dit richtsnoer, laten onverlet de bevoegdheid van de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst om te eisen dat de verzekeringsonderneming uit het derde land op regelmatige basis andere informatie verstrekt die wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid of op verzoek van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van deze ondernemingen, met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor.
  • 1.65 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de regelmatige rapportage aan de toezichthouder door de verzekeringsonderneming uit het derde land met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor de structuur volgt die is vastgelegd in bijlage XX van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie5 en op samenhangende en informatieve wijze de informatie presenteert die is beschreven in technische bijlage I bij deze richtsnoeren.

Richtsnoer 38 – Rapportage aan de toezichthouder betreffende de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit

  • 1.66 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de rapportage aan de toezichthouder betreffende de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit die is opgesteld door de verzekeringsonderneming uit het derde land met betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor het volgende omvat:
    • a) de kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit en de conclusies die de

5 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1).

  • verzekeringsonderneming uit het derde land uit die resultaten heeft getrokken;
  • b) de methoden en de belangrijkste aannames die zijn gebruikt in de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit;
  • c) informatie over de totale solvabiliteitsbehoeften van het bijkantoor en een vergelijking tussen die solvabiliteitsbehoeften, de wettelijke kapitaalvereisten en het eigen vermogen van het bijkantoor;
  • d) kwalitatieve informatie over de mate waarin kwantificeerbare risico’s van het bijkantoor niet worden weerspiegeld in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor;
  • e) wanneer significante afwijkingen zijn geïdentificeerd, de kwantificeerbare risico’s van het bijkantoor die niet worden weerspiegeld in het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor, naar behoren gekwantificeerd.
  • 1.67 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat in de rapportage aan de toezichthouder betreffende de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit die is opgesteld door de verzekeringsonderneming uit het derde land ten aanzien van activiteiten van het bijkantoor ook alle risico’s ten aanzien van andere activiteiten van de verzekeringsonderneming uit het derde land zijn opgenomen die van materiële invloed kunnen zijn op de activiteiten van het bijkantoor.

Richtsnoer 39 – Valuta

  • 1.68 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land datapunten met het datatype ‘monetair’ rapporteert in de rapportagevaluta; dit houdt in dat andere valuta’s moeten worden omgerekend naar de rapportagevaluta, tenzij anders is aangegeven in de instructies van bijlage II van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie of van bijlage IV van deze richtsnoeren.
  • 1.69 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij de waarde van een actief of passief van een bijkantoor dat in een andere valuta luidt dan de rapportagevaluta, uitdrukt, deze waarde naar de rapportagevaluta converteert tegen de slotkoers op de laatste dag waarop de desbetreffende koers beschikbaar is in de rapportageperiode waarop het actief of passief van het bijkantoor betrekking heeft.
  • 1.70 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij de waarde van inkomsten of uitgaven uitdrukt, deze waarde naar de rapportagevaluta converteert op dezelfde basis als die welke wordt gebruikt in de boekhouding.
  • 1.71 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij bedragen

omrekent naar de rapportagevaluta, de toe te passen wisselkoers aan dezelfde bron ontleent als die welke wordt gebruikt voor de jaarrekening van de onderneming in het geval van individuele rapportage.

Richtsnoer 40 - Materialiteit van informatie

1.72 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat verzekeringsondernemingen uit derde landen informatie waarvan weglating of onjuiste weergave invloed zou kunnen hebben op haar besluitvorming of oordeel, als materieel beschouwen.

Communicatiemiddelen

Richtsnoer 41 – Rapportagemiddelen

1.73 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de regelmatige rapportage voor de toezichthouder betreffende de activiteiten van het bijkantoor, de rapportage voor de toezichthouder over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit betreffende de activiteiten van het bijkantoor, en de relevante kwantitatieve templates in elektronische vorm bij haar indient.

Richtsnoer 42 – Formaten voor rapportage voor de toezichthouder

  • 1.74 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de in deze richtsnoeren genoemde informatie verstrekt in de gegevensuitwisselings- en presentatievormen die zijn vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst of door de groepstoezichthouder, en voldoet aan de volgende specificaties:
    • a) datapunten van het datatype ‘monetair’ worden uitgedrukt in eenheden zonder decimalen, met uitzondering van die in de templates S.06.02, S.08.01, S.08.02 of S.11.01, die worden uitgedrukt in eenheden met twee decimalen;
    • b) datapunten van het datatype ‘percentage’ worden uitgedrukt in eenheden met vier decimalen;
    • c) datapunten van het datatype ‘geheel getal’ worden uitgedrukt in eenheden zonder decimalen.

Richtsnoer 43 - Actualiseringen van rapporten

1.75 Wanneer een significante ontwikkeling gevolgen heeft voor de informatie die is ontvangen van een verzekeringsonderneming uit een derde land, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar zo spoedig mogelijk na het optreden van de significante ontwikkeling een actualisering van die informatie verstrekt. Een dergelijke actualisering kan worden verstrekt in de vorm van wijzigingen op het initiële rapport.

1.76 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat verzekeringsondernemingen uit derde landen iedere significante wijziging van het liquidatiestelsel dat voor het bijkantoor geldt, als een significante ontwikkeling beschouwen.

Kwantitatieve rapportagevereisten voor verzekeringsondernemingen uit derde landen met betrekking tot de activiteiten van een bijkantoor

Richtsnoer 44 - Jaarlijkse kwantitatieve templates voor verzekeringsondernemingen uit derde landen met betrekking tot de activiteiten van een bijkantoor

  • 1.77 Tenzij anders is beslist overeenkomstig richtsnoer 48, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, voor zover van toepassing de volgende gestructureerde informatie over activiteiten van het bijkantoor bij haar indient:

    • a) template S.01.01.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met een overzicht van de ingediende informatie, volgens de instructies van S.01.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • b) template S.01.02.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met algemene basisinformatie over het bijkantoor en een algemeen overzicht van de ingediende informatie, volgens de instructies van S.01.02 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • c) template S.01.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie met basisinformatie over afgezonderde fondsen en matchingopslagportefeuilles, volgens de instructies van S.01.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;
    • d) template S.02.01.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met balansinformatie op basis van zowel de waardering overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG als de waardering overeenkomstig de interne jaarrekening van het bijkantoor voor de activiteiten van het bijkantoor, volgens de instructies van S.02.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • e) template S.02.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de activa en verplichtingen van het bijkantoor per valuta, volgens de instructies van S.02.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;
    • f) template S.02.03.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met aanvullende balansinformatie over het bijkantoor, volgens de instructies van S.02.03 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
  • g) template S.03.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie met algemene informatie over posten buiten de balanstelling, volgens de instructies van S.03.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • h) template S.03.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van ontvangen onbeperkte garanties die de vorm aannemen van posten buiten de balanstelling, volgens de instructies van S.03.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • i) template S.03.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van verstrekte onbeperkte garanties die de vorm aannemen van posten buiten de balanstelling, volgens de instructies van S.03.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • j) template S.05.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over premies, schades en kosten waarbij de in de interne jaarrekening van het bijkantoor gehanteerde waarderings- en opnamegrondslagen worden toegepast voor de activiteiten van het bijkantoor, volgens de instructies van S.05.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • k) template S.05.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over premies, schades en kosten per land waarbij de in de interne jaarrekening van het bijkantoor gehanteerde waarderings- en opnamegrondslagen worden toegepast voor de activiteiten van het bijkantoor, volgens de instructies van S.05.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • l) template S.06.02.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met een lijst van activa per post, volgens de instructies van S.06.02 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;

  • m) template S.06.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met op de doorkijkbenadering gebaseerde informatie voor alle door het bijkantoor uit het derde land aangehouden collectieve beleggingen, volgens de instructies van S.06.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • n) template S.07.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van gestructureerde producten per item, uitsluitend wanneer het bedrag van de gestructureerde producten meer bedraagt dan 5%, gemeten als de als activacategorieën 5 (structured notes) en 6 (door zekerheden gedekte effecten) geclassificeerde activa, zoals gedefinieerd in bijlage V bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, gedeeld door de som van de items C0010/R0070 en C0010/RC0220 van template S.02.01.01, volgens de instructies van S.07.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • o) template S.08.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van open derivatenposities per item, volgens de instructies van S.08.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • p) template S.08.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie met een lijst van tijdens de rapportageperiode gesloten derivatentransacties per item, volgens de instructies van S.08.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • q) template S.09.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de inkomsten, winsten en verliezen gedurende de rapportageperiode, volgens de instructies van S.09.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • r) template S.10.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van uitleningen van effecten en repo’s binnen en buiten de balanstelling, uitsluitend wanneer de waarde van de onderliggende effecten, binnen en buiten de balanstelling, met betrekking waartoe uitleningen van effecten en repo’s zijn gesloten, voor contracten met een vervaldatum na de referentiedatum van de rapportage meer dan 5% bedragen van de totale beleggingen als gerapporteerd bij de items C0010/R0070 en C0010/R0220 van template S.02.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnorm betreffende de templates voor de indiening van informatie, volgens de instructies van S.10.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • s) template S.11.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van als zekerheid aangehouden activa per item, die alle soorten

  • als zekerheid aangehouden activa buiten de balanstelling bevat, volgens de instructies van S.11.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnorm betreffende templates voor de indiening van informatie;

  • t) template S.12.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het levensverzekeringsbedrijf en de SLT-ziekteverzekeringsbranche, per verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, volgens de instructies van S.12.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • u) template S.12.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor levens- en SLTziekteverzekering per land, volgens de instructies van S.12.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • v) template S.13.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de prognose van de toekomstige kasstromen van het levensverzekeringsbedrijf (beste schatting), volgens de instructies van S.13.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • w) template S.14.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, over de analyse van levensverzekeringsverplichtingen, inclusief levensverzekeringsovereenkomsten en lijfrentes van schadeverzekeringsovereenkomsten, per product en per homogene risicogroep van het bijkantoor, volgens de instructies van S.14.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • x) template S.15.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de beschrijving van garanties van variabele lijfrenteverzekeringen per product van het bijkantoor in het kader van het directe verzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.15.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • y) template S.15.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de afdekking van garanties van variabele lijfrenteverzekeringen per product van het bijkantoor in het kader van het directe verzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.15.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • z) template S.16.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over uit schadeverzekeringsverplichtingen voortvloeiende lijfrentes van het bijkantoor in het kader van het directe verzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.16.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor alle verzekeringsbranches waaruit lijfrentes voortvloeien als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, en aanvullend per valuta, uitsluitend wanneer het volgende geldt:

    • i. Indien de beste schatting voor de voorzieningen voor te betalen schades uit hoofde van lijfrentes op gedisconteerde basis met betrekking tot één schadeverzekeringsbranche meer dan 3% uitmaakt van de totale beste schatting voor alle voorzieningen voor te betalen schades uit hoofde van lijfrentes, en dat volgens de volgende uitsplitsing:
      • a) de bedragen voor de rapportagevaluta;
      • b) de bedragen voor elke valuta die meer dan 25% uitmaakt van de beste schatting voor de voorzieningen voor te betalen schades uit hoofde van lijfrentes op gedisconteerde basis in de oorspronkelijk valuta met betrekking tot die schadeverzekeringsbranche; en
      • c) de bedragen voor elke valuta die minder dan 25% uitmaakt van de beste schatting voor de voorzieningen voor te betalen schades uit hoofde van lijfrentes (op gedisconteerde basis) in de oorspronkelijk valuta met betrekking tot die schadeverzekeringsbranche, maar meer dan 5% van de totale beste schatting voor alle voorzieningen voor te betalen schades uit hoofde van lijfrentes;
  • aa) template S.17.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het schadeverzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.17.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, per verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • bb) template S.17.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het schadeverzekeringsbedrijf in verband met directe verzekering, per land, volgens de instructies van S.17.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • cc) template S.18.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de prognose van de toekomstige kasstromen van het schadeverzekeringsbedrijf (beste schatting), volgens de instructies van S.18.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • dd) template S.19.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over schades in het schadeverzekeringsbedrijf in de vorm van ontwikkelingsdriehoeken, volgens de instructies van S.19.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor het totaal van elke schadeverzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, en aanvullend per valuta, uitsluitend wanneer het volgende geldt:

    • i. Indien de totale bruto beste schatting voor een schadeverzekeringsbranche meer dan 3% uitmaakt van de totale bruto beste schatting van de voorziening voor te betalen schades, en dat volgens de volgende uitsplitsing:
      • a) de bedragen voor de rapportagevaluta;
      • b) de bedragen voor elke valuta die meer dan 25% uitmaakt van de bruto beste schatting van de voorzieningen voor te betalen schades in de oorspronkelijke valuta met betrekking tot die schadeverzekeringsbranche; en
      • c) de bedragen voor elke valuta die minder dan 25% uitmaakt van de bruto beste schatting voor de voorzieningen voor te betalen schades in de oorspronkelijke valuta met betrekking tot die schadeverzekeringsbranche, maar meer dan 5% van de totale bruto beste schatting voor de voorzieningen voor te betalen schades in de oorspronkelijke valuta;
  • ee) template S.20.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de ontwikkeling van de verdeling van ontstane schades aan het einde van het boekjaar, volgens de instructies van S.20.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • ff) template S.21.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het risicoprofiel van de verdeling van verliezen van het schadeverzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.21.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de

  • templates voor de indiening van informatie, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • gg) template S.21.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de schadeverzekeringstechnische risico’s, volgens de instructies van S.21.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • hh) template S.21.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de schadeverzekeringstechnische risico’s per verzekerd bedrag, volgens de instructies van S.21.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, per verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • ii) template S.22.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het effect van de langetermijngarantie- en overgangsmaatregelen, volgens de instructies van S.22.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • jj) template S.22.04.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de overgangsmaatregel voor de rentevoet, volgens de instructies van S.22.04 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • kk) template S.22.05.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de overgangsmaatregel voor de technische voorzieningen, volgens de instructies van S.22.05 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • ll) template S.22.06.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de overgangsmaatregel voor de technische voorzieningen, volgens de instructies van S.22.06 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • mm)template S.23.01.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, informatie over het eigen vermogen, volgens de instructies van S.23.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;

  • nn) template S.23.03.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, informatie over de jaarlijkse ontwikkelingen in het eigen vermogen, volgens de instructies van S.23.03 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;

  • oo) template S.24.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over door het bijkantoor aangehouden deelnemingen en een overzicht van de berekening van de met deelnemingen in financiële en kredietinstellingen verband houdende aftrek van het eigen vermogen, volgens de instructies van S.24.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • pp) template S.25.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die de standaardformule gebruiken, volgens de instructies van S.25.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • qq) template S.25.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die de standaardformule en een gedeeltelijk intern model gebruiken, volgens de instructies van S.25.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • rr) template S.25.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die een geheel intern model gebruiken, volgens de instructies van S.25.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • ss) template S.26.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, informatie over het marktrisico, volgens de instructies van S.26.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • tt) template S.26.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het tegenpartijkredietrisico, volgens de instructies van S.26.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • uu) template S.26.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het levensverzekeringstechnisch risico, volgens de instructies van S.26.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • vv) template S.26.04.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het ziekteverzekeringstechnisch risico, volgens de instructies van S.26.04 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • ww) template S.26.05.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het schadeverzekeringstechnisch risico, volgens de instructies van S.26.05 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • xx) template S.26.06.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, informatie over het operationele risico, volgens de instructies van S.26.06 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • yy) template S.26.07.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, informatie over de bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste gehanteerde vereenvoudigingen, volgens de instructies van S.26.07 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • zz) template S.27.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.27.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in punt 1.78, onder a) tot en met c);

  • aaa) template S.28.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met

  • het minimumkapitaalvereiste voor bijkantoren die uitsluitend levensof uitsluitend schadeverzekeringsactiviteiten of herverzekeringsactiviteiten verrichten, volgens de instructies van S.28.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • bbb) template S.28.02.01 van bijlage I, met het minimumkapitaalvereiste voor bijkantoren die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten verrichten, volgens de instructies van S.28.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • ccc) template S.29.01.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met informatie over het overschot van activa t.o.v. de verplichtingen tijdens het rapportagejaar, waarin een samenvatting van de voornaamste oorzaken van de variatie wordt verstrekt, volgens de instructies van S.29.01 van bijlage IV van deze richtsnoeren;

  • ddd) template S.29.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het deel van de variatie van het overschot van de activa t.o.v. de verplichtingen tijdens het rapportagejaar dat door beleggingen en financiële verplichtingen kan worden verklaard, volgens de instructies van S.29.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • eee) templates S.29.03.01 en S.29.04.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het deel van de variatie van het overschot van de activa t.o.v. de verplichtingen tijdens het rapportagejaar dat door technische voorzieningen kan worden verklaard, volgens de instructies van S.29.03 en S.29.04 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • fff) template S.30.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over facultatieve dekkingen in het volgende rapportagejaar, waarbij het gaat om informatie over de 10 belangrijkste risico’s wat herverzekerde blootstelling betreft voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 waarvoor van facultatieve herverzekering wordt gebruikgemaakt, volgens de instructies van S.30.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • ggg) template S.30.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over facultatieve dekkingen in het volgende rapportagejaar, waarbij het gaat om informatie over de 10 belangrijkste risico’s wat

herverzekerde blootstelling betreft voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, volgens de instructies van S.30.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • hhh) template S.30.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het programma voor uitgaande herverzekering in het volgende rapportagejaar, waarbij toekomstgerichte informatie wordt verstrekt over herverzekeringscontracten waarvan de geldigheidstermijn het volgende rapportagejaar omvat of overlapt, volgens de instructies van S.30.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • iii) template S.30.04.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het programma voor uitgaande herverzekering in het volgende rapportagejaar, waarbij toekomstgerichte informatie wordt verstrekt over herverzekeringscontracten waarvan de geldigheidstermijn het volgende rapportagejaar omvat of overlapt, volgens de instructies van S.30.04 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • jjj) template S.31.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het aandeel van herverzekeraars, volgens de instructies van S.31.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • kkk) template S.31.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over special purpose vehicles uit het oogpunt van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die risico aan de special purpose vehicles overdraagt, volgens de instructies van S.31.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie.

  • 1.78 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij de in punt 1.77, onder rr) tot en met yy), genoemde informatie betreffende de activiteiten van het bijkantoor verstrekt, de volgende specificaties toepast:

    • a) Indien sprake is van afgezonderde fondsen of matchingopslagportefeuilles, wordt de in deze punten genoemde informatie niet voor het bijkantoor als geheel gerapporteerd.
  • b) Indien een gedeeltelijk intern model wordt gebruikt, wordt de in deze punten genoemde informatie alleen voor de door de standaardformule bestreken risico’s gerapporteerd, tenzij op basis van richtsnoer 49 anders is beslist.

  • c) Indien een geheel intern model wordt gebruikt, wordt de in deze punten genoemde informatie niet gerapporteerd.

  • 1.79 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij de op grond van dit richtsnoer vereiste informatie verstrekt, mutatis mutandis de templates en instructies gebruikt die zijn vastgelegd in de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, tenzij een specifiek punt of onderdeel van een punt van dit richtsnoer verwijst naar de specifieke templates en instructies voor bijkantoren in de bijlagen III en IV bij deze richtsnoeren.

Richtsnoer 45 - Driemaandelijkse templates voor verzekeringsondernemingen uit derde landen

  • 1.80 Tenzij anders is beslist overeenkomstig richtsnoer 48, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land ieder kwartaal de volgende gestructureerde informatie over activiteiten van het bijkantoor bij haar indient, voor zover van toepassing:

    • a) template S.01.01.08 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met een overzicht van de ingediende informatie, waarin bijzonderheden worden verstrekt over de informatie die op elke datum van indiening van rapportage wordt verstrekt, volgens de instructies van S.01.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • b) template S.01.02.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met algemene basisinformatie over de onderneming en een algemeen overzicht van de ingediende informatie, volgens de instructies van S.01.02 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • c) template S.02.01.08 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met balansinformatie op basis van de waardering van activa en passiva overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG, volgens de instructies van S.02.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • d) template S.05.01.02 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over premies, schades en kosten waarbij de in de interne jaarrekening van het bijkantoor gehanteerde waarderings- en opnamegrondslagen worden toegepast, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, volgens de instructies van S.05.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;
  • e) template S.06.02.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met een lijst van activa per post, volgens de instructies van S.06.02 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;

  • f) template S.06.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met de op de doorkijkbenadering gebaseerde informatie voor alle aangehouden collectieve beleggingen, volgens de instructies van S.06.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, uitsluitend wanneer de verhouding tussen de door het bijkantoor van de verzekeringsonderneming uit het derde land aangehouden collectieve beleggingen en de totale beleggingen hoger is dan 30%. Deze verhouding wordt gemeten als item C0010/R0180 van template S.02.01.02, plus instellingen voor collectieve beleggingen in item C0010/R0220 van template S.02.01.02, plus instellingen voor collectieve beleggingen in item C0010/R0090 van template S.02.01.02, gedeeld door de som van de items C0010/R0070 en C0010/RC0220 van template S.02.01.02;

  • g) template S.08.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van open derivatenposities per item, volgens de instructies van S.08.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • h) template S.08.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een lijst van tijdens de rapportageperiode gesloten derivatentransacties per item, volgens de instructies van S.08.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie en met gebruikmaking van de aanvullende identificatiecodes die zijn vermeld in bijlage V en omschreven in bijlage VI bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • i) template S.12.01.02 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het levensverzekeringsbedrijf en voor SLT-ziekteverzekeringsactiviteiten, volgens de instructies van S.12.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • j) template S.17.01.02 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het schadeverzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.17.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor elke

  • verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;

  • k) template S.23.01.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, informatie over het eigen vermogen, volgens de instructies van S.23.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;

  • l) template S.28.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het minimumkapitaalvereiste voor bijkantoren die uitsluitend levens- of uitsluitend schadeverzekeringsactiviteiten of -herverzekeringsactiviteiten verrichten, volgens de instructies van S.28.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • m) template S.28.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het minimumkapitaalvereiste voor verzekeringsondernemingen die zich met zowel levensverzekerings- als schadeverzekeringsactiviteiten bezighouden, volgens de instructies van S.28.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • 1.81 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij de op grond van dit richtsnoer vereiste informatie verstrekt, mutatis mutandis de templates en instructies gebruikt die zijn vastgelegd in de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, tenzij een specifiek punt of onderdeel van een punt van dit richtsnoer verwijst naar de specifieke templates en instructies voor bijkantoren in de bijlagen III en IV van deze richtsnoeren.

Richtsnoer 46 - Toegestane vereenvoudigingen in driemaandelijkse rapportages voor individuele ondernemingen

  • 1.82 Met betrekking tot de in punt 1.82, onder c), van richtsnoer 45 genoemde informatie staat de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst het de verzekeringsonderneming uit het derde land toe zich voor kwartaalmetingen voor een belangrijker deel te baseren op schattingen en schattingsmethoden dan voor de jaarlijkse financiële gegevens.
  • 1.83 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de meetprocedures voor de driemaandelijkse rapportage zodanig opzet dat gewaarborgd is dat de informatie die hieruit voortvloeit, betrouwbaar is en overeenstemt met de normen van Richtlijn 2009/138/EG en dat alle materiële informatie wordt gerapporteerd die van belang is voor een goed begrip van de gegevens.
  • 1.84 Met betrekking tot de in punt 1.82, onder i) en j), van richtsnoer 45 genoemde informatie staat de toezichthoudende autoriteit het de verzekeringsonderneming uit het derde land toe vereenvoudigde methoden te gebruiken bij de berekening van de technische voorzieningen met

betrekking tot de activiteiten van het bijkantoor. Verzekeringsondernemingen uit derde landen mogen met name de risicomarge voor berekeningen die elk kwartaal moeten worden uitgevoerd, afleiden van de uitkomst van een eerdere berekening van de risicomarge zonder dat zij elk kwartaal de risicomarge zelf expliciet hoeven te berekenen.

Richtsnoer 47 - Jaarlijkse kwantitatieve templates voor verzekeringsondernemingen uit derde landen - afgezonderde fondsen

  • 1.85 Tenzij anders is beslist overeenkomstig richtsnoer 48, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land ieder jaar met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor de volgende gestructureerde informatie over materiële afgezonderde fondsen, materiële matchingopslagportefeuilles en het resterende deel bij haar indient, voor zover van toepassing:

    • a) template SR.01.01.07 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met een overzicht van de ingediende informatie, volgens de instructies van S.01.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;
    • b) template SR.12.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het levensverzekeringsbedrijf en de SLT-ziekteverzekeringsbranche, volgens de instructies van S.12.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;
    • c) template SR.17.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de technische voorzieningen voor het schadeverzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.17.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, voor elke verzekeringsbranche als omschreven in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;
    • d) template SR.25.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die de standaardformule gebruiken, volgens de instructies van S.25.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;
    • e) template SR.25.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die de standaardformule en een gedeeltelijk intern model gebruiken, volgens de instructies van
  • S.25.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • f) template SR.25.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die een geheel intern model gebruiken, volgens de instructies van S.25.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • g) template SR.26.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het marktrisico, volgens de instructies van S.26.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • h) template SR.26.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het tegenpartijkredietrisico, volgens de instructies van S.26.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • i) template SR.26.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het levensverzekeringstechnisch risico, volgens de instructies van S.26.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • j) template SR.26.04.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het ziekteverzekeringstechnisch risico, volgens de instructies van S.26.04 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • k) template SR.26.05.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het schadeverzekeringstechnisch risico, volgens de instructies van S.26.05 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • l) template SR.26.06.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met

  • informatie over het operationele risico, volgens de instructies van S.26.06 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • m) template SR.26.07.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste gehanteerde vereenvoudigingen, volgens de instructies van S.26.07 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer;

  • n) template SR.27.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over het rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf, volgens de instructies van S.27.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, en rekening houdend met de specificaties in de punten 1.87 en 1.88 van dit richtsnoer.

  • 1.86 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor in verband met alle materiële afgezonderde fondsen en het resterende deel, jaarlijks template SR.02.01.07 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie bij haar indient, met balansinformatie op basis van zowel de waardering in overeenstemming met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG als de waardering volgens de interne jaarrekening van het bijkantoor, volgens de instructies van S.02.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie.

  • 1.87 Wanneer een gedeeltelijk intern model wordt gebruikt, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de in punt 1.87, onder g) tot en met n), van dit richtsnoer gedefinieerde informatie uitsluitend wordt gerapporteerd met betrekking tot de standaardformule, tenzij anders is beslist op grond van richtsnoer 49.

  • 1.88 Wanneer een geheel intern model wordt gebruikt, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de in punt 1.87, onder g) tot en met n), gedefinieerde informatie niet wordt gerapporteerd.

  • 1.89 Tenzij anders is beslist overeenkomstig richtsnoer 48, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land ieder jaar met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor voor elke materiële matchingportefeuille de volgende informatie bij haar indient, voor zover van toepassing:

    • a) template SR.22.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met
  • informatie over de prognose van de toekomstige kasstromen voor de berekening van de beste schatting per materiële matchingopslagportefeuille, volgens de instructies van S.22.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • b) template SR.22.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met informatie over de matchingopslagportefeuilles per materiële matchingopslagportefeuille, volgens de instructies van S.22.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie.

Richtsnoer 48 - Evenredigheid van de rapportage

1.90 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst overweegt een verzekeringsonderneming uit een derde land geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van enige regelmatige rappportagevereiste uit richtsnoer 44, 45 of 47 wanneer het verstrekken van die informatie een nodeloos zware belasting zou vormen in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die verbonden zijn aan de activiteiten van het bijkantoor.

Richtsnoer 49 – Intern model

1.91 Wanneer de verzekeringsonderneming uit het derde land een intern model gebruikt voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor, zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land rekening houdt met het theoretische solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk materiële afgezonderd fonds, elke materiële matchingportefeuille en het resterende deel, wanneer zij de relevante informatie verstrekt die wordt genoemd in de templates S.25.02.01 en S.25.03.01, zoals overeengekomen met de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit.

Richtsnoer 50 – Gegevenscontroles

1.92 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land, wanneer zij informatie en gegevens verstrekt met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor, voldoet aan de valideringsregels die Eiopa op haar website heeft gepubliceerd.

Frequentie en termijnen

Richtsnoer 51 – Termijnen voor de indiening van de regelmatige rapportage aan de toezichthouder

1.93 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de in richtsnoer 37 genoemde regelmatige rapportage met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor aan de toezichthouder voor het eerst indient ten aanzien van het boekjaar dat op of na 30 juni 2016 maar voor 1 januari 2017 eindigt, en wel uiterlijk 14 weken na het einde van het desbetreffende boekjaar van de onderneming, en vervolgens ten minste elke 3 jaar.

Richtsnoer 52 - Verzoek van de toezichthoudende autoriteit om indiening van de regelmatige rapportage aan de toezichthouder

1.94 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst beslist, met inachtneming van richtsnoer 51, met welke frequentie de verzekeringsonderneming uit het derde land haar regelmatige rapportage aan de toezichthouder met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor moet indienen.

Richtsnoer 53 – Beknopte regelmatige rapportage aan de toezichthouder

1.95 Wanneer de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst overeenkomstig de richtsnoeren 51 en 52 voor een bepaald boekjaar geen regelmatige rapportage aan de toezichthouder met betrekking tot de activiteiten van haar bijkantoor eist, zorgt zij ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar wel een beknopte regelmatige rapportage aan de toezichthouder verstrekt met daarin alle materiële veranderingen die zich hebben voorgedaan ten aanzien van activiteiten en resultaten, governance-systeem, risicoprofiel, waardering ten behoeve van solvabiliteit, en kapitaalbeheer ten aanzien van de activiteiten van het bijkantoor tijdens de rapportageperiode, en dat zij een beknopte toelichting geeft op de oorzaken en gevolgen van die veranderingen. De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de samenvattende regelmatige rapportage aan de toezichthouder verstrekt met betrekking tot de in richtsnoer 51 genoemde boekjaren en binnen de daar gestelde termijnen.

Richtsnoer 54 – Termijnen voor de indiening van de rapportage aan de toezichthouder over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit

1.96 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de rapportage aan de toezichthouder over de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit ten aanzien van de activiteiten van haar bijkantoor verstrekt binnen 2 weken na voltooiing van de desbetreffende beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit.

Richtsnoer 55 – Termijnen voor de indiening van de jaarlijkse kwantitatieve templates

1.97 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de relevante jaarlijkse kwantitatieve templates als genoemd in de richtsnoeren 44 en 47 uiterlijk 14 weken na het einde van het desbetreffende boekjaar van de onderneming verstrekt.

Richtsnoer 56 – Termijnen voor de indiening van de driemaandelijkse kwantitatieve templates

1.98 De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de relevante driemaandelijkse kwantitatieve templates als genoemd in richtsnoer 45 uiterlijk 5 weken na het einde van het desbetreffende kwartaal verstrekt.

Overgangsregelingen

Richtsnoer 57 – Overgangsregeling voor informatievereisten

  • 1.99 Ten aanzien van het eerste toepassingsjaar van Richtlijn 2009/138/EG zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de volgende informatie verstrekt, met als referentiedatum de eerste dag van het boekjaar van de verzekeringsonderneming uit het derde land dat op of na 1 januari 2016, maar voor 1 juli 2016 begint:

    • a) template S.01.01.09 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met een overzicht van de ingediende informatie, waarin bijzonderheden worden gegeven over de informatie die op elke datum van indiening wordt verstrekt, volgens de instructies van S.01.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • b) template S.01.02.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met algemene basisinformatie over het bijkantoor en een algemeen overzicht van de ingediende informatie, volgens de instructies van S.01.02 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • c) template S.01.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie met basisinformatie over afgezonderde fondsen en matchingopslagportefeuilles, volgens de instructies van S.01.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;
    • d) template S.02.01.08 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met balansinformatie op basis van zowel de waardering overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG als de waardering in de interne jaarrekening voor de activiteiten van het bijkantoor, volgens de instructies van S.02.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • e) template S.23.01.07 van bijlage III bij deze richtsnoeren, met informatie over het eigen vermogen, volgens de instructies van S.23.01 van bijlage IV bij deze richtsnoeren;
    • f) template S.25.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die de standaardformule gebruiken, volgens de instructies van S.25.01 van bijlage II bij de
  • technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • g) template S.25.02.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die de standaardformule en een gedeeltelijk intern model gebruiken, volgens de instructies van S.25.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • h) template S.25.03.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het solvabiliteitskapitaalvereiste voor bijkantoren die een geheel intern model gebruiken, volgens de instructies van S.25.03 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • i) template S.28.01.01 van bijlage I bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie, met het minimumkapitaalvereiste voor bijkantoren die uitsluitend levens- of uitsluitend schadeverzekeringsactiviteiten of -herverzekeringsactiviteiten verrichten, volgens de instructies van S.28.01 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • j) template S.28.02.01 van bijlage I, met het minimumkapitaalvereiste voor bijkantoren die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten verrichten, volgens de instructies van S.28.02 van bijlage II bij de technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de templates voor de indiening van informatie;

  • 1.100Ten aanzien van het eerste toepassingsjaar van Richtlijn 2009/138/EG zorgt de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar ook, afzonderlijk voor elke materiële klasse van activa en passiva van het bijkantoor, en kwalitatieve uitleg verstrekt over de belangrijkste verschillen tussen de in de openingswaardering gerapporteerde cijfers en de cijfers die zijn berekend overeenkomstig het daarvóór geldende solvabiliteitsstelsel.

Richtsnoer 58 – Termijn voor de indiening van de informatie in het kader van de overgangsregeling

1.101De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt ervoor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de volgens richtlijn 57 vereiste informatie uiterlijk 20 weken na de in het richtsnoer genoemde referentiedatum verstrekt.

Richtsnoer 59 – Termijn voor de indiening van de regelmatige rapportage aan de toezichthouder in het kader van de overgangsregeling

1.102Wanneer de toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst overeenkomstig richtsnoer 52 in een boekjaar eist dat een regelmatige rapportage aan de toezichthouder met betrekking tot de activiteiten van een bijkantoor van een verzekeringsonderneming uit een derde land wordt verstrekt, zorgt die autoriteit er in de eerste drie jaar van de toepassing van Richtlijn 2009/138/EG voor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land de rapportage die rapportage binnen de volgende termijnen verstrekt:

  • a) voor de regelmatige rapportage aan de toezichthouder met betrekking tot activiteiten van het bijkantoor over het boekjaar dat eindigt op of na 1 januari 2016 maar voor 1 januari 2017, uiterlijk 20 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming;
  • b) voor de regelmatige rapportage aan de toezichthouder met betrekking tot activiteiten van het bijkantoor over het boekjaar dat eindigt op of na 1 januari 2017 maar voor 1 januari 2018, uiterlijk 18 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming;
  • c) voor de regelmatige rapportage aan de toezichthouder met betrekking tot activiteiten van het bijkantoor over boekjaren die eindigen op of na 1 januari 2018 maar voor 1 januari 2019, uiterlijk 16 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming.

Richtsnoer 60 – Termijn voor de indiening van de jaarlijkse kwantitatieve templates in het kader van de overgangsregeling

  • 1.103De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt er in de eerste drie jaar van de toepassing van Richtlijn 2009/138/EG voor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de relevante in richtsnoer 44 genoemde kwantitatieve templates binnen de volgende termijnen verstrekt:
    • a) voor de jaarlijkse kwantitatieve templates over het boekjaar dat eindigt op of na 30 juni 2016 maar voor 1 januari 2017, uiterlijk 20 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming;
    • b) voor de jaarlijkse kwantitatieve templates over het boekjaar dat eindigt op of na 1 januari 2017 maar voor 1 januari 2018, uiterlijk 18 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming;
    • c) voor de jaarlijkse kwantitatieve templates over het boekjaar dat eindigt op of na 1 januari 2018 maar voor 1 januari 2019, uiterlijk 16 weken na het einde van het boekjaar van de onderneming.

Richtsnoer 61 – Termijnen voor de indiening van de driemaandelijkse kwantitatieve templates

  • 1.104De toezichthoudende autoriteit van het land van ontvangst zorgt er in de eerste drie jaar van de toepassing van Richtlijn 2009/138/EG voor dat de verzekeringsonderneming uit het derde land haar de relevante in richtsnoer 45 genoemde driemaandelijkse kwantitatieve templates binnen de volgende termijnen verstrekt:
    • a) voor de driemaandelijkse kwantitatieve templates over ieder kwartaal dat eindigt op of na 1 september 2016 maar voor 1 januari 2017, uiterlijk 8 weken na het einde van het kwartaal;
    • b) voor de driemaandelijkse kwantitatieve templates over ieder kwartaal dat eindigt op of na 1 januari 2017 maar voor 1 januari 2018, uiterlijk 7 weken na het einde van het kwartaal;
    • c) voor de driemaandelijkse kwantitatieve templates over ieder kwartaal dat eindigt op of na 1 januari 2018 maar voor 1 januari 2019, uiterlijk 6 weken na het einde van het kwartaal.

Nalevings- en rapportageregels

  • 1.105Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopaverordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven.
  • 1.106Bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.
  • 1.107Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor niet-naleving op.
  • 1.108Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.

Slotbepaling inzake herzieningen

1.109 Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.