Home / Acts & Regulations / Solvency II Guidelines / Richtsnoeren voor de toepassing van de module levensverzekeringstechnisch risico

Richtsnoeren voor de toepassing van de module levensverzekeringstechnisch risico

Download PDF

EIOPA-BoS-14/175 NL

Richtsnoeren voor de toepassing van de module levensverzekeringstechnisch risico

Inleiding

  • 1.1. In overeenstemming met artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot vaststelling van een Europese toezichthoudende autoriteit (hierna “de Eiopa-verordening” genoemd)1 vaardigt Eiopa richtsnoeren uit voor de toepassing van de module levensverzekeringstechnisch risico.
  • 1.2. De richtsnoeren hebben betrekking op artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (hierna “Solvabiliteit II”)2 , evenals op de artikelen 137, 138 en 139 van de uitvoeringsmaatregelen3 .
  • 1.3. Deze richtsnoeren zijn gericht tot de toezichthoudende autoriteiten in het kader van Solvabiliteit II.
  • 1.4. Deze richtsnoeren beogen de convergentie van praktijken tussen de lidstaten te faciliteren en ondernemingen te ondersteunen bij de berekening van hun solvabiliteitskapitaalvereiste voor levensverzekeringstechnisch risico in het kader van Solvabiliteit II.
  • 1.5. Deze richtsnoeren geven aanwijzingen over welke cijfers voor onmiddellijke permanente stijging c.q. daling moeten worden gehanteerd om het kapitaalvereiste te berekenen voor de module levensverzekeringstechnisch risico waarnaar wordt verwezen in artikel 105, lid 3, van Solvabiliteit II. Zij richten zich op de:
    • (a) ondermodule sterfterisico bedoeld in artikel 105, lid 3, onder a), van Solvabiliteit II en in artikel 137 van de uitvoeringsmaatregelen;
    • (b) ondermodule langlevenrisico bedoeld in artikel 105, lid 3, onder b), van Solvabiliteit II en in artikel 138 van de uitvoeringsmaatregelen;
    • (c) ondermodule invaliditeits- en morbiditeitsrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder c), van Solvabiliteit II en in artikel 139 van de uitvoeringsmaatregelen.
  • 1.6. Richtsnoer 5 geeft aan hoe ondernemingen het kapitaalvereiste voor een invaliditeits- en morbiditeitsrisico dienen te berekenen in geval van een contract dat meerdere gradaties van invaliditeit toestaat. Het beoogt ondernemingen te helpen met het correct vaststellen van de overgangspercentages die voor het berekenen van technische voorzieningen in een stress-situatie moeten worden gehanteerd.
  • 1.7. Indien begrippen niet in deze richtsnoeren worden gedefinieerd, hebben zij de betekenis zoals vastgelegd in de rechtshandelingen waarnaar in de inleiding wordt verwezen.
  • 1.8. De richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 1 april 2015.

1 PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48-83.

2 PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1-155.

3 PB L 12 van 17.01.2015, blz. 1-797.

Richtsnoer 1 — Toename van het sterftecijfer

1.9. Ondernemingen passen de toename van het sterftecijfer bedoeld in artikel 137 van de uitvoeringsmaatregelen toe ongeacht welke tijdseenheid (jaarlijks, maandelijks, enz.) daarbij gehanteerd wordt en op welk punt de toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de technische voorzieningen zonder risicomarge. Na de toename mag het cijfer geen waarde hoger dan 1 hebben.

Richtsnoer 2 — Daling van het sterftecijfer

1.10. Ondernemingen passen de daling van het sterftecijfer bedoeld in artikel 138 van de uitvoeringsmaatregelen toe ongeacht welke tijdseenheid (jaarlijks, maandelijks, enz.) daarbij gehanteerd wordt en op welk punt de daling van het sterftecijfer tot een daling van de technische voorzieningen zonder risicomarge.

Richtsnoer 3 — Toename van het invaliditeits- en morbiditeitspercentage

1.11. Ondernemingen passen de toename van het invaliditeits- en morbiditeitspercentage bedoeld in artikel 139, onder a) en b), van de uitvoeringsmaatregelen toe, ongeacht welke tijdseenheid (jaarlijks, maandelijks, enz.) daarbij wordt gehanteerd. Na de toename mogen de invaliditeits- en morbiditeitscijfers geen waarde hoger dan 1 hebben.

Richtsnoer 4 — Daling van het invaliditeits- en morbiditeitspercentage

  • 1.12. Ondernemingen passen de daling van het invaliditeit- en morbiditeitscijfer als bedoeld in artikel 139, onder c), van de uitvoeringsmaatregelen toe ongeacht welke tijdseenheid (jaarlijks, maandelijks, enz.) daarbij gehanteerd wordt.
  • 1.13. Niettegenstaande de voorgaande alinea, passen ondernemingen de daling niet toe op herstelcijfers met een waarde 1. Deze geven louter het feit weer dat de betaling van uitkeringen wordt gestaakt na een contractueel vastgestelde termijn.

Richtsnoer 5 — Multi-statusgaranties

  • 1.14. Indien de overgangscijfers tussen de verschillende gezondheidsstatussen in de berekening van technische voorzieningen worden meegenomen, beschouwen ondernemingen voor de berekening van het kapitaalvereiste voor invaliditeitsen morbiditeitsrisico bedoeld in artikel 139 van de uitvoeringsmaatregelen alle cijfers voor de overgang van een lichtere naar een zwaardere status als invaliditeits- en morbiditeitscijfers en alle cijfers voor de overgang naar een lichtere status (met inbegrip van de status “gezond”) als herstel van invaliditeit en morbiditeit, ongeacht de huidige status van de verzekeringnemer waarvoor een technische voorziening wordt berekend.
  • 1.15. Alleen de persistentiecijfers moeten worden aangepast om ervoor te zorgen dat na de onmiddellijke permanente verandering de som van de overgangscijfers van de ene gezondheidsstatus naar de andere nog steeds 1 is.

Nalevings- en rapportageregels

  • 1.16. .Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven
  • 1.17. Bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.
  • 1.18. Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor niet-naleving op.
  • 1.19. Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.

Slotbepaling inzake herzieningen

1.20. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.