gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector
Download PDFGemeenschappelijke richtsnoeren inzake de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector
Status van deze gemeenschappelijke richtsnoeren
Dit document bevat gemeenschappelijke richtsnoeren die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie; Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie; en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (‘de ESA-verordeningen’). Artikel 16, lid 3, van de ESA-verordeningen bepaalt dat de bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om aan de richtsnoeren te voldoen.
De gemeenschappelijke richtsnoeren bevatten het standpunt van de Europese toezichthoudende autoriteiten over wat passende toezichtpraktijken binnen het Europees systeem voor financieel toezicht zijn en hoe het recht van de Unie op een bepaald gebied dient te worden toegepast. Bevoegde autoriteiten voor wie de gemeenschappelijke richtsnoeren gelden, dienen hieraan te voldoen door ze op passende wijze in hun toezichtpraktijken te integreren (bijvoorbeeld door wijziging van hun rechtskader of hun toezichtprocessen), ook in gevallen waarin de gemeenschappelijke richtsnoeren primair tot financiële instellingen zijn gericht.
Kennisgevingsverplichtingen
Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van de ESA-verordeningen stellen bevoegde autoriteiten de betrokken ESA binnen twee maanden na de bekendmaking van de vertalingen ervan in kennis of zij aan de richtsnoeren voldoen of voornemens zijn deze op te volgen, of, indien dat niet het geval is, wat de redenen van de niet-naleving zijn. Bevoegde autoriteiten die bij het verstrijken van deze termijn niet hebben gereageerd, worden door de betrokken ESA geacht niet aan de richtsnoeren te hebben voldaan. De kennisgevingen dienen te worden gestuurd naar compliance@eba.europa.eu, JointQHGuidelines.compliance@eiopa.europa.eu en compliance.jointcommittee@esma.europa.eu met het kenmerk ‘JC/GL/2016/01’. Een model voor kennisgevingen is beschikbaar op de websites van de ESA’s.
Kennisgevingen dienen te worden ingezonden door personen die bevoegd zijn om namens hun bevoegde autoriteit mede te delen of al dan niet aan de richtsnoeren wordt voldaan.
Kennisgevingen worden overeenkomstig artikel 16, lid 3, op de websites van de Europese Toezichthoudende Autoriteiten bekendgemaakt.
Titel I – Onderwerp, toepassingsgebied en definities
1. Onderwerp
Deze richtsnoeren beogen een verduidelijking van de door de bevoegde autoriteiten toe te passen procedurele regels en beoordelingscriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector.
2. Toepassingsgebied en -niveau
Deze richtsnoeren gelden voor de bevoegde autoriteiten bij hun prudentiële beoordeling van verwervingen of vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in doelondernemingen.
3. Definities
(i) ‘bevoegde autoriteit’ betekent een van de volgende autoriteiten:
3.1 In deze richtsnoeren gelden de volgende definities:
- (a) de bevoegde autoriteiten aangewezen in artikel 4, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1093/20101 tot oprichting van de Europese Bankautoriteit (de ‘EBA’);
- (b) de bevoegde autoriteiten aangewezen in artikel 4, lid 2, punt i), van Verordening (EU) nr. 1094/20102 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) (‘EIOPA’), te weten de toezichthoudende autoriteiten omschreven in Richtlijn 2009/138/EG3 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
1 Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
2 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
3 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
- (c) de bevoegde autoriteiten aangewezen in artikel 4, lid 3, onder i), van Verordening (EU) nr. 1095/20104 tot oprichting van een Europese Autoriteit voor effecten en markten (‘ESMA’), zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 22), van Richtlijn 2004/39/EG5 betreffende markten voor financiële instrumenten en, met ingang van 3 januari 2017, in artikel 4, lid 1, onder 26), van Richtlijn 2014/65/EU6 betreffende markten voor financiële instrumenten en in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 648/20127 betreffende otcderivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters;
- (ii) ‘zeggenschap’ betekent de relatie tussen een moederonderneming en een dochteronderneming zoals gedefinieerd en bepaald overeenkomstig de criteria vermeld in artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU8 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen – welke criteria door doeltoezichthouders, met het oog op de toepassing van deze richtsnoeren, ook buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU moeten worden toegepast – of een soortgelijke relatie tussen een natuurlijke persoon of rechtspersoon en een onderneming;
- (iii) ’leidinggevend orgaan’ heeft de aan deze term gegeven betekenis in artikel 3, lid 1, punt 7), van Richtlijn 2013/36/EU9 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentiële toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen;
- (iv) ’leidend orgaan in zijn toezichthoudende functie’ heeft de aan deze term gegeven betekenis in artikel 3, lid 1, punt 8), van Richtlijn 2013/36/EU;
- (v) ‘kandidaat-verwerver’ betekent een natuurlijke persoon of rechtspersoon die alleen of tezamen met een of meer andere in overleg met hem handelende personen voornemens is om rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in een doelonderneming te verwerven of te vergroten;
- (vi) ‘gekwalificeerde deelneming’ heeft de aan deze term gegeven betekenis in artikel 4, lid 1, punt 36), van Verordening (EU) nr. 575/201310 en in artikel 13, punt 21), van Richtlijn
5 Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).
4 Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
6 Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
7 Verordening (EU) 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).
8 Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
9 Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentiële toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
10 Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
2009/138/EG, te weten ‘het in een onderneming, rechtstreeks of onrechtstreeks, bezitten van 10 % of meer van het kapitaal of van de stemrechten, dan wel van een percentage dat het mogelijk maakt invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van deze onderneming’;
- (vii)‘sectorale richtlijnen en verordeningen’ betekent de volgende richtlijnen en verordeningen tezamen:
- (a) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentiële toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
- (b) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
- (c) Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters;
- (d) Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
- (e) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; en
- (f) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;
- (viii) ‘aandeelhouder’ of ‘vennoot’ betekent een persoon die aandelen in de doelonderneming bezit, of, afhankelijk van de rechtsvorm van een instelling, andere eigenaren of vennoten van de doelonderneming;
- (ix) ‘doeltoezichthouder’ betekent de in punt i) omschreven bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de doelonderneming;
- (x) ‘doelonderneming’ of ‘financiële instelling’ betekent een van de volgende instellingen of ondernemingen: een kredietinstelling (zoals omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013), een beleggingsonderneming (zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1) van Richtlijn 2014/65/EU), een verzekeringsonderneming (zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 1), van Richtlijn 2009/138/EG), een herverzekeringsonderneming (zoals gedefinieerd in artikel 13, punt 4, van Richtlijn 2009/138/EG) en een centrale tegenpartij (zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1) van Verordening (EU) nr. 648/2012); en
(xi) ‘als gelijkwaardig beschouwde derde landen’ betekent, voor de toepassing van de prudentiële beoordelingscriteria vermeld in deel 10, 11, 12 en 13 van deze richtsnoeren, die niet-EU-landen waar gereguleerde financiële instellingen onderworpen zijn aan een toezichtstelsel dat gelijkwaardig wordt geacht op grond van de voorwaarden genoemd in de sectorale richtlijnen en verordeningen.
Titel II – Voorgenomen verwerving van een gekwalificeerde deelneming en samenwerking tussen bevoegde autoriteiten
Hoofdstuk 1 – Algemene concepten
4. In overleg met elkaar handelen
-
4.1 Voor het doel van de sectorale richtlijnen en verordeningen dienen doeltoezichthouders natuurlijke personen of rechtspersonen die besluiten een gekwalificeerde deelneming te verwerven of te vergroten overeenkomstig een expliciete of impliciete overeenkomst tussen hen te beschouwen als in overleg met elkaar handelende personen, met inachtneming van de andere relevante bepalingen van deze richtsnoeren en in het bijzonder paragrafen 4.2 tot en met 4.12. Het enkele feit dat een of meer van dergelijke personen passief zijn, mag doeltoezichthouders niet beletten om te concluderen dat bepaalde personen in overleg met elkaar handelen, aangezien inactiviteit kan bijdragen tot het scheppen van de voorwaarden voor een verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming of voor de uitoefening van invloed op de doelonderneming.
-
4.2 De doeltoezichthouder houdt rekening met alle relevante elementen om per geval vast te stellen of bepaalde partijen in overleg met elkaar handelen, waardoor zou zijn voldaan aan de eisen voor kennisgeving aan de doeltoezichthouder en een prudentiële beoordeling van een voorgenomen verwerving.
-
4.3 Wanneer bepaalde personen in overleg met elkaar handelen, tellen doeltoezichthouders hun deelnemingen bij elkaar op om te bepalen of dergelijke personen een gekwalificeerde deelneming verwerven of een bepaalde relevante drempel uit de sectorale richtlijnen en verordeningen overschrijden.
-
4.4 Elk van de betrokken personen, of één persoon namens de rest van de groep in overleg met elkaar handelende personen, stelt de doeltoezichthouder in kennis van de betreffende verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming.
-
4.5 Wanneer geen kennisgeving waaruit blijkt dat bepaalde personen in overleg met elkaar handelen, bij de doeltoezichthouder is ingediend, mag dit laatstgenoemde niet beletten om te onderzoeken of dergelijke personen feitelijk in overleg met elkaar handelen. Als indicatoren dat personen mogelijk in overleg met elkaar handelen, let de doeltoezichthouder op de in paragraaf 4.6 vermelde factoren, die geen uitputtende lijst vormen. Het feit dat een bepaalde factor zich voordoet, leidt op zichzelf niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie dat de betreffende personen in overleg met elkaar handelen.
-
4.6 Met het oog op de beoordeling of bepaalde personen in overleg met elkaar handelen, let de doeltoezichthouder in het bijzonder op de volgende factoren:
- (a) aandeelhoudersovereenkomsten en overeenkomsten inzake corporate governance (echter met uitzondering van zuivere aandelenkoopovereenkomsten, overeenkomsten inzake volgrechten en -plichten en zuivere wettelijke voorkeursrechten); en
-
(b) ander bewijs van samenwerking, zoals:
- (1) het bestaan van familierelaties;
- (2) of de kandidaat-verwerver een directiefunctie bekleedt of lid is van een leidinggevend orgaan of van een leidend orgaan in zijn toezichthoudende functie van de doelonderneming of tot benoeming van een dergelijke persoon in staat is;
- (3) de relatie tussen ondernemingen in dezelfde groep (echter met uitzondering van de situaties die voldoen aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 12, lid 4, dan wel artikel 12, lid 5, van Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, en daaropvolgende wijzigingen);
- (4) het gebruik door verschillende personen van dezelfde bron van financiering voor de verwerving of vergroting van deelnemingen in de doelonderneming; en
- (5) consistent stemgedrag door de betreffende aandeelhouders.
-
4.7 De doeltoezichthouder mag het stelsel inzake de kennisgeving en prudentiële beoordeling van verwervingen of vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen niet zodanig toepassen dat samenwerking tussen aandeelhouders die gericht is op goede corporate governance wordt belemmerd.
-
4.8 De doeltoezichthouder voert bij het bepalen of samenwerkende aandeelhouders in overleg met elkaar handelen een individuele analyse uit en beoordeelt elke zaak op zijn eigen merites. Indien er naast de betrokkenheid van de aandeelhouders bij de in paragraaf 4.9 vermelde activiteiten in een bepaald geval sprake is van feiten die aangeven dat de aandeelhouders als in overleg met elkaar handelende personen moeten worden beschouwd, dan houdt de doeltoezichthouder met deze feiten rekening. Er kunnen bijvoorbeeld feiten ten aanzien van de relatie tussen de aandeelhouders, hun doelstellingen, hun handelingen of de resultaten van hun handelingen zijn die suggereren dat hun samenwerking inzake een in paragraaf 4.9 genoemde activiteit niet uitsluitend een uiting van een gemeenschappelijke aanpak is, maar een element van een bredere overeenkomst of afspraak tussen de aandeelhouders vormt.
-
4.9 Wanneer aandeelhouders overeenkomstig het nationale recht en, in voorkomend geval, het EUrecht samenwerken of een van de activiteiten uit de niet-uitputtende lijst hieronder verrichten, mag de doeltoezichthouder op grond van die enkele samenwerking niet concluderen dat zij in overleg met elkaar handelen:
- (a) aanknopen van gesprekken met elkaar over mogelijke zaken die bij het leidinggevende orgaan van de vennootschap aan de orde moeten worden gesteld;
- (b) opmerkingen bij het leidinggevend orgaan van de vennootschap over het beleid of de praktijken van de onderneming of bepaalde handelingen die de onderneming mogelijk overweegt te verrichten;
- (c) uitoefening, anders dan met betrekking tot de benoeming van de leden van het leidinggevend orgaan, van de wettelijke rechten van de aandeelhouders op:
- (1) toevoeging van onderwerpen aan de agenda van een algemene vergadering;
- (2) indiening van ontwerpresoluties voor zaken die op de agenda van algemene vergadering zijn of moeten worden opgenomen; of
- (3) bijeenroeping van een algemene vergadering, anders dan de jaarlijkse algemene vergadering;
-
(d) anders dan inzake een resolutie voor de benoeming van de leden van het leidinggevend orgaan en, voor zover het nationale ondernemingsrecht in een dergelijke resolutie voorziet, afspreken om op een bepaalde wijze te stemmen over een aan de algemene vergadering voorgelegde resolutie, bijvoorbeeld:
- (1) goedkeuring of weigering van:
i.een voorstel inzake de beloning van directieleden;
ii.een verwerving of vervreemding van activa;
iii.een kapitaalvermindering en/of aandelenterugkoop;
iv.een kapitaalverhoging;
v.een dividenduitkering;
vi.de benoeming, het ontslag of de beloning van accountants;
vii.de benoeming van een speciale onderzoeker;
viii.de financiële overzichten van de vennootschap; of
ix.het vennootschapsbeleid inzake het milieu of enige andere kwestie met betrekking tot sociale verantwoordelijkheid of de naleving van erkende standaarden of gedragscodes; of
- (2) weigering van een transactie tussen verbonden partijen.
- 4.10 Indien aandeelhouders samenwerken door een niet in paragraaf 4.9 genoemde activiteit te verrichten, mag de doeltoezichthouder aan dat feit op zichzelf niet de betekenis toekennen dat die personen als in overleg met elkaar handelende personen moeten worden beschouwd.
- 4.11 Bij de beoordeling van gevallen van samenwerking tussen aandeelhouders met betrekking tot de benoeming van de leden van het leidinggevend orgaan houden doeltoezichthouders, naast een onderzoek van de in paragraaf 4.8 beschreven feiten (met inbegrip van de relatie tussen de betreffende aandeelhouders en hun handelen), ook rekening met andere feiten, zoals:
- (a) de aard van de relatie tussen de aandeelhouders en het voorgestelde lid of de voorgestelde leden van het leidinggevend orgaan;
- (b) het aantal voorgestelde leden van het leidinggevend orgaan waarover op grond van een stemovereenkomst wordt gestemd;
- (c) of de aandeelhouders bij meer dan een gelegenheid hebben samengewerkt met betrekking tot de benoeming van leden van het leidinggevend orgaan;
- (d) of aandeelhouders niet simpelweg samen stemmen, maar ook gezamenlijk een resolutie indienen voor de benoeming van bepaalde leden van het leidinggevend orgaan; en
- (e) of de benoeming van het voorgestelde lid of de voorgestelde leden van het leidinggevend orgaan zal leiden tot een verschuiving van het machtsevenwicht in dat leidinggevend orgaan.
- 4.12 Teneinde twijfel te voorkomen mag de uitleg van het in deze richtsnoeren vermelde begrip ‘in overleg met elkaar handelen’ uitsluitend worden toegepast bij de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector die
overeenkomstig de sectorale richtlijnen en verordeningen moet worden uitgevoerd en die geen gevolgen mag hebben voor de uitleg van hetzelfde begrip in andere EU-wetgevingshandelingen, zoals Richtlijn 2004/25/EG betreffende het openbaar overnamebod.
5. Invloed van betekenis
- 5.1 Op grond van de sectorale richtlijnen en verordeningen zijn voor een voorgenomen verwerving of vergroting van een deelneming van minder dan 10% van het kapitaal of de stemrechten van de doelonderneming een voorafgaande kennisgeving en prudentiële beoordeling vereist, indien die deelneming de kandidaat-verwerver de mogelijkheid zou bieden een invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de doelonderneming, ongeacht of een dergelijke invloed daadwerkelijk wordt uitgeoefend. Om te beoordelen of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, let de doeltoezichthouder op verschillende factoren, zoals de eigendomsstructuur van de doelonderneming en het daadwerkelijke niveau van betrokkenheid van de kandidaat-verwerver bij het bestuur van de doelonderneming.
- 5.2 De doeltoezichthouder let op de volgende niet-uitputtende lijst van factoren om te beoordelen of een voorgenomen verwerving van een deelneming de kandidaat-verwerver de mogelijkheid zou bieden invloed van betekenis op de bedrijfsvoering van de doelonderneming uit te oefenen:
- (a) het bestaan van regelmatige transacties van betekenis tussen de kandidaatverwerver en de doelonderneming;
- (b) de relatie van elke vennoot of aandeelhouder met de doelonderneming;
- (c) eventuele aanvullende rechten van de kandidaat-verwerver op de doelonderneming op grond van een gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten of andere oprichtingsdocumenten van de doelonderneming;
- (d) is de kandidaat-verwerver lid van, of heeft hij een vertegenwoordiger of kan hij een vertegenwoordiger benoemen in het leidinggevend orgaan, het leidende orgaan in zijn toezichthoudende functie of een soortgelijk orgaan van de doelonderneming?
- (e) de algemene eigendomsstructuur van de doelonderneming of van een moederonderneming van de doelonderneming, waarbij met name wordt gelet op de vraag of de aandelen of deelnemingen en stemrechten verdeeld zijn over een groot aantal aandeelhouders of vennoten;
- (f) het bestaan van relaties tussen de kandidaat-verwerver en de bestaande aandeelhouders en een eventuele aandeelhoudersovereenkomst die de kandidaatverwerver in staat zou stellen om invloed van betekenis uit te oefenen;
- (g) de positie van de kandidaat-verwerver binnen de groepsstructuur van de doelonderneming; en
- (h) de mogelijkheid van de kandidaat-verwerver om deel te nemen aan de operationele en financieel-strategische besluiten van de doelonderneming.
- 5.3 Met het oog op het bepalen of een invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, let de doeltoezichthouder op alle relevante feiten en omstandigheden.
6. Onrechtstreekse verwervingen van gekwalificeerde deelnemingen
- 6.1 Overeenkomstig de sectorale richtlijnen en verordeningen is een gekwalificeerde deelneming een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in een onderneming die i) ten minste 10% van het kapitaal of van de stemrechten vertegenwoordigt, of ii) de mogelijkheid biedt om invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van die onderneming. De criteria voor de beoordeling of een deelneming een kandidaat-verwerver de mogelijkheid biedt invloed van betekenis uit te oefenen, zijn in hoofdstuk 5 hierboven uiteengezet.
- 6.2 Dit hoofdstuk vermeldt de relevante toetsen voor de beoordeling of een gekwalificeerde deelneming onrechtstreeks wordt verkregen en voor de bepaling van de omvang van die deelneming wanneer:
- (a) een natuurlijke persoon of rechtspersoon een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in een bestaande houder van een gekwalificeerde deelneming verwerft of vergroot; of
- (b) een natuurlijke persoon of rechtspersoon een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming heeft in een persoon die een rechtstreekse deelneming in een doelonderneming verwerft of vergroot.
Voor elke onder a) of b) hierboven vermelde persoon dient eerst het in paragraaf 6.3 beschreven zeggenschapscriterium te worden toegepast. Indien door toepassing daarvan wordt vastgesteld dat de betreffende persoon niet rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap heeft of verwerft over een bestaande houder of een verwerver van een gekwalificeerde deelneming in een doelonderneming, dient vervolgens het in paragraaf 6.6 uiteengezette vermenigvuldigingscriterium ten aanzien van die persoon te worden toegepast. De zeggenschaps- en vermenigvuldigingscriteria worden langs elke tak van de vennootschappelijke keten toegepast op de wijze zoals in dit deel toegelicht.
- 6.3 De eerste stap behelst de toepassing van het begrip zeggenschap en derhalve dienen alle natuurlijke personen of rechtspersonen
- (a) die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap verwerven over een bestaande houder van een gekwalificeerde deelneming in een doelonderneming, ongeacht of die bestaande deelneming rechtstreeks of onrechtstreeks is; of
- (b) die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap hebben over de beoogde rechtstreekse verwerver van een gekwalificeerde deelneming in een doelonderneming
als onrechtstreekse verkrijgers van een gekwalificeerde deelneming te worden beschouwd. In zowel geval a) als geval b) omvatten de onrechtstreekse verwervers de uiteindelijke natuurlijke persoon of personen aan de top van de vennootschappelijke zeggenschapsketen.
6.4 In het in paragraaf 6.3, onder a), omschreven geval, inzake de rechtstreekse of onrechtstreekse verwerving van zeggenschap over een bestaande houder van een gekwalificeerde deelneming, dienen alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap verwerven over een bestaande houder van een gekwalificeerde deelneming, een onrechtstreekse verwerver van een gekwalificeerde deelneming te zijn en de voorafgaande kennisgeving bij de doeltoezichthouder in te dienen. De bestaande houder van de gekwalificeerde deelneming mag niet worden verplicht tot indiening van de voorafgaande kennisgeving. De doeltoezichthouder mag de persoon of personen aan de top van de vennootschappelijke zeggenschapsketen toestaan om de voorafgaande kennisgeving mede namens de tussenliggende houders in te dienen. De omvang van de deelneming van elke aldus geïdentificeerde onrechtstreekse verwerver wordt geacht gelijk te zijn aan de gekwalificeerde deelneming van de bestaande houder waarover zeggenschap wordt verworven.
6.5 In het in paragraaf 6.3, onder b), vermelde geval, inzake de onrechtstreekse verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming door een persoon als gevolg van diens rechtstreekse of onrechtstreekse zeggenschap over de voorgenomen rechtstreekse verwerver van een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming, dienen de aldus geïdentificeerde rechtstreekse verwerver en de onrechtstreekse verwervers een voorafgaande kennisgeving inzake hun voornemen tot verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming bij de doeltoezichthouder in. De doeltoezichthouder mag de persoon of personen aan de top van de vennootschappelijke zeggenschapsketen toestaan om de voorafgaande kennisgeving mede namens de tussenliggende houders in te dienen; dit laat echter de verplichting van de beoogde rechtstreekse verwerver tot indiening van een voorafgaande kennisgeving van zijn eigen verwerving van een gekwalificeerde deelneming bij de doeltoezichthouder onverlet. De omvang van de deelneming van elke onrechtstreekse verwerver wordt geacht gelijk te zijn aan de rechtstreeks verworven gekwalificeerde deelneming.
6.6 De tweede stap geldt indien de toepassing van het in paragraaf 6.3 toegelichte zeggenschapscriterium niet uitwijst dat er onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming is verkregen door de persoon op wie het zeggenschapscriterium wordt toegepast. In dat geval wordt, om te beoordelen of er onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming wordt verkregen, het hieronder geïllustreerde vermenigvuldigingscriterium toegepast. Dit criterium behelst de vermenigvuldiging van de percentages van de deelnemingen in de vennootschappelijke keten, te beginnen bij de rechtstreeks in de doelonderneming gehouden deelneming, die moet worden vermenigvuldigd met de deelneming die op het niveau direct daarboven wordt gehouden (de uitkomst van die vermenigvuldiging is de grootte van de onrechtstreekse deelneming van de laatstgenoemde persoon) en dan verder omhoog in de vennootschappelijke keten, zolang de uitkomst van de vermenigvuldiging minstens 10% blijft. Een gekwalificeerde deelneming wordt geacht onrechtstreeks te zijn verworven:
- (a) door elk van de personen waarvoor de uitkomst van de vermenigvuldiging minstens 10% is; en
- (b) door alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap hebben over de persoon of personen die op grond van de toepassing van het vermenigvuldigingscriterium overeenkomstig punt a) van deze paragraaf 6.6. zijn geïdentificeerd.
6.7 Ongeacht of het zeggenschapscriterium of het vermenigvuldigingscriterium is toegepast, geldt dat indien de onrechtstreekse verwervers onder toezicht staande entiteiten zijn en de doeltoezichthouder reeds in het bezit is van actuele informatie, de doeltoezichthouder van mening kan zijn dat het voldoende is, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, om slechts voor de persoon of personen aan de top van de vennootschappelijke zeggenschapsketen een volledige beoordeling uit te voeren, naast de beoogde rechtstreekse verwerver. Dit laat de verplichting van de betrokken entiteiten tot indiening van een kennisgeving bij de doeltoezichthouder inzake het voornemen om rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling te verwerven of te vergroten onverlet, behoudens de mogelijkheid voor de doeltoezichthouder om de persoon of personen aan de top van de vennootschappelijke zeggenschapsketen toe te staan om de voorafgaande kennisgeving mede namens de tussenliggende houders in te dienen.
6.8 Bijlage II geeft ter verduidelijking een aantal voorbeelden van hoe de bovenstaande criteria in de praktijk toepassing vinden.
7. Besluit tot verwerving
- 7.1 Doeltoezichthouders letten op de volgende niet-uitputtende lijst met elementen om te beoordelen of een besluit tot verwerving is genomen:
- (a) was de kandidaat-verwerver bekend met of, gelet op de informatie waartoe hij toegang zou kunnen hebben gehad, had hij bekend moeten zijn met de verwerving/vergroting van een gekwalificeerde deelneming en de transactie die daartoe aanleiding geeft? En
- (b) was de kandidaat-verwerver in staat invloed uit te oefenen op, of bezwaar te maken tegen de voorgenomen verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming, of de voorgenomen verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming te voorkomen?
- 7.2 Doeltoezichthouders dienen de uitzonderlijke omstandigheden waarin er geen verwervingsbesluit geacht wordt te zijn genomen, restrictief te interpreteren, aangezien de verwerver praktisch altijd een bepaalde handeling zal hebben verricht of nagelaten die heeft bijgedragen tot de omstandigheden waardoor een drempel is overschreden of een deelneming is verworven.
- 7.3 Mochten aandeelhouders onvrijwillig een drempel in de zin van paragraaf 7.2 overschrijden, dan stellen zij de bevoegde autoriteiten daarvan direct na zich hiervan bewust te zijn geworden in kennis, zelfs wanneer zij voornemens zijn het niveau van hun deelneming te verlagen zodat deze weer onder de drempelwaarde valt. Voorbeelden van scenario’s waarin aandeelhouders onvrijwillig een drempel kunnen overschrijden zijn de terugkoop door de financiële instelling van door andere aandeelhouders gehouden aandelen, waardoor een dergelijke drempel rechtstreeks wordt overschreden.
8. Evenredigheidsbeginsel
8.1 Ingevolge de sectorale richtlijnen en verordeningen dient de doeltoezichthouder de prudentiële beoordeling van kandidaat-verwervers overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel uit te voeren. Dit geldt voor i) de intensiteit van de beoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met de vermoedelijke invloed die de kandidaat-verwerver op de doelonderneming kan uitoefenen, en ii) de samenstelling van de vereiste informatie, die in verhouding moet staan tot de aard van de kandidaat-verwerver en van de voorgenomen verwerving. Onverminderd de onder i) en ii) vermelde overwegingen geldt dat het evenredigheidsbeginsel ook van invloed kan zijn op de beoordelingsprocedures die de doeltoezichthouders uitvoeren na de kennisgeving van een voorgenomen verwerving en kan leiden tot enkele procedurele vereenvoudigingen, met name in gevallen van twee of meer kandidaat-verwervers die in overleg met elkaar handelen of van voorgenomen onrechtstreekse verwervingen. De bij de toepassing van het evenredigheidsbeginsel te hanteren criteria omvatten de aard van de kandidaat-verwervers, het doel van de verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming en de mate waarin de kandidaat-verwerver invloed op de doelonderneming kan uitoefenen.
8.2 De doeltoezichthouder moet het soort en de breedte van de informatie die van de kandidaatverwerver wordt verlangd, bepalen met inachtneming van onder meer de aard van de kandidaatverwerver (natuurlijke persoon of rechtspersoon, onder toezicht vallende financiële instelling of andere entiteit, of de financiële instelling al dan niet onder toezicht in de EU of in een gelijkwaardig geacht derde land valt, enz.), de specifieke bijzonderheden van de voorgenomen transactie (transactie binnen een groep of transactie tussen niet tot dezelfde groep behorende personen, enz.), de mate van betrokkenheid van de kandidaat-verwerver bij de bedrijfsvoering van de doelonderneming en de omvang van de te verwerven deelneming.
8.3 Voor wat betreft de reputatie van de kandidaat-verwerver (zoals bedoeld in titel II, paragraaf 3.10) geldt dat hoewel de doeltoezichthouder de integriteit van de kandidaat-verwervers altijd moet beoordelen op basis van dezelfde eisen, ongeacht de invloed op de doelonderneming, de beoordeling van de vakbekwaamheid moet worden versoepeld voor kandidaat-verwervers die niet in een positie zijn om enige invloed op de doelonderneming uit te oefenen of die voornemens zijn om uitsluitend voor passieve beleggingsdoeleinden deelnemingen te verwerven.
8.4 Bij het bepalen van de beoordeling van de financiële soliditeit van een kandidaat-verwerver (zoals bepaald in titel II, paragraaf 3.12) houdt de doeltoezichthouder rekening met de aard van de kandidaat-verwerver alsmede de mate van invloed die de kandidaat-verwerver na de voorgenomen verwerving op de doelonderneming zal hebben. In dit opzicht maakt de toezichthouder, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, onderscheid tussen gevallen waarin zeggenschap over de doelonderneming wordt verworven en gevallen waarin de kandidaat-verwerver waarschijnlijk weinig of geen invloed zal uitoefenen. Indien een kandidaat-verwerver zeggenschap over de doelonderneming verwerft, wordt bij de beoordeling van de financiële soliditeit van de kandidaatverwerver ook gekeken naar het vermogen van de kandidaat-verwerver om, indien nodig, op de middellange termijn meer kapitaal aan de doelonderneming te verstrekken, en de door hem kenbaar gemaakte voornemens ten aanzien van zijn bereidheid tot een dergelijke kapitaalverstrekking.
8.5 Voor transacties binnen een groep past de doeltoezichthouder het evenredigheidsbeginsel als volgt toe:
- de kandidaat-verwerver dient een kennisgeving in te dienen, met vermelding van de op handen zijnde veranderingen in de groep (bijvoorbeeld het gewijzigde groepsorganigram) en de informatie over de nieuwe personen en/of entiteiten in de groep zoals voorgeschreven in de sectorale richtlijnen en verordeningen. Dit betreft de rechtstreekse of onrechtstreekse eigenaren van de gekwalificeerde deelneming alsmede de personen die effectief leiding geven aan het bedrijf van de kandidaat-verwerver;
- de volledige beoordelingsprocedure is slechts noodzakelijk voor de nieuwe personen en/of entiteiten in de groep en de nieuwe groepsstructuur; en
- in geval van een zodanige wijziging in de aard van een gekwalificeerde deelneming dat een onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming een rechtstreeks gehouden gekwalificeerde deelneming wordt en de betreffende houder reeds eerder is beoordeeld, dient de doeltoezichthouder te overwegen om zijn beoordeling te beperken tot de wijzigingen die zich sinds de datum van de laatste beoordeling hebben voorgedaan.
8.6 In bepaalde omstandigheden, zoals bij verwervingen door middel van een openbaar bod, kan de kandidaat-verwerver problemen ondervinden bij het verkrijgen van de informatie die nodig is om een volledig ondernemingsplan op te stellen. Hij informeert dan de doeltoezichthouder over deze moeilijkheden en geeft aan welke aspecten van zijn ondernemingsplan in de nabije toekomst zouden kunnen worden veranderd. Indien de omstandigheden dat rechtvaardigen, mag de doeltoezichthouder zich niet tegen de voorgenomen verwerving verzetten enkel wegens het ontbreken van een deel van de vereiste informatie, waarvan de afwezigheid door de aard van de transactie kan worden verantwoord, indien de verstrekte informatie voldoende lijkt om de vermoedelijke uitkomst van de verwerving voor de doelonderneming te begrijpen en de prudentiële beoordeling uit te voeren, en op voorwaarde dat de kandidaat-verwerver zich verbindt om de ontbrekende informatie zo snel mogelijk na de voltooiing van de verwerving te verstrekken.
Hoofdstuk 2 – Kennisgeving en beoordeling van voorgenomen verwerving
9. Beoordelingsperiode en te verstrekken informatie
- 9.1 Overeenkomstig de sectorale richtlijnen en verordeningen zendt de doeltoezichthouder de kandidaat-verwerver terstond en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving een schriftelijke ontvangstbevestiging. De kennisgeving wordt geacht volledig te zijn, wanneer deze alle informatie bevat die vermeld wordt op de overeenkomstig de wetgeving te publiceren lijst met het oog op de prudentiële beoordeling door de doeltoezichthouder. Deze bevestiging vormt uitsluitend een procedurele stap die betrekking heeft op de formele volledigheid van de kennisgeving en die tot gevolg heeft dat de termijn van 60 werkdagen voor de prudentiële beoordeling begint te lopen, en houdt geen inhoudelijke beoordeling van de verstrekte documentatie door de doeltoezichthouder in. De bevestiging doet geen afbreuk aan het recht van de doeltoezichthouder om, overeenkomstig de sectorale richtlijnen en verordeningen, aanvullende informatie op te vragen en zich tegen de voorgenomen verwerving te verzetten op gronden die voortvloeien uit de prudentiële beoordeling of indien de door de kandidaat-verwerver verstrekte informatie onvolledig wordt geacht. Bij een dergelijke ontvangstbevestiging stelt de doeltoezichthouder de kandidaat-verwerver in kennis van de datum waarop de beoordelingstermijn afloopt.
- 9.2 Indien de kennisgeving onvolledig is, bevestigt de doeltoezichthouder de ontvangst van de kennisgeving binnen twee werkdagen. Zij heeft echter niet de in paragraaf 9.1. vermelde inhoud en gevolgen en de doeltoezichthouder is niet verplicht om bij de ontvangstbevestiging aan te geven welke informatie ontbreekt, maar kan in een afzonderlijke, binnen een redelijke termijn te verzenden brief aangeven welke informatie het betreft. Na ontvangst van alle vereiste stukken bevestigt de doeltoezichthouder de ontvangst van de kennisgeving schriftelijk op grond van, en met de gevolgen en inhoud vermeld in, paragraaf 9.1.
- 9.3 Ter voorkoming van onnodige vertraging bij de kennisgeving van en beoordelingsprocedure voor grote of complexe transacties, worden verwervers aangemoedigd om reeds vóór de notificatie met de doeltoezichthouders in contact te treden.
Grote of complexe transacties zijn bijvoorbeeld:
-
(a) transacties waarbij de kandidaat-verwerver of de doelonderneming een complexe groepsstructuur heeft;
-
(b) grensoverschrijdende transacties;
-
(c) transacties die belangrijke voorgenomen wijzigingen in het ondernemingsplan of de strategie van de doelonderneming met zich meebrengen; en
-
(d) transacties die het gebruik van aanzienlijke schuldfinanciering met zich mee brengen.
De contacten vóór de kennisgeving moeten gericht zijn op de informatie die de doeltoezichthouder nodig heeft om met zijn beoordeling van een verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming te kunnen beginnen. In het geval van grensoverschrijdende transacties waarvoor verschillende kennisgevingen van verwervingen van gekwalificeerde deelnemingen binnen de Europese Unie moeten worden ingediend, wordt de doeltoezichthouder van de moederdoelonderneming in de EU aangemoedigd tot samenwerking en coördinatie met de andere doeltoezichthouders om, waar mogelijk, de kennisgevings- en beoordelingsprocedures op elkaar af te stemmen.
9.4 Op grond van de sectorale richtlijnen en verordeningen moeten de lidstaten een lijst publiceren met informatie die nodig is om de beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen te kunnen uitvoeren. Onverminderd het bepaalde in paragraaf 9.5 bevat bijlage I de aanbevolen lijst met informatie die de bevoegde autoriteiten voor het uitvoeren van de beoordeling moeten verlangen.
9.5 Met betrekking tot bijlage I gelden de volgende regelingen:
-
(a) met ingang van de datum van toepassing van de door de ESMA ontwikkelde technische reguleringsnormen op grond van artikel 10 bis, lid 8, van Richtlijn 2004/39/EG betreffende markten voor financiële instrumenten en artikel 12, lid 8, van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten inzake een uitputtende lijst met door de kandidaat-verwervers te verstrekken informatie, gelden de in bijlage I vermelde eisen niet langer voor verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in beleggingsondernemingen;
-
(b) met ingang van de datum van toepassing van de door de EBA ontwikkelde technische reguleringsnormen op grond van artikel 8, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU betreffende de informatie die voor de vergunningverlening aan kredietinstellingen moet worden verstrekt, wordt aanbevolen dat de lijst met de te verstrekken informatie inzake verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in kredietinstellingen uit het volgende bestaat:
- i. de in deel 7-12 van bijlage I vermelde informatie;
- ii. de informatie die op grond van die technische reguleringsnormen vereist is voor beoogde aandeelhouders of vennoten met gekwalificeerde deelnemingen;
- iii. de informatie die op grond van die technische reguleringsnormen is vereist met betrekking tot leden van het leidinggevend orgaan en personen met een hoge bestuursfunctie die leiding gaan geven aan het bedrijf van de kredietinstelling;
-
(c) tot de datum van toepassing van de onder punt b) vermelde technische reguleringsnormen wordt aanbevolen dat de lijst met te verstrekken informatie inzake verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in kredietinstellingen uit het volgende bestaat:
- i. de in bijlage I, deel 7-12, vermelde informatie; en
- ii. de informatie vermeld in de bijlage bij de gezamenlijke richtsnoeren van de CEBS, CESR en CEIOPS inzake de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector die vereist wordt door Richtlijn 2007/44/EG (CEBS/2008/14; CEIOPS-3L3-19/08; CESR/08-
-
543b), met dien verstande dat de bijlage van de gezamenlijke richtsnoeren van de CEBS, CESR en CEIOPS alleen van toepassing blijft voor de niet door bijlage I bestreken informatie en in elk geval slechts tot de toepassing van de onder b) bedoelde technische normen;
-
(d) met ingang van de datum van toepassing van de door de EIOPA ontwikkelde technische reguleringsnormen op grond van artikel 58, lid 8, van Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) inzake een uitputtende lijst met door de kandidaat-verwervers te verstrekken informatie, zijn de in bijlage 1 vermelde eisen niet langer van toepassing op verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
Hoofdstuk 3 – Beoordelingscriteria voor een voorgenomen verwerving
10. Reputatie van de kandidaat-verwerver – eerste beoordelingscriterium
-
10.1 De beoordeling van de reputatie van de kandidaat-verwerver strekt zich uit tot twee elementen:
- (a) zijn integriteit; en
- (b) zijn vakbekwaamheid.
-
10.2 De integriteitseisen dienen te worden toegepast ongeacht de omvang van de gekwalificeerde deelneming die de kandidaat-verwerver beoogt te verwerven en zijn betrokkenheid bij de bedrijfsvoering of de invloed die hij van plan is op de doelonderneming uit te oefenen. De beoordeling strekt zich ook uit tot de juridische en uiteindelijk rechthebbenden van de kandidaatverwerver.
-
10.3 Daarentegen wordt bij de beoordeling van de vakbekwaamheid rekening gehouden met de invloed die de kandidaat-verwerver op de doelonderneming wil uitoefenen. Dit betekent dat de bekwaamheidseisen overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel worden verlaagd voor kandidaatverwervers die niet in een positie zijn om invloed van betekenis op de doelonderneming uit te oefenen of zich verbinden om geen invloed van betekenis op de doelonderneming uit te oefenen. In dergelijke gevallen moet het bewijs van bestuursbekwaamheid toereikend zijn.
-
10.4 Indien de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is, moet aan de eisen worden voldaan door zowel de rechtspersoon als door alle personen die effectief leiding geven aan het bedrijf van de rechtspersoon, en in elk geval door de personen die voldoen aan de criteria van artikel 3, lid 6, punt a), onder i) of artikel 3, lid 6, punt c) van Richtlijn (EU) 2015/849.
-
10.5 Behoudens paragraaf 10.8 geldt dat aan de eis van vakbekwaamheid over het algemeen geacht wordt te zijn voldaan indien:
- (a) de kandidaat-verwerver een persoon is die reeds voldoende bekwaam wordt geacht in zijn hoedanigheid van houder van een gekwalificeerde deelneming in een andere financiële instelling die onder het toezicht van dezelfde bevoegde toezichthouder of van een andere bevoegde toezichthouder in hetzelfde land of in een andere lidstaat valt;
-
(b) de kandidaat-verwerver een natuurlijke persoon is die reeds leiding geeft aan het bedrijf van dezelfde of een andere financiële instelling die onder het toezicht van dezelfde bevoegde toezichthouder of van een andere bevoegde toezichthouder in hetzelfde land of in een andere lidstaat valt; of
-
(c) de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is die als financiële instelling gereguleerd wordt door en onder toezicht staat van dezelfde bevoegde toezichthouder of van een andere bevoegde toezichthouder in hetzelfde land of in een andere lidstaat;
en er geen nieuw of herzien bewijs is dat aanleiding kan geven tot redelijke bezorgdheid over de vakbekwaamheid van de kandidaat-verwerver. Zo betekent het enkele feit dat een kandidaatverwerver bekwaam is bevonden om (bijvoorbeeld) zeggenschap uit te oefenen over een kleine onderneming die financiële adviezen verleent niet noodzakelijkerwijs dat deze bekwaam is om zeggenschap te hebben over een onderneming van meer betekenis, zoals een grote kredietinstelling.
10.6 De in paragraaf 10.5 vermelde omstandigheden zijn ook van belang voor de beoordeling van de integriteit van de kandidaat-verwerver, maar vormen op zichzelf onvoldoende gronden voor de doeltoezichthouder om van de integriteit van de kandidaat-verwerver uit te gaan. De doeltoezichthouder dient altijd een integriteitscontrole met betrekking tot de kandidaat-verwerver uit te voeren, aangezien er sinds de datum van de vorige beoordeling verdere ontwikkelingen plaatsgevonden kunnen hebben of de autoriteit die de betrokken beoordeling uitvoerde mogelijk niet met bepaalde informatie bekend was. De doeltoezichthouder mag echter bij de vaststelling van het niveau en de omvang van de nieuwe informatie die wordt opgevraagd gebruik maken van de uitkomst van vorige integriteitsbeoordelingen. Indien de doeltoezichthouder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de uitkomst van een nieuwe integriteitsbeoordeling zou kunnen afwijken van een bestaande beoordeling, bijvoorbeeld omdat hij bekend is met ongunstige informatie over de kandidaat-verwerver, moet een volledige integriteitscontrole worden uitgevoerd. Indien de uitkomst van de integriteitscontrole afwijkt van de bestaande beoordeling, stelt de doeltoezichthouder de autoriteit die de bestaande beoordeling uitvoerde hiervan in kennis.
10.7 Indien een van de in paragraaf 10.5 bedoelde situaties zich voordoet ten aanzien van een kandidaat-verwerver die onder het toezicht valt van een bevoegde toezichthouder in een als gelijkwaardig beschouwd derde land, kan de beoordeling van de integriteit en vakbekwaamheid worden vergemakkelijkt door samen te werken met de bevoegde toezichthoudende autoriteit in dat derde land.
10.8 Indien artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU niet van toepassing is, houden de bevoegde autoriteiten bij hun overweging of zij zullen vertrouwen op de door een andere autoriteit uitgevoerde beoordeling rekening met de mate waarin die andere bevoegde autoriteiten alle relevante informatie over de kandidaat-verwerver zullen kunnen delen, met inbegrip van informatie over maatregelen of bezorgdheid die mogelijk niet openbaargemaakt is.
A) INTEGRITEIT
10.9 Een kandidaat-verwerver wordt geacht een goede reputatie te bezitten, indien er geen betrouwbaar bewijs is dat het tegendeel suggereert en de toezichthouder geen goede redenen heeft om aan zijn goede reputatie te twijfelen. Met alle relevante informatie die voor de beoordeling beschikbaar is, wordt rekening gehouden, onverminderd eventuele beperkingen op grond van het nationale recht en ongeacht het land waarin eventuele relevante gebeurtenissen zich hebben voorgedaan.
10.10 Integriteitseisen impliceren onder meer de afwezigheid van ’negatieve registraties’. Dit begrip wordt nader omschreven in de nationale wet- of regelgeving, met dien verstande dat de betekenis van ’negatieve registraties’ verschilt, onder erkenning van het feit dat de doeltoezichthouder van de doelonderneming de discretionaire bevoegdheid behoudt om te bepalen welke andere situaties twijfels doen rijzen over de integriteit van de kandidaat-verwerver.
10.11 Alle vermeldingen in een strafregister en andere relevante administratieve bescheiden dienen in aanmerking te worden genomen, waarbij rekening moet worden gehouden met de aard van de veroordeling, de beroepsinstantie, de opgelegde sanctie, de fase van de gerechtelijke procedure waarin een zaak zich bevindt en het effect van eventuele rehabilitatiemaatregelen. Andere in aanmerking te nemen zaken zijn bijvoorbeeld de samenhangende (waaronder verzachtende) omstandigheden en de ernst van het strafbare feit of de administratieve of toezichthoudende maatregel, de verstreken tijd en het gedrag van de kandidaat-verwerver sinds het strafbare feit alsmede de relevantie van het strafbare feit of de administratieve of toezichthoudende maatregel voor de status van de kandidaat-verwerver als houder van een gekwalificeerde deelneming. Doeltoezichthouders mogen de relevantie van vermeldingen in het strafregister anders beoordelen, al naar gelang de aard van de veroordeling, of er nog beroep tegen de straf openstaat (onherroepelijke vs. niet-definitieve veroordelingen), de aard van de straf (gevangenisstraf vs. minder ernstige sancties), de duur van de straf (meer of minder dan een bepaalde duur), de fase van de gerechtelijke procedure waarin een zaak zich bevindt (veroordeling, proces, aanklacht) en het effect van rehabilitatie.
10.12 Tevens wordt gelet op het cumulatieve effect van meerdere kleine overtredingen, die ieder voor zich geen afbreuk doen aan de goede reputatie van de kandidaat-verwerver, maar mogelijk wel in hun totaliteit.
10.13 In het bijzonder wordt gelet op de volgende factoren, die twijfel kunnen zaaien over de integriteit van een kandidaat-verwerver:
- (a) een veroordeling of vervolging voor een strafbaar feit, in het bijzonder:
- i. delicten op grond van de wetgeving inzake bancaire en financiële activiteiten en activiteiten op het gebied van effecten en verzekering, of inzake effectenmarkten, effecten of betaalinstrumenten;
- ii. de strafbare feiten van oneerlijkheid, fraude of financiële misdaad, met inbegrip van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, markmanipulatie, handel met voorkennis, woekerrente en corruptie;
- iii. belastingdelicten;
- iv. andere delicten op grond van de vennootschaps-, faillissements-, insolventie- of consumentenbeschermingswetgeving;
- (b) eventuele relevante bevindingen van controles op locatie en elders en van onderzoeken of handhavingsacties, voor zover deze direct of indirect betrekking hebben op de kandidaat-verwerver, vanwege de eigendom van of zeggenschap over hem, en de oplegging van administratieve sancties wegens niet-naleving van de bepalingen inzake bancaire en financiële activiteiten en activiteiten op het gebied van effecten of verzekeringen, of bepalingen inzake effectenmarkten, effecten of betaalinstrumenten of wet- en regelgeving inzake financiële dienstverlening of andere onder a) hierboven bedoelde zaken;
- (c) relevante handhavingsmaatregelen door andere toezichthouders of beroepsordes wegens niet-naleving van relevante bepalingen; en
- (d) andere informatie uit betrouwbare en geloofwaardige bronnen die in dit verband van belang is. Bij de beoordeling of informatie uit andere bronnen betrouwbaar en
geloofwaardig is, nemen de bevoegde autoriteiten in aanmerking in hoeverre de bron openbaar en geloofwaardig is, in hoeverre de informatie wordt verstrekt door verschillende onafhankelijke bronnen van goede naam en gedurende een bepaalde tijd consistent is en of er goede redenen zijn om aan te nemen dat deze informatie onjuist is.
- 10.14 Bevoegde autoriteiten mogen niet concluderen dat de afwezigheid van een strafrechtelijke veroordeling of vervolging of administratieve en handhavende maatregelen op zichzelf afdoende bewijs van de integriteit van een kandidaat-verwerver vormt, in het bijzonder wanneer beschuldigingen van crimineel gedrag aanhouden.
- 10.15 Gelet moet worden op de volgende factoren die betrekking hebben op het goede gedrag van de kandidaat-verwerver bij zakentransacties in het verleden:
- (a) bewijs van gebrek aan transparantie, openheid en samenwerking van de kandidaatverwerver in zijn omgang met toezichthouders of regelgevingsinstanties;
- (b) weigering van inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning voor het uitoefenen van een handel, onderneming of beroep, of intrekking of beëindiging van een inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning en uitsluiting van een beroepsorde of -vereniging;
- (c) de redenen voor ontslag uit een dienstbetrekking of een vertrouwensfunctie, vertrouwensrelatie of andere soortgelijke situatie alsmede een verzoek tot neerlegging van een dergelijke functie; en
- (d) onbevoegdverklaring door een bevoegde autoriteit om aan een bedrijf leiding te geven.
- 10.16 Doeltoezichthouders beoordelen de relevantie van dergelijke situaties per geval, onder erkenning van het feit dat de kenmerken van elke situatie meer of minder ernstig kunnen zijn en dat sommige situaties in hun totaliteit bezien, significant kunnen zijn, zelfs wanneer elke situatie afzonderlijk dat mogelijk niet is.
- 10.17 In gevallen die de verwerving van een nieuwe gekwalificeerde deelneming betreffen, kunnen de informatie-eisen waarop de integriteitsbeoordeling is gebaseerd verschillen, al naar gelang de aard van de verkrijger (natuurlijke persoon vs. rechtspersoon, gereguleerde of onder toezicht vallende entiteit vs. niet-gereguleerde entiteit).
- 10.18 De doeltoezichthouder moet risicogevoelige en proportionele maatregelen kunnen treffen om het bestaan van ongunstige gebeurtenissen met betrekking tot de kandidaat-verwerver te controleren, waaronder het opvragen bij de kandidaat-verwerver van documenten, voor zover deze nog niet zijn verstrekt, waaruit blijkt dat zich geen negatieve incidenten hebben voorgedaan (bijvoorbeeld recente uittreksels uit het strafregister, indien de betreffende autoriteit dergelijke uittreksels uitgeeft) en, indien nodig, het vragen van een bevestiging van andere autoriteiten (gerechtelijke instanties of andere regelgevers), ongeacht of dit nationale of buitenlandse autoriteiten zijn. De doeltoezichthouder houdt ook rekening met andere aanwijzingen voor delicten, voor zover deze relevant zijn en de bron betrouwbaar lijkt, zoals negatieve mediaberichtgeving en beschuldigingen.
- 10.19 Het niet verstrekken van de in paragraaf 10.18 bedoelde uittreksels door de kandidaatverwerver, de te late overlegging daarvan of de overlegging van een onvolledige verklaring brengt de goedkeuring van de verwerving in gevaar.
10.20 In geval van een vergroting van een bestaande gekwalificeerde deelneming die de in de sectorale richtlijnen en verordeningen vermelde drempels overschrijdt, en voor zover de integriteit van de kandidaat-verwerver reeds eerder door de doeltoezichthouder is beoordeeld, dient de betreffende informatie zo nodig te worden geactualiseerd.
10.21 Bij de beoordeling van de integriteit van de kandidaat-verwerver, mag de doeltoezichthouder rekening houden met de integriteit en reputatie van elke aan de kandidaat-verwerver verbonden persoon, dat wil zeggen elke persoon die nauwe familiebanden of een nauwe zakelijke relatie met de kandidaat-verwerver heeft of lijkt te hebben.
B) VAKBEKWAAMHEID
- 10.23 De vakbekwaamheid van de kandidaat-verwerver bestrijkt bekwaamheid in bestuur (‘bestuursbekwaamheid’) en op het gebied van de financiële activiteiten die de doelonderneming verricht (’technische bekwaamheid’).
- 10.24 De bestuursbekwaamheid kan gebaseerd zijn op de ervaring van de kandidaat-verwerver met de verwerving en het besturen van deelnemingen in vennootschappen, die blijk moet geven van de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid en van de naleving van de betrokken normen.
- 10.25 De technische bekwaamheid kan gebaseerd zijn op de eerdere ervaring van de kandidaatverwerver met het runnen en besturen van financiële instellingen als meerderheidsaandeelhouder of als persoon die effectief leiding geeft aan het bedrijf van een financiële onderneming. Ook in dit geval moet de ervaring blijk geven van de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid en van de naleving van de betreffende normen.
- 10.26 In het geval van een vergroting van een bestaande gekwalificeerde deelneming, en voor zover de vakbekwaamheid van de kandidaat-verwerver reeds eerder door de doeltoezichthouder is beoordeeld, dient de betrokken informatie zo nodig te worden geactualiseerd. Op grond van het evenredigheidsbeginsel wordt daarbij acht geslagen op de grotere invloed en verantwoordelijkheid die gepaard gaan met de vergrote deelneming.
- 10.27 Indien de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is, strekt de beoordeling van de vakbekwaamheid zich uit tot de personen die effectief leiding geven aan het bedrijf van de kandidaat-verwerver. De beoordeling van de technische bekwaamheid moet primair verband houden met de financiële activiteiten die op dat moment worden uitgevoerd door de kandidaatverwerver en/of door vennootschappen in de groep waartoe hij behoort.
- 10.28 Personen kunnen deelnemingen van betekenis verwerven in financiële ondernemingen met als doel hun portefeuille te diversifiëren en/of dividenden of vermogenswinsten te verkrijgen, in plaats van bij het bestuur van die financiële instelling betrokken te raken. Met inachtneming van de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de doelonderneming kunnen de vakbekwaamheidseisen voor dit type verkrijger aanzienlijk worden verlaagd.
- 10.29 Evenzo geldt dat wanneer de verwerving van zeggenschap of van een aandelenbelang de kandidaat-verwerver in staat stelt sterke invloed uit te oefenen (bijv. een deelneming waaraan een vetorecht is verbonden), de noodzaak van technische bekwaamheid groter zal zijn, gelet op het feit dat de meerderheidsaandeelhouders het ondernemingsplan en de strategieën van de betreffende financiële instelling kunnen bepalen en/of goedkeuren. Op gelijke wijze zal de mate van benodigde technische bekwaamheid afhankelijk zijn van de aard en complexiteit van de beoogde activiteiten.
10.30 Ook moet gelet worden op de volgende situaties die verband houden met de huidige en vroegere bedrijfsresultaten en financiële soliditeit van een kandidaat-verwerver voor wat betreft hun mogelijke effect op zijn vakbekwaamheid:
- (a) opname op een lijst met dubieuze debiteuren of een soortgelijke negatieve registratie bij een kredietregistratiebureau, indien beschikbaar;
- (b) de financiële en commerciële resultaten van de entiteiten die de kandidaatverwerver bezit of waaraan hij leiding geeft of waarin hij een aanmerkelijk aandeel bezat of bezit, met speciale aandacht voor sanerings-, faillissements- en liquidatieprocedures, en of en in hoeverre de kandidaat-verwerver heeft bijgedragen aan de situatie die tot zo’n procedure heeft geleid;
- (c) persoonlijke faillietverklaring; en
- (d) civiele, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures, grote investeringen of posities en opgenomen leningen, voor zover die effect van betekenis op de financiële soliditeit kunnen hebben.
11. Reputatie en ervaring van degenen die leiding gaan geven aan het bedrijf van de doelonderneming – tweede beoordelingscriterium
- 11.1 Indien de kandidaat-verwerver als gevolg van de voorgenomen verwerving in een positie is om nieuwe personen te benoemen die leiding gaan geven aan het bedrijf van de doelonderneming en dit voorstelt, moeten deze betrouwbaar en deskundig zijn.
- 11.2 Dit criterium geldt onverminderd de permanente betrouwbaarheids- en deskundigheidseisen voor personen die op dat moment leiding geven aan het bedrijf op grond van de sectorale richtlijnen en verordeningen.
- 11.3 Indien de kandidaat-verwerver voornemens is een persoon te benoemen die niet betrouwbaar en deskundig is, dan verzet de doeltoezichthouder zich tegen de voorgenomen verwerving.
- 11.4 Dit criterium moet worden beoordeeld overeenkomstig de bepalingen van de sectorale richtlijnen en verordeningen die als voorwaarde voor goedkeuring eisen dat de personen die leiding geven aan het bedrijf van de onderneming ‘betrouwbaar en deskundig’ moeten zijn. De beoordeling van de geschiktheid van dergelijke personen dient met betrekking tot verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in kredietinstellingen te worden uitgevoerd overeenkomstig de Richtsnoeren van de EBA voor de beoordeling van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en degenen die (eind)verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van sleutelfuncties (EBA/GL/2012/06), zoals gewijzigd of vervangen.
12. Financiële gezondheid van de kandidaat-verwerver – derde beoordelingscriterium
12.1 De financiële gezondheid of soliditeit van de kandidaat-verwerver dient te worden opgevat als het vermogen van de kandidaat-verwerver om de voorgenomen verwerving te financieren en om voor de nabije toekomst een solide financiële structuur voor de kandidaat-verwerver en de doelonderneming in stand te houden. Dit vermogen dient tot uitdrukking te komen in het algemene doel van de verwerving en het verwervingsbeleid van de kandidaat-verwerver, maar ook – indien de voorgenomen verwerving zal resulteren in een gekwalificeerde deelneming van minstens 50% of in het feit dat de doelonderneming een dochteronderneming van de kandidaat-verwerver wordt – in de verwachte financiële doelstellingen, in lijn met de in het ondernemingsplan omschreven strategie.
- 12.2 De doeltoezichthouder bepaalt of de kandidaat-verwerver over voldoende financiële soliditeit beschikt om een verantwoord en voorzichtig bestuur van de doelonderneming op afzienbare termijn (doorgaans drie jaar) te waarborgen, gelet op de aard van de kandidaat-verwerver en van de verwerving.
- 12.3 De doeltoezichthouder verzet zich tegen de verwerving indien hij concludeert, op basis van zijn analyse van de ontvangen informatie, dat de kandidaat-verwerver tijdens het verwervingsproces of op afzienbare termijn waarschijnlijk met financiële problemen te maken krijgt.
- 12.4 De doeltoezichthouder analyseert ook of de financiële mechanismen die de kandidaatverwerver heeft gecreëerd voor de financiering van de verwerving, of bestaande financiële relaties tussen de kandidaat-verwerver en de doelonderneming, aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten die van invloed kunnen zijn op de doelonderneming.
- 12.5 De grondigheid van de beoordeling van de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver dient te worden gekoppeld aan de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver, de aard van de kandidaat-verwerver (is de kandidaat-verwerver een strategische of een financiële belegger, een private-equityfonds of hedgefonds?) en de aard van de verwerving (betreft het een grote of complexe transactie in de zin van paragraaf 9.3?). Ook de kenmerken van de verwerving kunnen verschillen in de diepte en methodes van de analyses door de bevoegde toezichthouder rechtvaardigen. In dit opzicht dient onderscheid te worden gemaakt tussen situaties waarbij de verwerving tot een wijziging van zeggenschap over de doelonderneming leidt en situaties waarbij dit niet het geval is.
- 12.6 De informatie die voor de beoordeling van de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver is vereist, is afhankelijk van de status van de kandidaat-verwerver, bijvoorbeeld of deze:
- (a) een financiële instelling is die aan prudentieel toezicht onderworpen is;
- (b) een andere juridische entiteit dan een financiële instelling is; of
- (c) een natuurlijke persoon is.
- 12.7 Indien de kandidaat-verwerver een financiële instelling is die onderworpen is aan prudentieel toezicht door een andere bevoegde toezichthouder (van de EU of daarmee gelijkwaardig), houdt de doeltoezichthouder rekening met de beoordeling van de financiële situatie van de kandidaatverwerver door een dergelijke andere toezichthouder alsmede met de stukken die de toezichthouder van de kandidaat-verwerver heeft verzameld en rechtstreeks aan de doeltoezichthouder heeft verzonden.
- 12.8 Het samenwerkingsproces tussen bevoegde toezichthouders kan op de volgende wijze worden beïnvloed door de aard en locatie van de kandidaat-verwerver:
- (a) indien de kandidaat-verwerver een entiteit is die onderworpen is aan toezicht in een andere lidstaat, wordt bij de beoordeling van zijn financiële soliditeit sterk afgegaan op de beoordeling door de toezichthouder van de kandidaat-verwerver, die beschikt over alle informatie over de winstgevendheid, liquiditeit en solvabiliteit van de kandidaat-verwerver alsmede over de beschikbaarheid van de bronnen voor de verwerving (echter onverminderd de mogelijkheid dat de doeltoezichthouder het niet eens is met de beoordeling van de toezichthouder van de kandidaat-verwerver); of
- (b) indien de kandidaat-verwerver een financiële entiteit is die onderworpen is aan toezicht door een bevoegde toezichthouder in een als gelijkwaardig beschouwd
derde land, mag de beoordeling in samenwerking met die bevoegde toezichthouder worden vergemakkelijkt.
12.9 Hoewel het gebruik van geleend geld ter financiering van de verwerving op zichzelf niet mag leiden tot de conclusie dat de kandidaat-verwerver ongeschikt is, dient de doeltoezichthouder te beoordelen of een dergelijke schuld negatieve invloed heeft op de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver of het vermogen van de doelonderneming om aan prudentiële eisen te voldoen (waaronder, indien relevant, de toezeggingen die de kandidaat-verwerver doet om aan prudentiële eisen te voldoen).
13. Naleving van de prudentiële eisen door de doelonderneming – vierde beoordelingscriterium
- 13.1 De voorgenomen verwerving mag geen negatieve invloed hebben op de naleving van de prudentiële eisen door de doelonderneming.
- 13.2 De specifieke beoordeling van het plan van de kandidaat-verwerver ten tijde van de verwerving geldt als aanvulling op de verantwoordelijkheid van de doeltoezichthouder voor het doorlopende toezicht op de doelonderneming.
- 13.3 De doeltoezichthouder houdt niet alleen rekening met de objectieve feiten, zoals de voorgenomen deelneming in de doelonderneming, de reputatie van de kandidaat-verwerver, zijn financiële soliditeit en zijn groepsstructuur, maar ook met de voornemens die de voorgenomen verwerver heeft uitgesproken naar de doelonderneming, zoals deze tot uiting komen in zijn strategie (zoals in het ondernemingsplan is weerspiegeld). Dit kan worden ondersteund door gepaste toezeggingen van de kandidaat-verwerver dat de prudentiële eisen op grond van de beoordelingscriteria uit de sectorale richtlijnen en verordeningen zullen worden nageleefd. Deze toezeggingen kunnen bijvoorbeeld financiële steun in geval van liquiditeits- of solvabiliteitsproblemen, het bestuur, het toekomstige doelaandeel in de doelonderneming van de kandidaat-verwerver en ontwikkelingsaanwijzingen en -doelstellingen omvatten.
- 13.4 De doeltoezichthouder beoordeelt het vermogen van de doelonderneming om ten tijde van de voorgenomen verwerving te voldoen aan alle prudentiële eisen, met inbegrip van kapitaal- en liquiditeitsvoorschriften en limieten voor grote posities, alsmede aan de voorschriften inzake bestuursregelingen, interne controles, risicobeheersing en compliance, en om daaraan na de voorgenomen verwerving te kunnen blijven voldoen.
- 13.5 Indien de doelonderneming als gevolg van de voorgenomen verwerving deel wordt van een groep, overtuigt de doeltoezichthouder zich ervan dat dit geen belemmering vormt voor een effectief toezicht door die toezichthouder, voor een effectieve uitwisseling van informatie met de bevoegde autoriteiten of de bepaling van de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten als gevolg van de nauwe banden van de nieuwe groep van de doelonderneming met andere natuurlijke personen of rechtspersonen. De doeltoezichthouder mag niet worden belet in de uitoefening van zijn toezichttaken door de wet- of regelgeving of bestuursrechtelijke bepalingen van een ander land inzake een natuurlijke persoon of rechtspersoon met nauwe banden met de doelonderneming, of door problemen bij de handhaving van die wet- of regelgeving of bestuursrechtelijke bepalingen.
- 13.6 De prudentiële beoordeling van de kandidaat-verwerver strekt zich ook tot zijn vermogen om binnen zijn nieuwe groep een adequate organisatie van de doelonderneming te ondersteunen.
Zowel de doelonderneming als de groep moeten beschikken over duidelijke en transparante corporate-governanceregelingen en een adequate organisatie.
- 13.7 De groep waartoe de doelonderneming gaat behoren, dient over voldoende kapitaal te beschikken.
- 13.8 De doeltoezichthouder neemt ook in aanmerking of de kandidaat-verwerver in staat zal zijn om de doelonderneming te kunnen voorzien van de financiële ondersteuning die zij mogelijk nodig heeft voor het soort activiteiten dat zij uitoefent en/of voor haar wordt voorzien, om nieuw kapitaal te verstrekken dat de doelonderneming mogelijk nodig heeft voor de toekomstige groei van haar activiteiten en om elke andere gepaste oplossing te implementeren die voorziet in de behoeften van de doelonderneming aan aanvullende eigen middelen.
- 13.9 Indien de voorgenomen verwerving zou resulteren in een gekwalificeerde deelneming van ten minste 50% of in het feit dat de doelonderneming een dochteronderneming van de kandidaatverwerver wordt, wordt het vierde beoordelingscriterium zowel op het tijdstip van de verwerving als op doorlopende basis op de afzienbare termijn (doorgaans drie jaar) beoordeeld. Het ondernemingsplan dat de kandidaat-verwerver aan de doeltoezichthouder verstrekt, dient in elk geval deze periode te bestrijken. Bij gekwalificeerde deelnemingen van minder dan 20% daarentegen worden de informatie-eisen verlaagd, zoals vermeld in bijlage I.
- 13.10 Het ondernemingsplan dient de plannen van de kandidaat-verwerver voor de toekomstige activiteiten en organisatie van de doelonderneming toe te lichten. Hiertoe behoort een omschrijving van zijn beoogde groepsstructuur. Het plan dient ook de financiële gevolgen van de voorgenomen verwerving te beoordelen en een prognose voor de middellange termijn te bevatten.
14. Vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme door de kandidaat-verwerver – vijfde beoordelingscriterium
14.1 De beoordeling of sprake is van witwassen van geld of de financiering van terrorisme vult de integriteitsbeoordeling aan en wordt ongeacht de waarde en andere karakteristieken van de voorgenomen verwerving uitgevoerd.
14.2 Indien:
- (a) de doeltoezichthouder weet of vermoedt, of goede redenen heeft om te weten of te vermoeden, dat de kandidaat-verwerver betrokken is of is geweest bij witwasoperaties of –pogingen, ongeacht of dit direct of indirect aan de voorgenomen verwerving gekoppeld is;
- (b) de doeltoezichthouder weet of vermoedt, of goede redenen heeft om te weten of te vermoeden, dat de kandidaat-verwerver terroristische activiteiten of financiering van terroristische activiteiten heeft uitgevoerd, met name wanneer de kandidaatverwerver onderworpen is aan een regime van financiële sancties; of
- (c) de voorgenomen verwerving de kans op het witwassen van geld of de financiering van terrorisme vergroot,
verzet de doeltoezichthouder zich tegen de voorgenomen verwerving.
De beoordeling strekt zich ook uit tot de personen met nauwe persoonlijke of zakelijke banden met de kandidaat-verwerver, waaronder de juridische eigenaren en uiteindelijke rechthebbenden van de kandidaat-verwerver.
14.3 Bij de beoordeling of een voorgenomen verwerving aanleiding geeft tot een verhoogd risico van witwassen van geld of de financiering van terrorisme, slaat de doeltoezichthouder acht op de informatie over de kandidaat-verwerver die is verzameld tijdens het beoordelingsproces, evaluaties, beoordelingen of rapporten die opgesteld zijn door internationale organisaties en opstellers van standaarden met competenties op het gebied van witwassen van geld, basisdelicten voor het witwassen van geld en de bestrijding van de financiering van terrorisme alsmede onderzoeken in openbaar toegankelijke media.
14.4 De doeltoezichthouder verzet zich ook tegen de verwerving, zelfs wanneer er geen vermeldingen in het strafregister zijn of er geen goede redenen zijn om te vermoeden dat er sprake is van witwassen of een poging tot witwassen van geld, indien de context van de verwerving goede redenen biedt om te vermoeden dat er een verhoogd risico van witwassen van geld of financiering van terrorisme is.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de kandidaat-verwerver is gevestigd in of zelf (of via een familielid of personen waarvan bekend is dat zij nauw met hem verbonden zijn) relevante persoonlijke of zakelijke banden heeft met een land of gebied waarvan de Financiële-Actiegroep heeft vastgesteld dat het strategische tekortkomingen heeft die een risico voor het internationale financiële systeem vormen, of met een land of gebied waarvan de Europese Commissie heeft vastgesteld dat het strategische tekortkomingen heeft in zijn nationale regime ter bestrijding van witwassen van geld en de financiering van terrorisme die een grote bedreiging voor het financiële systeem vormen. In elk geval wordt bijzondere aandacht besteed aan gevallen waarin de wetgeving van het derde land geen toepassing toestaat van maatregelen ter bestrijding van witwassen van geld en de financiering van terrorisme in overeenstemming met die welke in de Europese Unie gelden. De bevoegde autoriteiten nemen ook de desbetreffende rapporten van organisaties zoals Transparency International, de OESO en de Wereldbank in aanmerking.
14.5 In dit verband beoordelen doeltoezichthouders informatie over de bron van de middelen die voor de voorgenomen verwerving worden gebruikt, de activiteit waarmee de middelen gegenereerd zijn en de wijze waarop deze zijn overgeboekt, om te beoordelen of dit aanleiding kan geven tot een verhoogd risico van witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Doeltoezichthouders controleren of:
(a) de voor de verwerving gebruikte middelen via ketens van financiële instellingen lopen die alle onderworpen zijn aan effectief toezicht ter voorkoming van witwassen van geld en de financiering van terrorisme door bevoegde autoriteiten i) in de EU of ii) in derde landen die, op basis van betrouwbare bronnen zoals wederzijdse beoordelingen, gedetailleerde beoordelingsrapporten of gepubliceerde vervolgrapporten, eisen kennen ter bestrijding van witwassen van geld en de
- financiering van terrorisme in overeenstemming met de FATF-aanbevelingen en die dergelijke eisen ook effectief implementeren;
- (b) de informatie over de activiteit waarmee de middelen zijn gegenereerd, over de historie van de ondernemingsactiviteiten van de kandidaat-verwerver, en over de financieringsregeling betrouwbaar en in overeenstemming met de waarde van de transactie is; en
- (c) de middelen een onderbroken papieren spoor hebben dat terugvoert naar hun oorsprong, of andere informatie die de toezichthoudende autoriteiten in staat stelt om alle twijfel over hun wettige herkomst weg te nemen.
- 14.6 Mocht de doeltoezichthouder de bron van de middelen niet op de in paragraaf 14.5 omschreven wijze kunnen verifiëren, dan overweegt hij of de door de kandidaat-verwerver gegeven uitleg redelijk en geloofwaardig is, gelet op de uitkomst van diens integriteitsbeoordeling.
- 14.7 Ontbrekende informatie, informatie die als onvolledig of onvoldoende wordt beschouwd of informatie die aanleiding kan geven tot verdenkingen – zoals onverklaard kapitaalverkeer, grensoverschrijdende verplaatsingen van hoofdkwartieren, herschikkingen in de directie of eigenaren van de rechtspersoon, eerdere connecties van de eigenaren, of het bestuur van de vennootschap door criminelen - moet leiden tot verhoogde waakzaamheid en verzoeken om aanvullende informatie van de toezichthouder aan de doelonderneming en indien er redelijke verdenkingen blijven bestaan, verzet de doeltoezichthouder zich tegen de verwerving.
Titel III – Slotbepalingen en uitvoering
Deze richtsnoeren gelden met ingang van 1 oktober 2017. Met ingang van die datum worden de gemeenschappelijke richtsnoeren van de CEBS, CESR en CEIOPS inzake de vereiste prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector op grond van Richtlijn 2007/44/EG (CEBS/2008/14; CEIOPS-3L3-19/08; CESR/08-543b) ingetrokken, onverminderd het bepaalde in paragraaf 9.5, onder c).
Bijlage I – Aanbevolen lijst met de vereiste informatie voor de beoordeling van de verwerving van een gekwalificeerde deelneming
Deel 1 Onderwerp
Deze bijlage bevat de aanbevolen lijst met informatie waarvan de doeltoezichthouders op grond van paragraaf 9.5. van de richtsnoeren verlangen dat deze in de kennisgeving van een voorgenomen verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming wordt opgenomen.
Deel 2
Door de kandidaat-verwerver te verstrekken informatie
De informatie die de kandidaat-verwerver aan de bevoegde autoriteit van de doelonderneming moet verstrekken, wordt genoemd in de delen 3 tot en met 13 van deze bijlage, afhankelijk van of de informatie betrekking heeft op een natuurlijke persoon of een rechtspersoon of trust.
Deel 3
Algemene informatie inzake de identiteit van de kandidaat-verwerver
-
- Indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke persoon is, voorziet hij de doeltoezichthouder van de volgende informatie over zijn identiteit:
- (a) persoonsgegevens naam, geboortedatum- en plaats, persoonlijk nationaal identificatienummer (indien beschikbaar), adres en contactgegevens;
- (b) een gedetailleerd curriculum vitae (of soortgelijk document) met vermelding van relevante opleiding en onderwijs, beroepservaring en de beroepsmatige activiteiten of andere relevante functies die op dat moment worden uitgevoerd of bekleed.
-
- Indien de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is, voorziet hij de doeltoezichthouder van de volgende informatie:
- (a) stukken waaruit de bedrijfsnaam en statutaire zetel van zijn hoofdkantoor en het postadres, indien afwijkend, blijken, contactgegevens en zijn nationale identificatienummer (indien beschikbaar);
- (b) de registratie van de rechtsvorm overeenkomstig de nationale wetgeving;
- (c) een actueel overzicht van de ondernemingsactiviteiten;
- (d) een volledige lijst met personen die daadwerkelijk leiding geven aan het bedrijf, hun naam, geboortedatum en -plaats, adres, contactgegevens, nationale identificatienummer, indien beschikbaar, en gedetailleerd curriculum vitae (met vermelding van onderwijs en opleiding, beroepservaring, beroepsactiviteiten of andere relevante functies die op dat moment worden uitgevoerd of bekleed);
- (e) de identiteit van alle personen die als uiteindelijk rechthebbenden van de rechtspersoon kunnen worden beschouwd, hun naam, geboortedatum en -plaats, contactgegevens en nationale identificatienummer, indien beschikbaar.
-
- Voor trusts die reeds bestaan of die zouden ontstaan als gevolg van de voorgenomen verwerving, voorziet de kandidaat-verwerver de doeltoezichthouder van de volgende informatie:
-
(a) de identiteit van alle trustees die op grond van de bepalingen van het trustdocument vermogen gaan beheren en indien van toepassing, hun respectievelijke aandelen in de uitkering van inkomsten;
-
(b) de identiteit van alle personen die uiteindelijk rechthebbenden op of instellers van het trustvermogen zijn en, indien van toepassing, hun respectievelijke aandelen in de uitkering van inkomsten.
Deel 4
Aanvullende informatie over de kandidaat-verwerver die een natuurlijke persoon is
-
- De kandidaat-verwerver die een natuurlijk persoon is, voorziet de doeltoezichthouder van de volgende aanvullende informatie:
- (a) informatie over de kandidaat-verwerver en een onderneming waarover de kandidaat-verwerver de afgelopen tien jaar de leiding of zeggenschap had:
- (1) vermeldingen in strafregisters, strafrechtelijke onderzoeken of procedures, relevante civielrechtelijke en administratiefrechtelijke zaken en disciplinaire maatregelen (onbevoegdheidsverklaring als vennootschapsdirecteur of faillissement- of insolventieprocedures of soortgelijke procedures), in het bijzonder door middel van een officiële verklaring (indien en voor zover deze beschikbaar is van de lidstaat of het derde land in kwestie), of een ander gelijkwaardig document. Voor lopende onderzoeken kan de informatie worden verstrekt door middel van een verklaring op erewoord;
- (2) lopende onderzoeken, handhavingsprocedures, sancties of andere handhavingsbesluiten tegen de kandidaat-verwerver;
- (3) weigering van inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning voor het uitoefenen van een handel, onderneming of beroep, of intrekking, herroeping of beëindiging van een dergelijke inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning, of schorsing door een toezichthouder of overheidsorgaan of een beroepsorde of –vereniging;
- (4) ontslag uit een dienstbetrekking of een positie van vertrouwen, vertrouwensrelatie of soortgelijke situatie;
- (b) informatie over een eventuele eerdere beoordeling van de reputatie van de kandidaat-verwerver door een andere toezichthoudende instantie, de naam van die instantie en bewijs van de uitkomst van de beoordeling;
- (c) informatie inzake de huidige financiële positie van de kandidaat-verwerver, met bijzonderheden over de bronnen van inkomsten, activa en passiva en verleende of ontvangen pandrechten en garanties;
- (d) een beschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de kandidaat-verwerver;
- (e) financiële informatie, waaronder kredietwaardigheidsbeoordelingen en openbare rapporten inzake de ondernemingen waarover de kandidaat-verwerver de leiding of zeggenschap heeft, en, indien van toepassing, inzake de kandidaat-verwerver;
- (f) een omschrijving van de financiële en niet-financiële belangen of relaties van de kandidaat-verwerver in of met de in de volgende punten vermelde personen:
- (1) een andere aandeelhouder van de doelonderneming;
- (2) een persoon die gerechtigd is om in een van de volgende gevallen of een combinatie daarvan het stemrecht in de doelonderneming uit te oefenen:
-
de stemrechten die worden gehouden door een derde met wie deze persoon of entiteit een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan zij verplicht zijn, door een onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid inzake het beheer van de betrokken uitgevende instelling te voeren;
-
de stemrechten die worden gehouden door een derde op grond van een met deze persoon of entiteit gesloten schriftelijke overeenkomst waarin een tijdelijke en betaalde overdracht van deze stemrechten is geregeld;
-
stemrechten die verbonden zijn aan aandelen die bij deze persoon of entiteit in pand zijn gegeven, mits de pandhouder de stemrechten controleert en zijn voornemen kenbaar maakt om deze uit te oefenen;
-
stemrechten verbonden aan aandelen waarvan deze persoon of entiteit het vruchtgebruik heeft;
-
stemrechten als bedoeld in de eerste vier items van dit punt 2) die worden gehouden of kunnen worden uitgeoefend door een onderneming waarover deze persoon of entiteit zeggenschap heeft;
-
stemrechten verbonden aan bij deze persoon of entiteit in bewaring gegeven aandelen, die deze persoon of entiteit bij gebreke van specifieke instructies van de aandeelhouders naar eigen goeddunken kan uitoefenen;
-
stemrechten die door een derde op eigen naam worden gehouden namens deze persoon of entiteit;
-
stemrechten die deze persoon of entiteit, als gevolmachtigde, bij gebreke van specifieke instructies van de aandeelhouders naar eigen goeddunken kan uitoefenen;
-
(3) elk lid van het administratieve, bestuurlijke of toezichthoudende orgaan, overeenkomstig de nationale wetgeving, of van de directie van de doelonderneming;
-
(4) de doelonderneming zelf en haar groep;
-
(g) informatie over andere belangen of activiteiten van de kandidaat-verwerver die strijdig kunnen zijn met die van de doelonderneming en mogelijke oplossingen om met deze belangenconflicten om te gaan.
-
- Voor wat betreft punt 1, onder f, kunnen financiële belangen ook belangen zoals kredietactiviteiten, garanties en pandrechten omvatten. Niet-financiële belangen kunnen belangen zoals familiebanden of nauwe relaties omvatten.
Deel 5
Aanvullende informatie inzake de kandidaat-verwerver die een rechtspersoon is
-
- De kandidaat-verwerver die een rechtspersoon is, voorziet de doeltoezichthouder van de volgende aanvullende informatie:
- (a) Informatie over de kandidaat-verwerver, elke persoon die feitelijk leiding geeft aan het bedrijf van de kandidaat-verwerver, elke onderneming waarover de kandidaatverwerver zeggenschap heeft en elke aandeelhouder die aanmerkelijke invloed op
de kandidaat-verwerver uitoefent zoals bedoeld in punt e). Deze informatie omvat het volgende:
-
(1) vermeldingen in strafregisters, strafrechtelijke onderzoeken of procedures, relevante civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken en tuchtrechtelijke maatregelen (onbevoegdheidsverklaring als vennootschapsdirecteur of faillissements- of insolventieprocedures of soortgelijke procedures), in het bijzonder door middel van een officiële verklaring (indien en voor zover deze beschikbaar is in de lidstaat of het derde land in kwestie) of een ander gelijkwaardig document. Voor lopende onderzoeken kan informatie worden verstrekt door middel van een verklaring op erewoord;
-
(2) lopende onderzoeken, handhavingsprocedures, sancties of andere handhavingsbeslissingen tegen de kandidaat-verwerver;
-
(3) weigering van inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning voor het uitoefenen van een handel, onderneming of beroep, of intrekking, herroeping of beëindiging van een dergelijke inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning, of uitsluiting door een toezichthouder of overheidsorgaan of door een beroepsorde of -vereniging;
-
(4) ontslag uit dienstbetrekking of een vertrouwenspositie, vertrouwensrelatie of soortgelijke situatie (ten aanzien van elke persoon die feitelijke leiding geeft aan het bedrijf van de kandidaat-verwerver en elke aandeelhouder die aanmerkelijke invloed op de kandidaat-verwerver uitoefent);
-
(b) informatie over een eventuele eerdere beoordeling van de reputatie van de kandidaat-verwerver of van de persoon die leiding geeft aan het bedrijf van de kandidaat-verwerver door een bevoegde autoriteit, de naam van die autoriteit en bewijs van de uitkomst van de beoordeling;
-
(c) een omschrijving van de financiële en niet-financiële belangen of relaties van de kandidaat-verwerver of, indien van toepassing, de groep waarvan de kandidaatverwerver deel uitmaakt alsmede de personen die effectief leiding geven aan zijn bedrijf samen met:
- (1) eventuele andere aandeelhouders van de doelonderneming;
- (2) een persoon die gerechtigd is om de stemrechten in de doelonderneming uit te oefenen in een van de volgende gevallen of een combinatie daarvan:
- de stemrechten die worden gehouden door een derde met wie deze persoon of entiteit een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan zij verplicht zijn, door een onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid inzake het beheer van de betrokken uitgevende instelling te voeren;
- stemrechten die worden gehouden door een derde op grond van een schriftelijke overeenkomst met deze persoon of entiteit waarin een tijdelijke en betaalde overdracht van deze stemrechten is geregeld;
- stemrechten verbonden aan aandelen die bij deze persoon of entiteit in pand zijn gegeven, mits de pandhouder de stemrechten controleert en zijn voornemen kenbaar maakt om deze uit te oefenen;
- stemrechten verbonden aan aandelen waarvan deze persoon of entiteit het vruchtgebruik heeft;
-
stemrechten als bedoeld in de eerste vier items van dit punt 2) die worden gehouden of kunnen worden uitgeoefend door een onderneming waarover deze persoon of entiteit zeggenschap heeft;
-
stemrechten verbonden aan bij deze persoon of entiteit in bewaring gegeven aandelen, die deze persoon of entiteit bij gebreke van specifieke instructies van de aandeelhouders naar eigen goeddunken kan uitoefenen;
-
stemrechten die door een derde op eigen naam worden gehouden namens die persoon of entiteit;
-
stemrechten die deze persoon of entiteit, als gevolmachtigde, bij gebreke van specifieke instructies van de aandeelhouders naar eigen goeddunken kan uitoefenen;
-
(3) elk lid van het administratieve, bestuurlijke of toezichthoudende orgaan, overeenkomstig de nationale wetgeving, of van de directie van de doelonderneming;
-
(4) de doelonderneming zelf en de groep waarvan zij deel uitmaakt;
-
(d) informatie over andere belangen of activiteiten van de kandidaat-verwerver die strijdig kunnen zijn met die van de doelonderneming en mogelijke oplossingen om met deze belangenconflicten om te gaan;
-
(e) de aandeelhoudersstructuur van de kandidaat-verwerver, met de namen van alle aandeelhouders die aanmerkelijke invloed uitoefenen en hun respectievelijke aandelen in het kapitaal en stemrechten, met inbegrip van informatie over eventuele aandeelhoudersovereenkomsten;
-
(f) indien de kandidaat-verwerver deel uitmaakt van een groep, als dochteronderneming of als moederonderneming, een gedetailleerd organigram van de gehele vennootschappelijke structuur en informatie over het aandeel in het kapitaal en de stemrechten van aandeelhouders met aanmerkelijke invloed op de entiteiten van de groep en op de activiteiten die op dat moment door de entiteiten van de groep worden uitgevoerd;
-
(g) indien de kandidaat-verwerver deel uitmaakt van een groep, als dochteronderneming of als moederonderneming, informatie over de relaties tussen de financiële entiteiten van de groep en andere niet-financiële groepsentiteiten;
-
(h) identificatie van een kredietinstelling, verzekeringsonderneming, verzekerings- of herverzekeringsonderneming of beleggingsonderneming binnen de groep, en de namen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten;
-
(i) verplichte financiële overzichten, op individueel en, indien van toepassing, op geconsolideerd en subgeconsolideerd groepsniveau, ongeacht de grootte van de kandidaat-verwerver, over de afgelopen drie financiële periodes, die goedgekeurd zijn, in geval van controle van de financiële overzichten, door de externe accountant, met inbegrip van:
- (1) de balans;
- (2) de winst-en-verliesrekening of de inkomstenverklaring;
- (3) de jaarverslagen en financiële bijlagen en andere stukken die bij het register of de autoriteit in het gebied dat voor de kandidaat-verwerver relevant is, zijn gedeponeerd.
Indien de kandidaat-verwerver een nieuw opgerichte entiteit is, verstrekt deze, in plaats van de onder 1) bedoelde informatie, de geraamde balansen en winst-enverliesrekeningen of inkomensverklaringen over de eerste drie boekjaren, met de gehanteerde planningsaannames, aan de doeltoezichthouder;
- (j) indien beschikbaar, informatie over de kredietwaardigheidsbeoordeling van de kandidaat-verwerver en de algehele beoordeling van zijn groep.
-
- Voor wat betreft punt 1, onder c), kunnen financiële belangen ook belangen zoals kredietactiviteiten, garanties en pandrechten omvatten. Niet-financiële belangen kunnen belangen zoals familiebanden of nauwe relaties omvatten.
-
- Indien de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is waarvan het hoofdkwartier zich in een derde land bevindt, voorziet de kandidaat-verwerver de doeltoezichthouder van de volgende aanvullende informatie:
- (a) een verklaring van goed gedrag of, indien deze niet beschikbaar is, een gelijkwaardig document van de buitenlandse financiële-sectorautoriteiten met betrekking tot de kandidaat-verwerver;
- (b) indien beschikbaar, een verklaring van de buitenlandse financiële-sectorautoriteiten dat er geen belemmeringen of beperkingen gelden voor de verstrekking van de informatie die voor het toezicht op de doelonderneming nodig is;
- (c) algemene informatie over het regelgevingsstelsel van dat derde land zoals dat op de kandidaat-verwerver van toepassing is.
-
- Indien de kandidaat-verwerver een staatsfonds is, verstrekt de kandidaat-verwerver de volgende aanvullende informatie aan de doeltoezichthouder:
- (a) de naam van het ministerie of de overheidsafdeling belast met het bepalen van het beleggingsbeleid van het fonds;
- (b) bijzonderheden van het beleggingsbeleid en eventuele beleggingsrestricties;
- (c) de naam en functie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de beleggingsbeslissingen van het fonds; en
- (d) bijzonderheden over eventuele invloed die het ministerie of de overheidsafdeling uitoefent op de dagelijkse activiteiten van het fonds en de doelonderneming.
-
- Indien de kandidaat-verwerver een private-equityfonds of hedgefonds is, verstrekt de kandidaat-verwerver de volgende aanvullende informatie aan de doeltoezichthouder:
- (a) een gedetailleerde beschrijving van de resultaten van eerdere verwervingen van gekwalificeerde deelnemingen in financiële instellingen door de kandidaatverwerver;
- (b) bijzonderheden van het beleggingsbeleid van de kandidaat-verwerver en eventuele beleggingsrestricties, bijzonderheden over het beleggingstoezicht, factoren die voor de kandidaat-verwerver de basis vormen voor beleggingsbeslissingen inzake de doelonderneming en factoren die aanleiding zouden kunnen geven tot veranderingen in de uitstapstrategie van de kandidaat-verwerver;
- (c) het besluitvormingskader van de kandidaat-verwerver voor beleggingsbeslissingen, met inbegrip van de naam en functie van de individuen die voor dergelijke beslissingen verantwoordelijk zijn; en
(d) een gedetailleerde omschrijving van de antiwitwasprocedures van de kandidaatverwerver en van het voor hem geldende wettelijke kader ter bestrijding van witwassen.
Deel 6
Informatie over de personen die effectief leiding geven aan het bedrijf van de doelonderneming
-
- De kandidaat-verwerver voorziet de bevoegde autoriteit van de volgende informatie inzake de reputatie en ervaring van elke persoon die effectief leiding gaat geven aan het bedrijf van de doelonderneming als gevolg van de voorgenomen verwerving:
- (a) persoonsgegevens de naam, geboortedatum en plaats, persoonlijk nationaal identificatienummer (indien beschikbaar) en adres en contactgegevens van de betreffende persoon;
- (b) de functie waarvoor de persoon is of wordt benoemd;
- (c) een gedetailleerd curriculum vitae met opgave van onderwijs en opleiding en werkervaring, met de namen van alle organisaties waarvoor de betreffende persoon heeft gewerkt en de aard en duur van de beklede functies, met name voor activiteiten die onder het bereik van de beoogde functie vallen, en documentatie inzake zijn of haar ervaring, zoals een lijst met referenties, contactinformatie en aanbevelingsbrieven. Bij de beschrijving van deze activiteiten vermeldt de betreffende persoon voor functies die de afgelopen tien jaar zijn bekleed de aan hem gedelegeerde bevoegdheden, beslissingsbevoegdheden en activiteitengebieden onder zijn of haar zeggenschap. Indien het curriculum vitae andere relevante ervaring omvat, zoals vertegenwoordiging van het leidinggevend orgaan, wordt dit vermeld;
- (d) vermeldingen in strafregisters, strafrechtelijke onderzoeken of procedures, relevante civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken en tuchtrechtelijke maatregelen (onbevoegdheidsverklaring als vennootschapsdirecteur of faillissements- of insolventieprocedures of soortgelijke procedures), in het bijzonder door middel van een officiële verklaring (indien en voor zover in de lidstaat of in het derde land beschikbaar) of een ander gelijkwaardig document. Voor lopende onderzoeken kan informatie worden verstrekt door middel van een verklaring op erewoord;
- (e) informatie over:
- (1) lopende onderzoeken, handhavingsprocedures, sancties of andere handhavingsbeslissingen tegen de betreffende persoon;
- (2) weigering van inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning voor het uitoefenen van een handel, onderneming of beroep, of intrekking, herroeping of beëindiging van een dergelijke inschrijving, machtiging, lidmaatschap of vergunning, of uitsluiting door een toezichthouder of overheidsorgaan of door een beroepsorde of -vereniging; en
- (3) ontslag uit dienstbetrekking of een vertrouwenspositie, vertrouwensrelatie of soortgelijke situatie;
- (f) informatie over een eventuele beoordeling door een bevoegde autoriteit van de reputatie als persoon die leiding geeft aan het bedrijf, de naam van die autoriteit en bewijs van de uitkomst van deze beoordeling;
-
(g) een beschrijving van de financiële en niet-financiële belangen of relaties van de betreffende persoon en zijn naaste familieleden met de leden van het leidinggevend orgaan en belangrijke functiehouders binnen dezelfde instelling, de moederinstelling en dochterondernemingen en aandeelhouders;
-
(h) de minimumtijd die aan de uitoefening van de functies binnen de onderneming van de betreffende persoon zal worden besteed (per jaar en per maand);
-
(i) de lijst met de op dat moment door de betreffende persoon gehouden uitvoerende en niet-uitvoerende mandaten.
-
(2) Voor wat betreft punt 1, onder g) kunnen financiële belangen ook belangen zoals kredietactiviteiten, aandelenbelangen, garanties en pandrechten omvatten. Niet-financiële belangen kunnen ook belangen zoals familiebanden of nauwe relaties omvatten.
Deel 7 Informatie inzake de voorgenomen verwerving
De kandidaat-verwerver verstrekt de volgende informatie inzake de voorgenomen verwerving aan de doeltoezichthouder:
- (a) de naam van de doelonderneming;
- (b) bijzonderheden van de voornemens van de kandidaat-verwerver ten aanzien van de voorgenomen verwerving, zoals strategische belegging of portefeuillebelegging;
- (c) informatie over de aandelen van de doelonderneming die de kandidaat-verwerver bezat, of beoogde te bezitten, voor en na de voorgenomen verwerving, met inbegrip van:
- (1) aantal en soort aandelen gewone of andere aandelen van de doelonderneming die de kandidaat-verwerver bezat, of beoogde te verwerven, voor en na de voorgenomen verwerving, tezamen met de nominale waarde ervan;
- (2) het aandeel in het totale kapitaal van de doelonderneming dat gevormd wordt door de aandelen die de kandidaat-verwerver bezat of beoogde te verwerven, voor en na de voorgenomen verwerving;
- (3) het aandeel van de totale stemrechten van de doelonderneming dat gevormd wordt door de aandelen die de kandidaat-verwerver bezat, of beoogde te bezitten, voor en na de voorgenomen verwerving, indien afwijkend van het aandeel in het kapitaal van de doelonderneming;
- (4) de marktwaarde, in euro en in de lokale valuta, van de aandelen van de doelonderneming die de kandidaat-verwerver bezat, of beoogde te verwerven, voor en na de voorgenomen verwerving;
- (d) elke handeling in overleg met andere partijen, waartoe onder meer het volgende behoort: de bijdrage van andere partijen aan de financiering, de wijze van deelneming aan de financiële regelingen en toekomstige organisatorische regelingen;
- (e) de inhoud van beoogde aandeelhoudersovereenkomsten met andere aandeelhouders met betrekking tot de doelonderneming;
- (f) de voorgenomen verwervingsprijs en de bij het bepalen van die prijs gebruikte criteria, en in geval van een verschil tussen de marktwaarde en de voorgenomen verwervingsprijs, een toelichting hierop.
Deel 8
Informatie inzake de nieuwe voorgenomen groepsstructuur en de gevolgen daarvan voor het toezicht
-
- Wanneer de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is, voorziet hij de doeltoezichthouder van een analyse van de grenzen van het bereik van het toezicht, op geconsolideerde basis, op de doelonderneming en de groep waartoe deze na de voorgenomen verwerving zou behoren. Hiertoe behoort informatie over welke groepsentiteiten na de voorgenomen verwerving onder het bereik van de toezichteisen op geconsolideerde basis zouden vallen en op welke niveaus binnen de groep deze eisen zouden gelden op volledige of subgeconsolideerde basis.
-
- De kandidaat-verwerver voorziet de doeltoezichthouder ook van een analyse of de voorgenomen verwerving op enige wijze, onder meer als gevolg van nauwe banden van de
kandidaat-verwerver met de doelonderneming, invloed zal hebben op het vermogen van de doelonderneming om tijdige en accurate informatie aan zijn toezichthouder te kunnen blijven verstrekken.
Deel 9
Informatie inzake de financiering van de voorgenomen verwerving
-
- De kandidaat-verwerver geeft op de in navolgende paragraaf 2 bepaalde wijze een gedetailleerde uitleg over de specifieke bronnen van financiering voor de voorgenomen verwerving.
-
- De in paragraaf 1 bedoelde toelichting omvat:
- (a) bijzonderheden van het gebruik van particuliere financiële middelen en de herkomst en beschikbaarheid van de middelen, met relevante schriftelijke stukken als bewijs aan de financiële toezichthouder dat de voorgenomen verwerving geen witwaspoging is;
- (b) bijzonderheden van de wijze van betaling voor de voorgenomen verwerving en het netwerk dat voor de overboeking van middelen wordt gebruikt;
- (c) bijzonderheden van de toegang tot kapitaalbronnen en financiële markten, met bijzonderheden van de te uit te geven financiële instrumenten;
- (d) informatie over het gebruik van geleend geld, met de namen van de geldverstrekkers en bijzonderheden van de toegekende faciliteiten, de looptijden, voorwaarden, pandrechten en garanties, tezamen met informatie over de bron van de inkomsten die gebruikt worden voor de afbetaling van de leningen en de herkomst van het geleende geld, wanneer de geldverstrekker geen onder toezicht staande financiële instelling is;
- (e) informatie over een financiële regeling met andere aandeelhouders van de doelonderneming;
- (f) informatie over de activa van de kandidaat-verwerver of de doelonderneming die verkocht zullen worden om de voorgenomen verwerving te helpen financieren, zoals de verkoopvoorwaarden, prijs, waardebepaling en bijzonderheden van de kenmerken van die activa, met inbegrip van informatie over wanneer en hoe deze zijn verkregen.
Deel 10
Aanvullende informatie-eisen indien de voorgenomen verwerving tot een gekwalificeerde deelneming tot maximaal 20% zou leiden
Indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaat-verwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming tot maximaal 20% bezit, voorziet de kandidaatverwerver de doeltoezichthouder van een beleidsdocument dat, indien relevant, de volgende informatie bevat:
(a) de strategie van de kandidaat-verwerver met betrekking tot de voorgenomen verwerving, met inbegrip van de periode gedurende welke de kandidaat-verwerver voornemens is zijn deelneming na de voorgenomen verwerving te blijven bezitten en een eventueel voornemen van de kandidaat-verwerver om zijn deelneming op afzienbare termijn te vergroten, te verkleinen of te handhaven;
- (b) een indicatie van de voornemens van de kandidaat-verwerver jegens de doelonderneming, en in het bijzonder of hij al dan niet voornemens is als actieve minderheidsaandeelhouder te handelen, en de motivering daarvan;
- (c) informatie over de financiële positie van de kandidaat-verwerver en zijn bereidheid tot ondersteuning van de doelonderneming met aanvullende eigen middelen, indien dit nodig zou zijn voor de ontwikkeling van de activiteiten of in het geval van financiële problemen van de doelonderneming.
Deel 11
Aanvullende informatie-eisen indien de voorgenomen verwerving tot een gekwalificeerde deelneming van 20% tot maximaal 50% zou leiden
-
- Indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaat-verwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming van 20% tot maximaal 50% bezit, voorziet de kandidaat-verwerver de doeltoezichthouder van een beleidsdocument dat, indien relevant, de volgende informatie bevat:
- (a) alle informatie die op grond van deel 10 van deze Bijlage wordt verlangd;
- (b) bijzonderheden over de invloed die de kandidaat-verwerver op de financiële positie beoogt uit te oefenen, omvattende het dividendbeleid, de strategische ontwikkeling en de toewijzing van middelen van de doelonderneming;
- (c) een beschrijving van de voornemens en verwachtingen van de kandidaat-verwerver jegens de doelonderneming op de middellange termijn, waarbij alle elementen bedoeld in deel 12.2 van deze bijlage worden bestreken.
-
- Indien, afhankelijk van de mondiale structuur van de deelneming van de doelonderneming, de invloed die wordt uitgeoefend door de deelneming van de kandidaat-verwerver geacht wordt gelijk te zijn aan de invloed die wordt uitgeoefend door deelnemingen van 20% tot maximaal 50%, verstrekt de kandidaat-verwerver de in paragraaf 1 vermelde informatie.
Deel 12
Aanvullende informatie-eisen indien de voorgenomen verwerving zou resulteren in een gekwalificeerde deelneming van minstens 50%, of indien de doelonderneming een dochteronderneming van de kandidaat-verwerver wordt
-
- Indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaat-verwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming van minstens 50% bezit, of dat de doelonderneming zijn dochteronderneming wordt, voorziet de kandidaat-verwerver de doeltoezichthouder van een ondernemingsplan waarin een strategisch ontwikkelingsplan, geraamde financiële overzichten van de doelonderneming en het effect van de verwerving op de corporate-governancestructuur en de algemene organisatiestructuur van de doelonderneming zijn opgenomen.
-
- Het in bovenstaande paragraaf 1 bedoelde strategische ontwikkelingsplan moet in algemene termen de hoofddoelstellingen van de voorgenomen verwerving en de belangrijkste wijzen van realisering daarvan aangeven:
- (a) de algemene doelstelling van de voorgenomen verwerving;
- (b) de financiële doelstellingen op de middellange termijn, die uitgedrukt mogen worden als rentabiliteit op eigen vermogen, kosten-batenverhouding, winst per aandeel of in andere geschikte termen;
-
(c) de mogelijke heroriëntatie van activiteiten, producten, beoogde klanten en de mogelijke herverdeling van geld of middelen die naar verwachting gevolgen voor de doelonderneming zullen hebben;
-
(d) algemene processen voor de opname en integratie van de doelonderneming in de groepsstructuur van de kandidaat-verwerver met een beschrijving van de belangrijkste interacties die met andere ondernemingen in de groep zullen plaatsvinden alsmede een beschrijving van het beleid inzake de betrekkingen binnen de groep.
Voor wat betreft punt d) geldt voor instellingen waaraan een vergunning is verleend en die onder toezicht staan in de Unie, dat volstaan kan worden met informatie over de afdelingen binnen de groepsstructuur waarvoor de transactie gevolgen heeft.
-
- De in paragraaf 1 bedoelde geraamde financiële overzichten van de doelonderneming bevatten, op zowel vennootschappelijke basis als, indien van toepassing, geconsolideerde basis, voor een periode van drie jaar het volgende:
- (a) een geraamde balans en inkomstenverklaring;
- (b) geraamde prudentiële kapitaaleisen en solvabiliteitsratio;
- (c) informatie over het niveau van risicoblootstelling, omvattende krediet- en marktrisico’s en operationele risico’s alsmede andere relevante risico’s;
- (d) een prognose van voorwaardelijke intragroeptransacties.
-
- Het effect van de verwerving op de corporate-governancestructuur en algemene organisatorische structuur van de in paragraaf 1 bedoelde doelonderneming omvat ook het effect op:
- (a) de samenstelling en taken van het administratieve, bestuurlijke of toezichthoudende orgaan en de belangrijkste comités die door een dergelijk besluitvormingsorgaan worden gevormd - het directiecomité, risicocomité, auditcomité, beloningscomité en andere comités - met informatie over de personen die benoemd zullen worden om leiding te geven aan het bedrijf;
- (b) administratieve en boekhoudkundige procedures en interne controles en wijzigingen in procedures en systemen voor de boekhouding, interne controle, compliance, met inbegrip van het voorkomen van witwassen van geld en risicobeheersing, en met inbegrip van de benoeming van de belangrijke functies van interne accountant, compliance officer en risicomanager;
- (c) de algehele IT-architectuur, met inbegrip van eventuele wijzigingen inzake het uitbestedingsbeleid, het datastroomdiagram, de gebruikte eigen en externe software en de essentiële procedures en instrumenten ter beveiliging van de data en systemen, met inbegrip van back-ups, continuïteitsplannen en auditsporen;
- (d) het uitbestedingsbeleid, met informatie over de betrokken gebieden, de selectie van dienstverleners en de respectievelijke rechten en verplichtingen van de belangrijkste partijen zoals vastgelegd in contracten, zoals controleopdrachten, en de van de dienstverlener verwachte kwaliteit van de dienstverlening;
- (e) alle andere relevante informatie inzake het effect van de verwerving op de corporate-governancestructuur en algemene organisatiestructuur van de doelonderneming, met inbegrip van wijzigingen inzake de stemrechten van de aandeelhouders.
Deel 13 Beperkte informatie-eisen
-
- Indien de kandidaat-verwerver een entiteit is waaraan een vergunning is verleend en die onder toezicht valt in de Europese Unie en de doelonderneming aan de criteria vermeld in paragraaf 2 van dit deel voldoet, voorziet de kandidaat-verwerver de doeltoezichthouder van de volgende informatie:
- (a) Indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke persoon is:
- (1) de informatie vermeld in deel 3.1 van deze bijlage;
- (2) de informatie vermeld onder c) tot en met g) van deel 4.1 van deze bijlage;
- (3) de informatie vermeld in de delen 6, 7 en 9 van deze bijlage;
- (4) de informatie vermeld in deel 8.1 van deze bijlage;
- (5) indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaatverwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming tot maximaal 20% bezit, een stuk beleidsdocument als bedoeld in deel 10 van deze bijlage;
- (6) indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaatverwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming van minstens 20% bezit, een beleidsdocument als bedoeld in deel 11 van deze bijlage.
- (b) Indien de kandidaat-verwerver een rechtspersoon is of indien er een trust bestaat of zou ontstaan als gevolg van de voorgenomen verwerving:
- (1) de informatie vermeld in deel 3.2 en, waar relevant, deel 3.3 van deze bijlage;
- (2) de informatie vermeld onder c) tot en met j) van deel 5.1. van deze bijlage en, waar relevant, de informatie vermeld in deel 5.4 van deze bijlage;
- (3) de informatie vermeld in de delen 6, 7 en 9 van deze bijlage;
- (4) de informatie vermeld in deel 8.1 van deze bijlage;
- (5) indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaatverwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming tot maximaal 20% bezit, een beleidsdocument als bedoeld in deel 10 van deze bijlage; en
- (6) indien de voorgenomen verwerving ertoe zou leiden dat de kandidaatverwerver een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming van minstens 20% houdt, een beleidsdocument als bedoeld in deel 11 van deze bijlage.
-
- De in paragraaf 1 vermelde eisen worden toegepast op verwervingen in beleggingsondernemingen die voldoen aan alle volgende criteria:
- (a) zij houden geen vermogensbestanddelen van cliënten;
- (b) zij bezitten geen vergunning voor de beleggingsdiensten en -activiteiten ‘voor eigen rekening handelen’ of ‘overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie’ als bedoeld in bijlage 1, deel A, onder 3) en 6), van Richtlijn 2004/39/EG;
-
(c) in geval zij een vergunning bezitten voor de beleggingsdienst ‘vermogensbeheer’ als bedoeld in bijlage 1, deel A, onder 4), van Richtlijn 2004/39/EG en het door de beleggingsonderneming beheerde vermogen onder de 500 miljoen EUR ligt.
-
- Indien de kandidaat-verwerver de afgelopen twee jaar door de doeltoezichthouder is beoordeeld, geldt voor wat betreft de informatie die de doeltoezichthouder reeds bezit, dat de kandidaat-verwerver alleen die onderdelen van de informatie moet verstrekken die sinds de vorige beoordeling zijn gewijzigd.
Indien er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden, tekent de kandidaat-verwerver een verklaring waarin hij aan de doeltoezichthouder meedeelt dat er geen noodzaak tot actualisering van die informatie is, aangezien hierin sinds de vorige beoordeling geen verandering is gekomen.
Bijlage II – Praktische voorbeelden van het bepalen van verwervingen van onrechtstreekse deelnemingen
Deze bijlage bevat vier voorbeelden van de toepassing van de criteria ter bepaling of er een onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming wordt verworven en wat de grootte van die onrechtstreekse verwerving is. Ter vereenvoudiging wordt aangenomen dat alleen zeggenschap wordt verkregen wanneer de omvang van de te verwerven deelneming groter is dan 50% (hoewel ook met een kleinere deelneming zeggenschap kan worden verworven). Voorts wordt aangenomen dat er geen aanmerkelijke invloed wordt verworven, wat in de gegeven voorbeelden in de praktijk ook onwaarschijnlijk zou kunnen zijn.
In de eerste drie voorbeelden is ‘T’ de doelonderneming en is de bovenste entiteit in de keten die in de figuren weergegeven wordt, respectievelijk ‘C’ in figuur 1 en 2 en ‘D’ in figuur 3, de kandidaatverwerver. Personen die zeggenschap over de onrechtstreekse kandidaat-verwerver hebben, zijn niet afgebeeld in de figuren, maar worden wel in aanmerking genomen in de voorbeelden. Het vierde scenario bevat een uitgewerkt voorbeeld van de berekening van onrechtstreekse deelnemingen in een meer complexe structuur.
Eerste voorbeeld
In figuur 1 wordt C, nadat C zeggenschap over B heeft verworven, overeenkomstig het zeggenschapscriterium van paragraaf 6.3 van de richtsnoeren geacht onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming te verwerven, nu entiteit B, waarover zeggenschap bestaat, een gekwalificeerde deelneming in T van 10% houdt. Alle andere personen die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap over C hebben, worden overeenkomstig het zeggenschapscriterium van paragraaf 6.3 van de richtsnoeren, ook geacht onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in de doelonderneming te verwerven, en de omvang van de deelneming die door C en elk van deze personen wordt verworven, wordt geacht gelijk te zijn aan 10%.
Er is geen noodzaak om het vermenigvuldigingscriterium van paragraaf 6.6. van de richtsnoeren toe te passen.
Tweede voorbeeld
In figuur 2 verwerft C geen zeggenschap over B en derhalve wordt C geacht geen gekwalificeerde deelneming te verwerven overeenkomstig de toepassing van het zeggenschapscriterium van paragraaf 6.3 van de richtsnoeren.
Om te beoordelen of er onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming wordt verkregen, dient het vermenigvuldigingscriterium te worden toegepast. Dit vereist dat het percentage van de door C in B te verwerven deelneming wordt vermenigvuldigd met het percentage van B’s deelneming in T (49% × 100%). Aangezien de uitkomst 49% is, wordt C geacht onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming te hebben verworven. In het licht van de toepassing van paragraaf 6.6 van de richtsnoeren, worden C en elk van de personen die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap over C hebben, geacht onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming van 49% te verwerven. Het vermenigvuldigingscriterium dient te worden toegepast op de aandeelhouders in C die geen zeggenschap over C hebben, te beginnen vanaf de onderkant van de vennootschappelijke keten, zijnde de rechtstreekse deelneming in de doelonderneming.
Derde voorbeeld
In figuur 3 verwerft D geen zeggenschap over C; derhalve is er geen sprake van een onrechtstreekse verwerving van een gekwalificeerde deelneming overeenkomstig het zeggenschapscriterium. Om te bepalen of D als onrechtstreekse verwerver van een gekwalificeerde deelneming in T moet worden aangemerkt, dient het vermenigvuldigingscriterium te worden toegepast. Dit brengt de vermenigvuldiging van de percentages van de deelnemingen in de vennootschappelijke keten met zich mee (zijnde D’s deelneming in C, C’s deelneming in B en B’s deelneming in T). Aangezien het hieruit voortvloeiende percentage 10,2% is, wordt D geacht onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming in T te verwerven. In het licht van de toepassing van paragraaf 6.6 van de richtsnoeren worden alle personen met rechtstreekse of onrechtstreekse zeggenschap over D ook geacht onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming van 10,2% te verwerven.
Vierde voorbeeld
Onderstaande figuur geeft een volledige vennootschappelijke structuur weer, waarbij voor elke aandeelhouder de omvang van zijn onrechtstreekse deelneming in de doelonderneming (T) is weergegeven.
Voor elke aandeelhouder wordt de omvang van zijn deelneming in de entiteit direct daaronder weergegeven naast de pijl die de deelneming aangeeft. De omvang van de rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in de doelonderneming wordt tussen haakjes weergegeven in het vak van de aandeelhouder.
Het schema is bedoeld om de aandeelhoudersstructuur na voltooiing van een verwerving te tonen. Indien de omvang van de rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in de doelonderneming van de entiteit die de daadwerkelijke verwerving heeft uitgevoerd minstens 10% is, wordt die entiteit geacht een gekwalificeerde deelneming te hebben verworven. Een gekwalificeerde deelneming wordt ook geacht te zijn verworven door diegenen van zijn directe of indirecte aandeelhouders, die geacht worden een onrechtstreekse deelneming in de doelonderneming van ten minste 10% te hebben verkregen.
Legenda: De omvang van de deelneming van een aandeelhouder in de entiteit direct daaronder Een onrechtstreekse deelneming van 100% verworven met toepassing van het zeggenschapscriterium Een onrechtstreekse deelneming van 49% verkregen met toepassing van het vermenigvuldigingscriterium,
Overeenkomstig paragraaf 6.6., onder b), van de richtsnoeren, een onrechtstreekse deelneming van 49% van een persoon met zeggenschap over een houder van een