Richtsnoeren voor de gelijkwaardigheidsbeoordelingsmethoden door nationale toezichthoudende autoriteiten uit hoofde van Solvabiliteit II
Download PDFEIOPA-BoS-14/182 NL
Richtsnoeren voor de gelijkwaardigheidsbeoordelingsmethode n door nationale toezichthoudende autoriteiten uit hoofde van Solvabiliteit II
Inleiding
- 1.1. Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van 24 november 2010 (hierna: “Eiopa-Verordening”)1 stelt Eiopa richtsnoeren vast als uitwerking van de artikelen 227 en 260 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (hierna: Solvabiliteit II) 2 over de beoordeling van de gelijkwaardigheid van de toezichtsystemen van derde landen.
- 1.2. De artikelen 379 en 380 van de uitvoeringsmaatregelen noemen de criteria die gehanteerd moeten worden voor de gelijkwaardigheidsbeoordeling van toezichtregimes van derde landen voor respectievelijk artikel 227 en artikel 260 van Solvabiliteit II3 .
- 1.3. Deze richtsnoeren zijn bedoeld voor nationale toezichthoudende autoriteiten waarop Solvabiliteit II betrekking heeft.
- 1.4. Solvabiliteit II speelt in op omstandigheden waar de Europese Commissie geen besluit heeft genomen over de gelijkwaardigheid van een bepaald derde land, en waarbij overeenkomstig artikel 227, lid 2 van Solvabiliteit II de groepstoezichthouder, op eigen initiatief of op verzoek van de deelnemende onderneming, de gelijkwaardigheid van het regime van het derde land verifieert met het oog op de berekening van de groepssolvabiliteit.
- 1.5. Zo bepaalt ook artikel 260, lid 1 van Solvabiliteit II dat wanneer er geen besluit van de Commissie over de gelijkwaardigheid ligt, de controle of een bepaald derde land groepstoezicht uitoefent die gelijkwaardig is aan het groepstoezicht zoals vastgelegd in Solvabiliteit II, moet worden uitgevoerd door de toezichthoudende autoriteit van de EU die de groepstoezichthouder zou zijn, indien de criteria van artikel 247, lid 2 (waarnemend groepstoezichthouder) van toepassing zouden zijn. De verificatie wordt uitgevoerd op verzoek van de moederonderneming in het derde land of van een van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die zijn toegestaan in de Unie, of op eigen initiatief van de waarnemend groepstoezichthouder.
- 1.6. Deze richtsnoeren moeten ervoor zorgen dat de groepstoezichthouders of de waarnemend groepstoezichthouders een consistente aanpak hanteren, die gebaseerd is op de gelijkwaardigheidscriteria zoals vastgelegd in de uitvoeringsmaatregelen voor Solvabiliteit II. Dit proces helpt om het eventueel nog overblijvende risico te beperken dat verschillende groepstoezichthouders of waarnemend groepstoezichthouders uiteenlopende besluiten nemen over hetzelfde regime in een derde land, doordat zij een verschillend beoordelingssysteem hanteren. Wanneer de Europese Commissie vervolgens een besluit over de gelijkwaardigheid neemt, heeft dit besluit voorrang boven
1 PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48-83.
2 PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1-155.
3 PB L 12 van 17.01.2015, blz. 1-797.
- alle besluiten die eerder zijn genomen door de groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder.
- 1.7. Deze richtsnoeren hebben betrekking op volledige gelijkwaardigheidsbeoordelingen.
- 1.8. In het kader van deze richtsnoeren zijn de “betrokken nationale toezichtautoriteiten” alle nationale toezichthoudende autoriteiten die bevoegd zijn toezicht te houden op (her)verzekeringsondernemingen die onder Solventie II vallen.
- 1.9. Indien begrippen niet in deze richtsnoeren zijn gedefinieerd, hebben ze de betekenis die is vastgelegd in de in de inleiding genoemde rechtshandelingen.
- 1.10. De richtsnoeren zijn met ingang van 1 april 2015 van toepassing.
Richtsnoer 1 - Algemene beginselen
- 1.11. De nationale toezichthoudende instanties voor de gelijkwaardigheidsbeoordeling de volgende algemene beginselen hanteren:
- a) Gelijkwaardigheidsbeoordelingen zijn bedoeld om te bepalen of het toezichtstelsel van het derde land een beschermingsniveau aan de verzekeringnemer/begunstigde biedt dat vergelijkbaar is met de bescherming bedoeld in titel I, hoofdstuk VI van Solvabiliteit II.
- b) Gelijkwaardigheidsbeoordelingen zijn gebaseerd op de criteria in de artikelen 379 en 380 van de uitvoeringsmaatregelen, waarin de relevante toezichthoudende beginselen worden uiteengezet die vastgelegd zijn in Solvabiliteit II.
- c) Met uitzondering van het beroepsgeheimcriterium wordt er in gelijkwaardigheidsbeoordelingen rekening gehouden met het evenredigheidsbeginsel.
- d) Gelijkwaardigheid van de beroepsgeheimregeling in het derde land is een voorwaarde voor een positieve beslissing over de gelijkwaardigheid van het groepstoezichtstelsel van het derde land.
- e) Een gelijkwaardigheidsbeoordeling kan alleen worden uitgevoerd ten aanzien van de bestaande regeling die wordt toegepast door de toezichthoudende autoriteit van een derde land ten tijde van de beoordeling.
- f) De beoordeling moet alle elementen van het toezichtstelsel van het derde land omvatten die vallen onder de criteria genoemd in de artikelen 379 en 380 van de uitvoeringsmaatregelen, dat wil zeggen niet alleen de elementen die rechtstreeks van belang zijn voor de groep die om de beoordeling heeft verzocht.
- g) Een positieve gelijkwaardigheidsbeoordeling moet regelmatig opnieuw onderzocht worden.
- h) Een negatieve gelijkwaardigheidsbeoordeling kan worden herzien op verzoek van de betrokken onderneming of op initiatief van de groepstoezichthouder of van de waarnemend groepstoezichthouder zelf, wanneer er aanzienlijke
wijzigingen zijn geweest in de toezichtregeling vastgelegd in titel I, hoofdstuk VI van Solvabiliteit II of de toezichtregeling van het derde land.
Richtsnoer 2 - Verzoek tot gelijkwaardigheidsbeoordeling
- 1.12. De groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder dient Eiopa in kennis te stellen binnen 20 werkdagen na ontvangst van een verzoek om een gelijkwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 227 en/of artikel 260 van Solvabiliteit II, of:
- a) hij de beoordeling op nationaal niveau wil uitvoeren, met de hulp van Eiopa en in overleg met de andere betrokken nationale toezichthoudende instanties; of
- b) hij een beoordeling door Eiopa wil laten uitvoeren. De verzoekende groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder moet deelnemen aan de technische beoordeling.
Richtsnoer 3 - Aan Eiopa verstrekte informatie ten behoeve van de beoordeling
- 1.13. Wanneer de groepstoezichthouder of waarnemend groepstoezichthouder een beoordeling door Eiopa wenst aan te vragen, verstrekt hij tegelijk met het verzoek de volgende informatie per email:
- a) datum van het verzoek van de onderneming;
- b) naam van de verzoekende onderneming;
- c) naam van de groep waartoe de verzoekende onderneming behoort;
- d) land(en) waarvoor de beoordeling wordt verzocht;
- e) naam en e-mail van de contactperso(o)n(en) bij de groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder bij wie nadere informatie gevraagd kan worden over het beoordelingsverzoek.
Richtsnoer 4 - Beoordeling door Eiopa
1.14. De groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder houdt, wanneer de beoordeling wordt uitgevoerd door Eiopa, rekening met haar conclusie van de beoordeling in het gelijkwaardigheidsbesluit.
Richtsnoer 5 - Mededeling van het besluit van de groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder
1.15. De groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder moet Eiopa in kennis stellen van de uitkomst en de onderliggende analyse van het voorgestelde besluit, dat aan alle nationale toezichthoudende autoriteiten ter beschikking zal worden gesteld.
Richtsnoer 6 - Bezwaren tegen het besluit van de groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder
1.16. Nationale toezichthoudende autoriteiten dienen eventuele bezwaren tegen het voorgestelde besluit via e-mail naar Eiopa en de groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder te sturen, binnen tien werkdagen vanaf de dag dat Eiopa het gelijkwaardigheidsbesluit en de onderliggende analyse volgens Richtsnoer 5 bekendmaakt.
Richtsnoer 7 - Definitief besluit van de groepstoezichthouder of de waarnemend groepstoezichthouder
1.17. De groepstoezichthouder of waarnemend groepstoezichthouder wachttot de in richtsnoer 6 gestelde termijn is verstreken en behandelt alle eventuele bezwaren voordat hij zijn besluit aan Eiopa bevestigt en de uitkomst aan de onderneming bekendmaakt.
Richtsnoer 8 - Beoordeling op nationaal niveau / artikel 227 Solvabiliteit II
1.18. Als de groepstoezichthouder en de nationale toezichthoudende autoriteiten besluiten een gelijkwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 227 van Solvabiliteit II uit te voeren of daaraan deel te nemen, organiseren zij hun werkzaamheden op zodanige wijze dat deze voldoen aan de acties en termijnen die in de technische bijlage I zijn beschreven.
Richtsnoer 9 - Beoordeling op nationaal niveau / artikel 260 Solvabiliteit II
1.19. Als de groepstoezichthouder en de nationale toezichthoudende autoriteiten besluiten een gelijkwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 260 van Solvabiliteit II uit te voeren of daaraan deel te nemen, organiseren zij hun werkzaamheden op zodanige wijze dat deze voldoen aan de acties en termijnen die in de technische bijlage II zijn beschrevenSolvabiliteit II.
Nalevings- en rapportageregels
- 1.20. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven
- 1.21. Nationale bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.
- 1.22. Nationale bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor nietnaleving op.
1.23. Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.
Slotbepaling over herziening
1.24. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.
Technische bijlage I - Gelijkwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 227 van Solvabiliteit II
Deel I: Bij het uitvoeren van een beoordeling op grond van Richtsnoer 8 volgen de nationale toezichthoudende autoriteiten de hieronder beschreven stappen.
A Start van de beoordeling:
-
- Binnen 20 werkdagen na ontvangst van het verzoek als bedoeld in artikel 227 van Solvabiliteit II moet de groepstoezichthouder Eiopa in kennis stellen van het ontvangen verzoek en daarbij de volgende informatie verstrekken:
- a) datum van het verzoek van de onderneming;
- b) naam van de verzoekende onderneming;
- c) naam van de groep waartoe de verzoekende onderneming behoort;
- d) land(en) waarvoor de beoordeling wordt verzocht;
- e) naam en e-mailadres van de contactperso(o)n(en) bij de groepstoezichthouder in verband met de beoordeling.
De kennisgeving wordt ook verzonden naar de EU-leden van het groepscollege.
De groepstoezichthouder moet samen met Eiopa controlerenof er al een besluit over gelijkwaardigheid voor dat derde land is genomen door een andere groepstoezichthouder. Is dat het geval, dan zijn alleen de volgende gedetailleerde maatregelen nodig, om rekening te houden met belangrijke wijzigingen in het toezichtstelsel zoals vastgesteld in titel I, hoofdstuk VI Solvabiliteit II en in het toezichtstelsel in dat derde land.
-
- De groepstoezichthouder verzoekt Eiopa de informatie binnen vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving door te geven aan zijn raad van toezichthouders, waarbij gevraagd wordt om nadere gegevens over het wezenlijke belang dat de nationale toezichthoudende autoriteiten hebben bij de gelijkwaardigheidsbeoordeling van de ondernemingen waarop zij toezicht uitoefenen.
-
- Nationale toezichthoudende autoriteiten geven binnen 15 werkdagen dergelijke nadere bijzonderheden aan de persoon die verantwoordelijk is voor de beoordeling bij de groepstoezichthouder en aan Eiopa.
-
- Binnen 20 werkdagen na ontvangst van het verzoek op grond van artikel 227, lid 2, van Solvabiliteit II neemt de groepstoezichthouder contact op met de toezichthouder van het derde land om hem op de hoogte te stellen van het verzoek en hem te vragen of hij wil deelnemen of meewerken aan de beoordeling, met vermelding van het voorgestelde tijdpad voor de beoordeling van de toezichthouder van het derde land. De kennisgeving wordt doorgegeven aan Eiopa.
-
- De groepstoezichthouder vraagt de toezichthouder van het derde land te antwoorden binnen twintig werkdagen na de datum waarop deze het verzoek ontvangen heeft.
B. Uitvoering van de beoordeling:
-
- Binnen tien werkdagen na ontvangst van een antwoord van de toezichthouder van het derde land ter bevestiging van deelname of de medewerking aan de beoordeling, gaat de groepstoezichthouder informatie verzamelen door de vragenlijst op te sturen die is opgenomen in deel II van deze technische bijlage. De groepstoezichthouder geeft de toezichthouder van het derde land ten minste 40 werkdagen de tijd om deze informatie te verstrekken. De groepstoezichthouder stelt Eiopa in kennis van het verzoek om informatie.
-
- Binnen tien werkdagen na ontvangst van een antwoord van een toezichthouder van een derde land waarin medewerking wordt geweigerd, en nadat Eiopa in kennis is gesteld, moet de groepstoezichthouder de onderneming die om de beoordeling heeft verzocht in kennis stellen en vragen of de onderneming nog steeds een beoordeling wil. Indien de verzoekende onderneming (hierna: deelnemende onderneming) wil doorgaan , begint de groepstoezichthouder met het verzamelen van informatie van de deelnemende onderneming. De antwoordtermijn voor de deelnemende onderneming moet minimaal 40 werkdagen zijn.
-
- De groepstoezichthouder vraagt de deelnemende onderneming om informatie over alle onderdelen van de vragenlijst in deel II van deze technische bijlage.
-
- De groepstoezichthouder verzoekt de deelnemende onderneming alle relevante wetgeving in het derde land te verstrekken, zowel in de oorspronkelijke versie als een vertaling in de landstaal van de groepstoezichthouder en/of in het Engels.
-
- De groepstoezichthouder moet binnen de termijn voor ontvangst van de door de toezichthouder/deelnemende onderneming van het derde land ingevulde vragenlijst het beoordelingsteam hebben samengesteld, waarin de nodige expertise, kennis en ervaring is vertegenwoordigd en dat bestaat uit deskundigen uit andere nationale toezichthoudende instanties - indien dit is overeengekomen en Eiopa.
-
- Wanneer de informatie die nodig is om een beoordeling uit te voeren niet ter beschikking wordt gesteld, ondanks dat daarom is verzocht, dient de groepstoezichtouder een besluit uit te brengen dat de beoordelingsprocedure beëindigd wordt, met de vermelding dat beoordeling van de gelijkwaardigheid van het derde land niet mogelijk is wegens gebrek aan bewijsmateriaal. De groepstoezichthouder ontbindt het beoordelingsteam en brengt Eiopa, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de onderneming die om de beoordeling heeft verzocht op de hoogte van het besluit.
-
- Na ontvangst van de ingevulde vragenlijst van het derde land/ de input van de deelnemende onderneming, kan de groepstoezichthouder beginnen met de bureaustudie ten behoeve van de beoordeling. Voor deze fase moet ten minste een periode van 30 dagen worden uitgetrokken.
-
- Tijdens de bureaustudie voor de beoordeling verzamelt de groepstoezichthouder alle informatie die voor de beoordeling noodzakelijk is en verzoekt om toelichting bij de toezichthouder/deelnemende ondernemer van het derde land, al naar gelang van toepassing is. Eiopa moet op de hoogte worden gehouden van de voortgang van de beoordeling, zodat zij de groepstoezichthouder kan assisteren. De communicatie moet altijd goed gedocumenteerd worden.
-
- Tijdens de bureaustudie maakt de groepstoezichthouder ook gebruik van gegevens/informatie uit diverse andere bronnen. De groepstoezichthouder vraagt Eiopa hem op de hoogte te stellen van alle relevante informatie waarover deze beschikt of die verstrekt is door andere nationale toezichthoudende autoriteiten.
-
- Bij het uitvoeren van de beoordeling wordt elk criterium zoals bepaald in artikel 379 van de uitvoeringsmaatregelen beoordeeld met behulp van de vijf categorieën: voldaan, grotendeels voldaan, ten dele voldaan, niet voldaan en niet van toepassing. Opdat een criterium als voldaan kan worden beschouwd, moet het derde land toezichthoudende autoriteit/deelnemende onderneming aantonen dat:
- a) de relevante nationale juridische, regelgevende en/of administratieve bepalingen bestaan; en dat
- b) de nationale bepalingen daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast.
-
- Indien er ten tijde van de beoordeling geen nationale bepalingen bestaan, moet de groepstoezichthouder de voorgestelde verbeteringen in het beoordelingsrapport vermelden.
C. Uitkomst of resultaten van de gelijkwaardigheidsbeoordeling:
-
- Aan het einde van de beoordelingsperiode stelt de groepstoezichthouder een rapport op met de volgende informatie:
- a) korte presentatie van de activiteiten van de groepstoezichthouder en de chronologische volgorde daarvan;
- b) vermelding of het derde land tijdens het proces heeft meegewerkt;
- c) vermelding van/details over de manier waarop de informatie is verzameld indien afkomstig van een bron anders dan de toezichthouder van het derde land;
- d) beknopt overzicht van de markt van het derde land;
- e) gedetailleerde analyse van de belangrijke aspecten van het toezichtstelsel van het derde land;
- f) resultaat van de analyse uitgevoerd door de groepstoezichthouder, met de bevindingen voor elk van de in artikel 379 van de uitvoeringsmaatregelen genoemde criteria;
- g) conclusie van de gelijkwaardigheidsbeoordeling, die een van de volgende moet zijn:
- i. Land A is gelijkwaardig volgens de criteria genoemd in artikel 379 van de uitvoeringsmaatregelen;
- II. Land A voldoet niet aan de criteria en is niet gelijkwaardig.
-
- De groepstoezichthouder stuurt het ontwerpbeoordelingsrapport naar de leden van het college en naar Eiopa. Bovendien verzoekt de groepstoezichthouder Eiopa de conclusies verder te verspreiden onder alle nationale toezichthoudende autoriteiten. Laatstgenoemde dienen binnen een termijn van twintig werkdagen commentaar te geven en de groepstoezichthouder bestudeert zorgvuldig hun opmerkingen in samenwerking met Eiopa, voordat hij zijn conclusies afrondt.
-
- Vervolgens stuurt de groepstoezichthouder het rapport aan de toezichthouder van het derde land ter controle of de feiten juist zijn, ongeacht of laatstgenoemde meewerkt aan het proces. De toezichthouder van het derde land moet minimaal 15 en maximaal 25 werkdagen de gelegenheid krijgen om commentaar te geven op de juistheid van de feiten.
-
- Indien de toezichthouder van het derde land commentaar geeft, moet dit bestudeerd worden door het beoordelingsteam en het rapport wordt waar nodig herzien voordat het wordt afgerond.
-
- Na het voorgestelde besluit over de gelijkwaardigheid van het derde land door de groepstoezichthouder, zendt deze de uitkomst en de ondersteunende analyse naar Eiopa, met het verzoek het rapport en de analyse bekend te maken onder haar leden via het besloten gedeelte van de website.
-
- Binnen tien werkdagen vanaf de dag dat Eiopa het gelijkwaardigheidsbesluit en de ondersteunende analyse heeft verspreid conform punt 21, kunnen de nationale toezichthoudende instanties per e-mail bij Eiopa en de groepstoezichthouder bezwaar maken tegen het voorgestelde besluit. De groepstoezichthouder mag de verzoekende onderneming pas in kennis stellen van het besluit nadat deze termijn verlopen is en mits geen bezwaren zijn ingediend. Indien er bezwaar is gemaakt, moet de groepstoezichthouder deze bezwaren bestuderen voordat hij zijn besluit bevestigt aan Eiopa en de uitkomst bekendmaakt aan de onderneming die om de beoordeling verzocht heeft.
Deel II: Model vragenlijst
-
- Geef informatie over het bestaan, de inhoud en de omvang van de bepalingen met betrekking tot financieel toezicht, zoals informatie met betrekking tot:
- Controle van de solvabiliteit en financiële toestand van de onderneming;
- Verificatie van de vestiging en de mogelijkheid om uitbreiding van de technische voorzieningen en van de activa ter dekking daarvan te eisen;
- De verplichting die de onderneming heeft om zijn financiële positie en solvabiliteit te melden aan de toezichthouder om tijdig ingrijpen door de toezichthouder mogelijk te maken.
-
- Beschrijf de voorzieningen die betrekking hebben op de regels voor de waardering van activa en passiva, en geef aan of het volgende van toepassing is:
- De waardering van activa en passiva is gebaseerd op een economische waardering van de gehele balans;
- Activa en passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor zij kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn;
- De normen voor waardering ten behoeve van toezicht voldoen zo veel mogelijk aan de internationale boekhoudnormen.
-
- Geef informatie over het juridische en toezichthoudende stelsel dat van toepassing is op technische voorzieningen (TV) en vermeld of er vereisten zijn, en zo ja welke, waarmee het volgende wordt gegarandeerd:
- Er zijn TV vastgesteld ten aanzien van alle verzekeringsverplichtingen, bedoeld om alle verwachte risico’s met betrekking tot (her)verzekeringsverplichtingen van de onderneming te dekken;
- De TV worden behoudend, betrouwbaar en objectief berekend;
- Het niveau van de TV is het bedrag dat een (her)verzekeringsonderneming van een derde land zou moeten betalen indien zij haar contractuele rechten en plichten onmiddellijk zou overdragen aan of verrekenen met een andere onderneming/tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn;
- De waarde van de TV is marktconform en maakt voor zover mogelijk gebruik van en komt overeen met de informatie afkomstig van financiële markten en algemeen beschikbare informatie over verzekeringstechnische risico’s;
- De (her)verzekeringsverplichtingen worden verdeeld in passende risicogroepen en ten minste in branches, met het oog op een accurate waardering van de herverzekeringsverplichtingen;
- Er worden processen en procedures gevolgd om ervoor te zorgen dat de gegevens die worden gebruikt bij de berekening van TV passend, volledig en juist zijn.
-
- Geef nadere informatie over het juridische kader en het toezichtkader dat van toepassing is op de technische voorzieningen (TV) en geef aan of, en zo ja welke vereisten bestaan om het volgende te waarborgen:
- Eigen vermogen wordt geclassificeerd volgens hun vermogen om verliezen te compenseren in geval van ontbinding en op basis van het continuïteitsbeginsel;
- Er is eigen vermogen van de hoogste kwaliteit beschikbaar om verliezen te compenseren bij een lopend bedrijf en in geval van ontbinding, met als aanvullende eisen dat het eigen vermogen voldoende lang moet worden aangehouden, er geen prikkels zijn om terug te kopen, geen verplichte onderhoudskosten en geen bezwaringen.
-
Er wordt onderscheid gemaakt tussen het eigen vermogen op de balans en posten die niet op de balans staan (bijvoorbeeld garanties);
-
Afhankelijk van de classificatie van het eigen vermogen kan aan de kapitaalvereisten worden voldaan met eigen vermogen, hetzij geheel (voor eigen vermogen van de beste kwaliteit), hetzij gedeeltelijk;
-
Er zijn kwantitatieve grenzen van toepassing op het eigen vermogen, om de kwaliteit te waarborgen van het eigen vermogen dat gebruikt wordt om te voldoen aan de kapitaalvereisten. Indien er geen kwantitatieve grenzen zijn gesteld, moeten andere toezichthoudende voorschriften de hoge kwaliteit van het eigen vermogen waarborgen.
-
- Beschrijf het toepasselijke regelgevende en toezichthoudende stelsel met betrekking tot investeringen, en geef informatie waaruit het volgende blijkt:
- Ondernemingen mogen uitsluitend investeren in activa en instrumenten waarbij de risico’s voldoende kunnen worden vastgesteld, gemeten, beheerd, gecontroleerd en gerapporteerd en waarmee voldoende rekening is gehouden bij het bepalen van hun solvabiliteitsbehoeften;
- Activa die worden aangehouden ter dekking van TV worden behoudend belegd in het belang van alle verzekeringnemers en begunstigden;
- Alle activa worden zodanig belegd dat de veiligheid, kwaliteit, liquiditeit, beschikbaarheid en het rendement van de portefeuille als geheel gewaarborgd zijn;
- Het aandeel investeringen in activa die niet verhandeld mogen worden dient behoudend te zijn;
- Beleggingen in derivaten zijn alleen mogelijk voor zover zij bijdragen tot een vermindering van de risico’s of tot goed portefeuillebeheer;
- Buitensporige afhankelijkheid van één bepaalde activa, emittent of cumulatie van risico’s wordt vermeden; er is geen buitensporige risicoconcentratie.
-
- Geef nadere informatie over het toepasselijke juridische stelsel en toezichtkader ten opzichte van de kapitaalvereisten en vermeld of en/of hoe:
- Kapitaalvereisten gebaseerd zijn op risico en bedoeld zijn om alle kwantificeerbare onverwachte risico’s van de onderneming te meten. Vermeld daarbij de volgende punten:
- o Als significante risico’s niet in de kapitaalvereisten zijn verwerkt, geef dan meer informatie over het mechanisme dat wordt toegepast om te garanderen dat de kapitaalvereisten voldoende zijn afgestemd op deze risico’s.
- o Hoe weerspiegelen de kapitaalvereisten een niveau van het eigen vermogen waarmee de onderneming in staat is grote verliezen te compenseren en die redelijke zekerheid bieden aan verzekeringnemers en begunstigden dat uitkeringen zullen plaatsvinden wanneer deze verschuldigd zijn?
-
o Wat is de kalibratierichtwaarde van de kapitaalvereisten? Zorgen de vereisten ervoor dat de onderneming minimaal gedurende een jaar 1 op de 200 faillissementsscenario overleeft of dat aan verzekeringnemers en begunstigden ten minste hetzelfde beschermingsniveau wordt geboden?
-
o De berekening van kapitaalvereisten zorgt ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten van het derde land accuraat en tijdig ingrijpen.
-
o Verplichting voor ondernemingen om zorgen over hun financiële positie te melden.
-
o Verplichting voor ondernemingen om de gemelde zorgen aan te pakken.
-
o De toezichthoudende autoriteit heeft de bevoegdheid de nodige en passende acties te nemen tegen de onderneming, zodat weer voldaan wordt aan die vereiste.
-
o Aanwezigheid van geschikte normen als in de kapitaalvereisten rekening wordt gehouden met het effect van risicolimiteringstechnieken.
-
Er is een minimumniveau waar de kapitaalvereisten niet onder mogen komen en dat gelijk is aan een minimumniveau van bescherming van de verzekeringnemer, dat leidt tot onmiddellijk en definitief ingrijpen van de toezichthouder.
-
Individuele kapitaalvereisten worden ten minste eenmaal per jaar berekend en voortdurend gecontroleerd.
-
- Indien in uw regeling gebruik wordt gemaakt van interne modellen, beschrijf dan de toepasselijke voorzieningen inzake specifieke kenmerken van de beoordeling van interne modellen in het kader van de beoordeling van de kapitaalvereisten, met inbegrip van informatie over de volgende gebieden:
- Wanneer de (her)verzekeringsonderneming gebruik maakt van een volledig of gedeeltelijk intern model om haar kapitaalvereisten te berekenen, bieden de kapitaalvereisten die daaruit voortkomen een bepaald niveau van bescherming van de verzekeringnemer dat minstens vergelijkbaar is met het niveau dat volgens de plaatselijke regels vereist is als er geen intern model gebruikt zou worden (dat wil zeggen: het geeft adequaat vorm aan de risico’s waaraan de onderneming wordt of zou kunnen worden blootgesteld en zorgt ervoor dat de kapitaalvereisten hetzelfde niveau van vertrouwen bieden als de standaardbenadering).
- De regeling kent een procedure voor de goedkeuring van interne modellen, met daarin een vereiste voor voorafgaande goedkeuring van het interne model voordat de onderneming toestemming heeft het model te gebruiken om haar wettelijke kapitaalvereisten vast te stellen.
-
De toepasselijke regeling omvat de volgende eisen voor een intern model dat gebruikt moet worden om reglementair kapitaal te berekenen:
- o een adequaat risicobeheersysteem;
- o het interne model wordt op grote schaal gebruikt in en speelt een belangrijke rol in het governance-systeem van de onderneming (gebruikstest);
- o statistische kwaliteitsnormen;
- o validatienormen;
- o documentatienormen;
- o ijknormen;
- o toeschrijving van winsten en verliezen.
-
Indien een (her)verzekeringsonderneming gebruik maakt van een gedeeltelijk intern model om haar kapitaalvereisten te berekenen, is het toepassingsgebied van dit gedeeltelijk interne model duidelijk afgebakend en gerechtvaardigd, om te voorkomen dat “de krenten uit de pap” worden gehaald (bv. de onderneming neemt alleen de risico’s op in het model die zullen leiden tot een lagere kapitaalvereiste). Geef alle aanvullende informatie waaruit blijkt dat er geen dubbelzinnigheid bestaat over de vraag welke risico’s, activa en/of passiva zijn opgenomen in of uitgesloten van het gedeeltelijk interne model.
-
- Beschrijf de toepasselijke regeling met betrekking tot de geheimhoudingsverplichtingen die de autoriteit moet nakomen (vermeld in alle antwoorden verwijzingen naar toepasselijke wet- en regelgeving):
- Wettelijke verplichting. Geef uitleg over de wettelijke verplichting om gegevens met betrekking tot het toezicht vertrouwelijk te houden, met name:
- o bepalen wat vertrouwelijke informatie is;
- o wettelijke verplichting om vertrouwelijke informatie te beschermen;
- o van toepassing op alle betrokken personen (dat wil zeggen alle personen die namens de toezichthoudende autoriteit werken, hebben gewerkt, optreden of hebben opgetreden, ongeacht of zij personeel, leden van de raad van bestuur of bijv. externe deskundigen zijn of waren);
- o voortdurende verplichting (toepasselijk terwijl men namens de toezichthoudende autoriteit werkt of optreedt en ook continu daarna).
-
Gebruik van informatie. Geef aan wat de beperkingen zijn voor het gebruik van vertrouwelijke informatie, met name hoe informatie alleen mag worden gebruikt tijdens het verrichten van toezichthoudende taken als:
- o toezicht op naleving (met inbegrip van toezicht op de technische voorzieningen, solvabiliteitsmarges, administratieve/boekhoudprocedures en interne controles);
- o opleggen van boetes;
- o gerechtelijke (beroeps)procedures.
-
Bekendmaking. Geef aan in welke omstandigheden de gegevens kunnen worden doorgegeven aan derden (dat wil zeggen alle personen/instellingen buiten de autoriteit):
- o Geef aan of voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de autoriteit waarvan de vertrouwelijke informatie afkomstig is een voorwaarde is voor de bekendmaking.
- o Geef aan of er situaties zijn waarin bekendmaking van informatie aan derden verplicht is (bv. rechterlijke instanties, openbare aanklagers, gouvernementele organisaties). Beschrijf de voorwaarden voor bekendmaking en de doeleinden waarvoor informatie bekend gemaakt mag worden, evenals de middelen die uw autoriteit kan inzetten om bekendmaking tegen te gaan. Gebruik voorbeelden uit de praktijk om concrete constellaties toe te lichten.
- o Leg de procedure uit voor civielrechtelijke/strafprocedures (als de onderneming failliet is verklaard of gedwongen is tot ontbinding): informatie die bekendgemaakt moet worden mag geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij reddingspogingen.
-
Sancties. Beschrijf de toepasselijke nationale wettelijke bepalingen in het geval van schending van de geheimhoudingsplicht, zoals de bepalingen in nationale wetgeving met betrekking tot de schending van het beroepsgeheim (bijvoorbeeld strafbare feiten, boetes, tenuitvoerlegging).
-
Samenwerkingsovereenkomsten. Beschrijf welke mogelijkheden u hebt om samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan (die afhankelijk zijn van waarborgen inzake het beroepsgeheim).
Technische bijlage II- Gelijkwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 260 van Solvabiliteit II
Deel I: Bij het uitvoeren van een beoordeling op grond van Richtsnoer 9 volgen de nationale toezichthoudende autoriteiten de hieronder beschreven stappen.
A Start van de beoordeling:
-
- Binnen 20 werkdagen na ontvangst van het verzoek als bedoeld in artikel 260, lid 1, van Solvabiliteit II moet de waarnemend groepstoezichthouder Eiopa in kennis stellen van het ontvangen verzoek en daarbij de volgende informatie verstrekken:
- a) datum van het verzoek van de onderneming;
- b) naam van de verzoekende onderneming;
- c) naam van de groep waartoe de verzoekende onderneming behoort;
- d) land of landen waarvoor de beoordeling wordt verzocht;
- e) naam en e-mailadres van de contactpersoon of contactpersonen bij de waarnemend groepstoezichthouder in verband met de beoordeling.
De kennisgeving wordt ook verzonden naar de EU-leden van het groepscollege.
De waarnemend groepstoezichthouder moet samen met Eiopa controleren of er al een besluit over gelijkwaardigheid voor dat derde land is genomen door een andere waarnemend groepstoezichthouder. Is dat het geval, dan zijn alleen de volgende gedetailleerde maatregelen nodig, om rekening te houden met belangrijke wijzigingen in het toezichtstelsel zoals vastgesteld in titel I van Solvabiliteit II en in het toezichtstelsel in dat derde land.
-
- De waarnemende groepstoezichthouder verzoekt Eiopa de informatie binnen vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving door te geven aan zijn raad van toezichthouders, waarbij gevraagd wordt om nadere gegevens over het wezenlijke belang dat de nationale toezichthoudende autoriteiten hebben bij de gelijkwaardigheidsbeoordeling van de ondernemingen waarop zij toezicht uitoefenen.
-
- Nationale toezichthoudende autoriteiten geven binnen 15 werkdagen dergelijke nadere bijzonderheden aan de persoon die verantwoordelijk is voor de beoordeling bij de waarnemende groepstoezichthouder en aan Eiopa.
-
- Binnen 20 werkdagen na ontvangst van het verzoek op grond van artikel 260, lid 1 van Solvabiliteit II neemt de waarnemende groepstoezichthouder contact op met de toezichthouder van het derde land om hen op de hoogte te stellen van het verzoek en hen te vragen of zij willen deelnemen of meewerken aan de beoordeling, met vermelding van het voorgestelde tijdschema voor de beoordeling van de toezichthouder van het derde land. De kennisgeving moet worden doorgegeven aan Eiopa.
-
- De waarnemend groepstoezichthouder vraagt de toezichthouder van het derde land te antwoorden binnen twintig werkdagen na de datum waarop deze het verzoek ontvangen heeft.
B. Uitvoering van de beoordeling:
-
- Binnen tien werkdagen na ontvangst van een antwoord van een derde land toezichthouder tot weigering van de samenwerking en na het na overleg met de kwestie met Eiopa, moet de waarnemend groepstoezichthouder een beslissing uitspreken, en het beoordelingsproces beëindigen met de verklaring dat hij het derde land niet gelijkwaardig kan bevinden wegens gebrek aan bewijsmateriaal. De waarnemende groepstoezichthouder ontslaat het beoordelingsteam van diens verplichtingen en stelt Eiopa, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de onderneming die om de beoordeling verzocht in kennis van het besluit.
-
- Binnen tien werkdagen na ontvangst van een antwoord van de toezichthouder van het derde land ter bevestiging van deelname of medewerking aan de beoordeling, begint de groepstoezichthouder met het verzamelen van informatie door de vragenlijst te sturen die is opgenomen in deel II van deze technische bijlage. De waarnemend groepstoezichthouder geeft de toezichthouder van het derde land ten minste 40 werkdagen de tijd om de informatie te verstrekken. De groepstoezichthouder stuurt Eiopa ter kennisgeving een kopie van het verzoek.
-
- De groepstoezichthouder moet binnen de termijn voor ontvangst van de door de toezichthouder/deelnemende onderneming van het derde land ingevulde vragenlijst het beoordelingsteam hebben samengesteld, waarin de nodige expertise, kennis en ervaring is vertegenwoordigd en dat moet bestaan uit deskundigen uit andere nationale toezichthoudende instanties - indien dit is overeengekomen - en Eiopa.
-
- Na ontvangst van de door de toezichthouder van het derde land ingevulde vragenlijst, begint de waarnemend groepstoezichthouder de bureaustudie voor de beoordeling beginnen. Voor deze fase moet ten minste een periode van 40 dagen worden toegestaan.
-
- Tijdens de bureaustudie voor de beoordeling zorgt de groepstoezichthouder ervoor dat hij over alle gegevens beschikt die nodig zijn om de beoordeling uit te voeren en vraagt hij zo nodig nadere informatie aan de toezichthouder/deelnemende onderneming van het derde land. Eiopa moet op de hoogte worden gehouden van de voortgang van de beoordeling om de waarnemend groepstoezichthouder te kunnen bijstaan. De communicatie moet altijd goed gedocumenteerd worden.
-
- Tijdens de bureaustudie maakt de waarnemend groepstoezichthouder ook gebruik van gegevens/informatie uit diverse andere bronnen. De waarnemende groepstoezichthouder vraagt Eiopa hem op de hoogte te stellen van alle belangrijke informatie waarover deze beschikt of die verstrekt is door andere nationale toezichthoudende autoriteiten.
-
- Bij het uitvoeren van de beoordeling moet elk criterium dat wordt genoemd in artikel 380 van de uitvoeringsmaatregelen worden beoordeeld aan de hand van vijf categorieën: voldaan, grotendeels voldaan, gedeeltelijk voldaan, niet voldaan en niet van toepassing. Aan een criterium is voldaan als de toezichthoudende autoriteit/deelnemende onderneming van het derde land het volgende kan aantonen:
-
a) de relevante nationale juridische, regelgevende en/of administratieve bepalingen bestaan; en dat
-
b) de nationale bepalingen daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast.
-
- Als er geen nationale bepalingen bestaan ten tijde van de beoordeling, moet de waarnemend groepstoezichthouder de voorgenomen verbeteringen in het beoordelingsrapport vermelden.
C. Uitkomst of resultaten van de gelijkwaardigheidsbeoordeling:
-
- Na afloop van de beoordelingsperiode moet de waarnemende groepstoezichthouder een rapport opstellen met de volgende informatie:
- a) korte presentatie van de activiteiten van de groepstoezichthouder en de chronologische volgorde daarvan;
- b) vermelding van/nadere gegevens over de manier waarop de informatie is verzameld - indien afkomstig van een bron anders dan de toezichthouder van het derde land;
- c) beknopt overzicht van de markt van het derde land
- d) gedetailleerde analyse van de relevante aspecten van het toezichtstelsel van het derde land;
- e) resultaat van de analyse uitgevoerd door de nationale groepstoezichthouder, waaruit de bevindingen blijken voor elk van de criteria genoemd in artikel 380 van de uitvoeringsmaatregelen;
- f) conclusie van de gelijkwaardigheidsbeoordeling, die een van de volgende moet zijn:
- i. Land A is gelijkwaardig volgens de criteria genoemd in artikel 380 van de uitvoeringsmaatregelen;
- II. Land A voldoet niet aan de criteria en is niet gelijkwaardig.
-
- De waarnemend groepstoezichthouder stuurt het conceptrapport aan collegeleden en Eiopa. De waarnemend groepstoezichthouder moet Eiopa ook verzoeken om de conclusies door te geven aan alle nationale toezichthoudende autoriteiten. Laatstgenoemde instanties geven binnen een termijn van twintig werkdagen commentaar en de groepstoezichthouder moet de opmerkingen die hij ontvangt als gevolg van deze procedure zorgvuldig bestuderen in samenwerking met Eiopa, voordat hij zijn conclusies afrondt.
-
- Vervolgens stuurt de waarnemende groepstoezichthouder het rapport aan de toezichthouder van het derde land ter controle of de feiten juist zijn. De toezichthouder van het derde land moet minimaal 15 en maximaal 25 werkdagen de gelegenheid krijgen om commentaar te geven op de juistheid van de feiten.
-
- Indien de toezichthouder van het derde land commentaar geeft, moet dit bestudeerd worden door de waarnemende groepstoezichthouder en het rapport moet waar nodig herzien worden voordat het wordt afgerond.
-
- Na het voorgestelde besluit over de gelijkwaardigheid van het derde land door de waarnemende groepstoezichthouder, wordt de uitkomst en de ondersteunende analyse aan Eiopa gestuurd, met het verzoek het rapport en de analyse bekend te maken onder zijn leden via het besloten gedeelte van de website.
-
- Binnen tien werkdagen vanaf de dag dat Eiopa het voorgestelde gelijkwaardigheidsbesluit en de ondersteunende analyse heeft verspreid conform alinea 19, kunnen de nationale toezichthoudende instanties per e-mail bezwaar maken bij Eiopa en de waarnemende groepstoezichthouder. De waarnemend groepstoezichthouder mag de verzoekende onderneming pas in kennis stellen van het besluit nadat deze termijn verlopen is en mits geen bezwaren zijn ingediend. Indien er bezwaar is gemaakt, moet de waarnemend groepstoezichthouder de bezwaren bestuderen voordat hij zijn besluit bevestigt aan Eiopa en de uitkomst aan de onderneming bekendmaakt.
Deel II - Model vragenlijst
-
- Geef een uitgebreide beschrijving van uw toezichthoudende autoriteit, met vermelding van het volgende:
- een juridische grondslag, met vermelding van de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden om tenuitvoerlegging af te dwingen van de toezichthouder;
- bij het nakomen van de toezichthoudende verantwoordelijkheden is er geen sprake van onterechte inmenging door politiek, regering en industrie;
- transparantie van de processen en procedures voor toezicht;
- toereikende financiële en niet-financiële middelen (zoals voldoende personeel met de benodigde kennis en vaardigheden);
- geschikte vrijwaring van aansprakelijkheid voor handelingen die te goeder trouw verricht zijn.
-
- Geef een toelichting over de bevoegdheden die de toezichthoudende autoriteit heeft met betrekking tot ondernemingen die in moeilijkheden verkeren (alleen) / uiteindelijke moedermaatschappij in moeilijkheden (groepen), die kunnen bestaan uit:
- verbod op de verkoop van activa;
- een herstelplan, financieringsplan;
- herstel van het niveau van het eigen vermogen, verlaging van het risicoprofiel;
- neerwaartse herwaarderingen;
- voorkomen dat nieuwe contracten worden aangegaan;
- intrekking van vergunning;
- maatregelen met betrekking tot de bestuurders, managers, controleurs en andere betrokken personen.
-
- Geef een gedetailleerd overzicht van de handhavingsmaatregelen waarover de autoriteit beschikt, zoals de mogelijkheid voor de toezichthoudende autoriteit om bij handhaving samen te werken met andere autoriteiten of organen.
-
- Geef informatie over de bevoegdheden die de autoriteit heeft voor het nemen van preventieve en correctieve maatregelen ter waarborging dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voldoen aan de toepasselijke wetten, regelingen en overheidsbepalingen, en licht toe welke mogelijkheden de overheid heeft om:
- ervoor te zorgen dat continu voldaan wordt aan wetten, regelingen en overheidsbepalingen (bijv. via inspecties ter plaatse) met inbegrip van maatregelen om verdere overtredingen te voorkomen/ te bestraffen;
- mogelijkheid om zorgen kenbaar te maken, bijvoorbeeld zorgen over de financiële positie van de onderneming / groep;
- mogelijkheid om de (her)verzekeraar te verplichten gehoor te geven aan de zorgen die de toezichthouder geuit heeft;
- mogelijkheid om alle informatie te verkrijgen die nodig is om toezicht te houden op de onderneming/groep.
-
- Geef aan of u bij de uitoefening van uw algemene taken naar behoren kijkt naar de gevolgen van uw besluiten voor de stabiliteit van financiële systemen wereldwijd, met name tijdens noodsituaties, op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is.
- Geef voorbeelden van acties die onlangs in dit verband zijn genomen.
- Geef nadere informatie over de wettelijke voorschriften voor de informatieuitwisseling met buitenlandse toezichthouders in een crisis-/normale situatie.
- Geef nadere informatie over de wettelijke voorschriften voor informatieuitwisseling in een crisis-/normale situatie in gevallen van van groepstoezicht, zoals
- o de mogelijkheid en de bereidheid om informatie te verstrekken over transacties binnen een groep;
- o uitwisseling van eerdere informatie over besluiten die gevolgen kunnen hebben voor de solvabiliteit van entiteiten die tot een lidstaat van de EER behoren;
- o de mogelijkheid en de bereidheid om het overmaken van geld toe te staan;
- o de mogelijkheid en de bereidheid om beperkingen op te leggen aan het vrij beschikbare vermogen van entiteiten die onder toezicht staan.
-
- Geef aan of u rekening houdt met de mogelijke procyclische effecten van uw acties als zich uitzonderlijke bewegingen op de financiële markten voordoen.
- Geef voorbeelden van acties die onlangs in dit verband zijn genomen.
-
- Geef aan wat in het kader van het groepstoezicht uw controlebevoegdheden/regelingen/eisen zijn voor samenwerking met andere landen. Geef aan of u
- volgens de nationale bepalingen in uw land mag optreden als groepstoezichthouder voor het geheel van groepen die hun woonplaats hebben in uw rechtsgebied.
- Als u de groepstoezichthouder bent, fungeert u dan als het aanspreekpunt voor belangrijke vragen op groepsniveau en bent u verantwoordelijk voor de:
- o coördinatie en de verspreiding van informatie;
- o beoordeling van de financiële positie van de groep;
- o planning en coördinatie van de toezichtmaatregelen met betrekking tot de groep als geheel;
- o opstelling van een kader voor crisisbeheer;
- o beoordeling van de aanvraag voor een intern model van de groep, indien van toepassing, en neemt u daarbij uw besluit in overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten?
- Hebt u als de groepstoezichthouder het privilege om de betreffende toezichthoudende autoriteiten vooraf te raadplegen en te betrekken indien u voornemens bent een inspectie uit te voeren bij een (her)verzekeringsonderneming die in de EER gevestigd is?
- Zijn er voorzieningen voor het vaststellen van de samenwerkingsregelingen, die het mogelijk maken dat:
- o er een college van toezichthouders of soortgelijke samenwerkingsverbanden kan worden samengesteld, bestaande uit een minimum van alle relevante autoriteiten voor het groepstoezicht, op grond van de volgende criteria: relevantie van de groep voor de algehele financiële stabiliteit; relevantie van de groep in een specifieke verzekeringsmarkt; overeenkomst van toezichthoudende praktijken; de aard en complexiteit van de handelsactiviteiten van de groep?
- o Indien een college van toezichthouders of soortgelijke regelingen bestaat, is de werking en organisatie van deze mechanismen gebaseerd op schriftelijke regelingen, zoals bepalingen over de verplichting tot samenwerking/uitwisseling van informatie en besluitvormingsprocessen (bedoeld om consensus te bereiken)?
- o Geef aan of er sprake is van een methode voor geschiloplossing in het geval van onenigheid met andere betrokken toezichthoudende autoriteiten, en zo ja, geef een toelichting.
-
- Beschrijf de toepasselijke regeling met betrekking tot de geheimhoudingsverplichtingen die de autoriteit moet nakomen (vermeld in alle antwoorden verwijzingen naar toepasselijke wet- en regelgeving):
- Wettelijke verplichting. Geef uitleg over de wettelijke verplichting om gegevens met betrekking tot het toezicht vertrouwelijk te houden, met name:
- o bepalen wat vertrouwelijke informatie is;
- o wettelijke verplichting om vertrouwelijke informatie te beschermen;
- o van toepassing op alle betrokken personen (dat wil zeggen alle personen die namens de toezichthoudende autoriteit werken, hebben gewerkt, optreden of hebben opgetreden, ongeacht of zij personeel, leden van de raad van bestuur of bijv. externe deskundigen zijn of waren);
- o voortdurende verplichting (toepasselijk terwijl men namens de toezichthoudende autoriteit werkt of optreedt en ook continu daarna).
- Gebruik van informatie. Geef aan wat de beperkingen zijn voor het gebruik van vertrouwelijke informatie, met name hoe informatie alleen mag worden gebruikt tijdens het verrichten van toezichthoudende taken als:
- o toezicht op compliance (met inbegrip van toezicht op de technische voorzieningen, solvabiliteitsmarges, administratieve/boekhoudprocedures en interne controles);
- o opleggen van boetes;
- o gerechtelijke (beroeps)procedures.
- Bekendmaking. Geef aan in welke omstandigheden de gegevens kunnen worden doorgegeven aan derden (dat wil zeggen alle personen/instellingen buiten de autoriteit):
- o geef aan of voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de autoriteit waarvan de vertrouwelijke informatie afkomstig is een voorwaarde is voor de bekendmaking.
- o Geef aan of er situaties zijn waarin bekendmaking van informatie aan derden verplicht is (bv. rechterlijke instanties, openbare aanklagers, gouvernementele organisaties). Beschrijf de voorwaarden voor bekendmaking en de doeleinden waarvoor informatie bekend gemaakt mag worden, evenals de middelen die uw autoriteit kan inzetten om bekendmaking tegen te gaan. Gebruik voorbeelden uit de praktijk om praktische constellaties toe te lichten.
- o Leg de procedure uit voor civielrechtelijke/strafprocedures (als de onderneming failliet is verklaard of gedwongen is tot ontbinding): informatie die bekendgemaakt moet worden mag geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij reddingspogingen.
- Sancties. Beschrijf de toepasselijke nationale wettelijke bepalingen in het geval van schending van de geheimhoudingsplicht, zoals de bepalingen in
-
nationale wetgeving met betrekking tot de schending van het beroepsgeheim (bijvoorbeeld strafbare feiten, boetes, tenuitvoerlegging).
-
Samenwerkingsovereenkomsten. Beschrijf welke mogelijkheden u hebt om samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan (waarvoor geheimhoudingsverplichtingen gelden).
-
- Beschrijf de bepalingen die van toepassing zijn op het bestaan en de reikwijdte van bepalingen op grond waarvan u informatie kunt uitwisselen met:
- Toezichthoudende autoriteiten zoals met betrekking tot autorisatie en beoordeling van geschiktheid van personen, en het bekendmaken van zorgen over de financiële gezondheid van ondernemingen/groepen die onder toezicht staan;
- Andere autoriteiten/organisaties/personen/instellingen die verantwoordelijk zijn voor, of inzicht hebben in:
- o toezicht op financiële organisaties/markten;
- o ontbindings- /faillissementsprocedures;
- o uitvoeren van verplichte accountantscontroles;
- o signaleren/onderzoeken van overtredingen van het vennootschapsrecht.
- Centrale banken;
- Overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor financiële wetgeving (met het oog op bedrijfseconomisch toezicht);
- Andere autoriteiten/organisaties/personen/instellingen (geef aan welke).
-
- Geef een overzicht van de governancevereisten die gelden in uw stelsel, met name of er vereisten zijn voor groepen om een doeltreffend governancesysteem te hebben, wat onder andere inhoudt:
- een transparante organisatiestructuur met een duidelijke verdeling en adequate scheiding van verantwoordelijkheden;
- een doeltreffend systeem voor tijdige informatie-overdracht;
- schriftelijke beleidslijnen; en
- rampenplannen.
-
- Beschrijf de vereisten die gehanteerd worden voor het bepalen van de geschiktheid (zoals geschikte beroepskwalificatie, kennis en ervaring) en correctheid (zoals goede naam en integriteit) van het management en de voornaamste functionarissen.
-
- Geef een overzicht van de risicobeheervereisten die in uw regeling van toepassing zijn, met name of groepen over het volgende moeten beschikken:
- een doeltreffend en goed geïntegreerd risicobeheersysteem voor het (doorlopend) opsporen, meten, controleren, beheren en rapporteren van de risico’s waaraan de groep is blootgesteld of zou kunnen worden blootgesteld
-
(op individueel niveau en als geheel, met het oog op onderlinge afhankelijkheden); en
-
een risicobeheerfunctie met een structuur die gericht is op vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van het risicobeheersysteem.
-
- Geef een overzicht van de voorwaarden die de groep moet hanteren voor de beoordeling van zijn eigen solvabiliteit, waarbij rekening wordt gehouden met zijn risicoprofiel, risicotolerantiegrenzen en bedrijfsstrategie (vergelijkbaar met een eigen risico- en solvabiliteitsbeoordeling).
-
- Geef een beschrijving van eventuele bepalingen die ervoor zorgen dat groepen beschikken over een objectieve, doeltreffende en onafhankelijke interne auditfunctie, waarvan de bevindingen en aanbevelingen worden gemeld aan het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan.
-
- Geef een overzicht van de interne controlevereisten in uw regeling, zoals het vereiste dat de groep beschikt over:
- administratieve/boekdhoudkundige procedures;
- een systeem voor interne controle;
- adequate rapportageprocedures op alle niveaus van de groep; en
- een compliance-functie (geef een toelichting over de verantwoordelijkheden van deze functie).
-
- Geef aan of en onder welke voorwaarden het systeem een actuariële functie verplicht stelt. Geef een toelichting bij de verantwoordelijkheden van deze functie en de specifieke eisen op het gebied van ervaring of kwalificaties.
-
- Geef informatie over het bestaan/ de reikwijdte van de bepalingen met betrekking tot uitbesteding, zoals:
- blijven verzekeringsgroepen verantwoordelijk voor het nakomen van hun wettelijke verplichtingen bij de uitbesteding van functies of activiteiten?
- Alle omstandigheden waarin het groepen niet is toegestaan om kritieke of belangrijke functies of activiteiten uit te besteden.
- Moet de toezichthoudende autoriteit in kennis gesteld worden voordat kritieke of belangrijke functies of activiteiten worden uitbesteed?
- Kan de toezichthoudende autoriteit inspecties uitvoeren op uitbestede activiteiten?
-
- Geef een toelichting over eisen die ervoor zorgen dat groepen over procedures beschikken waarmee verslechtering van de financiële omstandigheden wordt vastgesteld en de toezichthoudende autoriteiten in kennis wordt gesteld.
-
- Geef een toelichting over het bestaan en de reikwijdte van de plicht van de auditor om het volgende te melden:
- Overtreding van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
- Kwesties die van invloed kunnen zijn op de bedrijfscontinuïteit van de onderneming;
-
Weigering (of voorbehoud) met betrekking tot de certificering van de rekeningen;
-
Niet voldoen aan kapitaalvereisten.
-
- Geef een volledig overzicht van de informatie die groepen openbaar moeten maken en met welke regelmaat. Vermeld met name of groepen verplicht zijn om informatie bekend te maken over hun:
- bedrijfsactiviteiten en prestaties;
- governancesysteem;
- blootstelling aan risico’s, concentratie, risicobeperking en vertrouwelijkheid;
- grondslagen en methodes voor waardebepaling van activa, technische voorzieningen en andere verplichtingen;
- kapitaalbeheer, waaronder de hoogte van het eigen vermogen en kapitaalvereisten;
- significante transacties binnen de groep en significante risicoconcentraties.
-
- Beschrijf de aard van de boekhoudkundige, prudentiële, statistische informatie die de toezichthoudende autoriteit ontvangt, en met welke frequentie.
-
- Geef informatie over het bestaan/ de reikwijdte van bepalingen en controlebevoegdheden met betrekking tot acquisities, zoals:
- kennisgeving van het voornemen om een gekwalificeerde deelneming te houden of het aandeel daarin rechtstreeks of middellijk uit te breiden;
- het recht van de toezichthoudende autoriteit om bezwaar te maken tegen de voorgenomen acquisitie, en de mogelijkheid om stemrechten te schorsen en/of om uitgebrachte stemmen nietig te verklaren;
- de aanwezigheid van drempels die kennisgeving verplicht maken;
- de mogelijkheid te bepalen dat voorafgaande consultatie verplicht is bij acquisities door financiële ondernemingen.
-
- Geef informatie over het bestaan/de reikwijdte van bepalingen en controlebevoegdheden met betrekking tot het afstoten van onderdelen, zoals:
- kennisgeving van het voornemen om een gekwalificeerde deelneming rechtstreeks of middellijk af te stoten;
- drempels waarbij kennisgeving verplicht wordt.
-
- Geef informatie over het bestaan/de reikwijdte van bepalingen en controlebevoegdheden inzake informatie die van een onderneming verkregen kan worden, zoals:
- drempels vanaf welke kennisgeving van verwerving/afstoting verplicht is;
- regelmatige kennisgeving (bv. jaarlijks) van gekwalificeerde deelnemingen, ook over grootte.
-
- Geef informatie over het bestaan/de reikwijdte van bepalingen en controlebevoegdheden in verband met de eisen voor continue beoordeling, goedkeuring en bekendmaking van relevante informatie, zoals informatie over:
- overdracht van portefeuilles of overdracht van afzonderlijke contracten (bv. in het kader van herverzekeringsovereenkomsten);
- wijzigingen in het management; en
- het programma van werkzaamheden.
-
- Geef nadere informatie over het bestaan en de inhoud van normen en controlebevoegdheden met betrekking tot de verplichting van de onderneming informatie te verstrekken over de beoordeling van de reputatie en de financiële soliditeit van de nieuwe eigenaar/overnemende partij.
-
- Geef informatie over het bestaan, de inhoud en de omvang van de bepalingen met betrekking tot financieel toezicht, zoals informatie met betrekking tot:
- controle van de solvabiliteit en financiële toestand van de onderneming;
- verificatie van de vestiging en de mogelijkheid om uitbreiding van de technische voorzieningen en van de activa ter dekking daarvan te eisen;
- de verplichting van de onderneming om financiële rapporten in de dienen bij de toezichthouder.
-
- Beschrijf de voorzieningen die betrekking hebben op de regels voor de waardering van activa en passiva, en geef aan of het volgende van toepassing is:
- de waardering van activa en passiva is gebaseerd op een economische waardering van de gehele balans.
- Activa en passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor zij kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn.
- De normen voor waardering ten behoeve van toezicht voldoen zo veel mogelijk aan de internationale boekhoudnormen.
-
- Geef nadere informatie over het juridische en controlekader dat van toepassing is op de technische voorzieningen (TV) en geef aan of en/of hoe:
- TV zijn gecreëerd voor alle (her)verzekeringsverplichtingen, bedoeld voor alle verwachte risico’s met betrekking tot de (her)verzekering van de verplichtingen van de ondernemingen die deel uitmaken van de groep.
- De TV worden behoudend, betrouwbaar en objectief berekend.
- Het niveau van de TV is het bedrag dat een (her)verzekeringsonderneming van een derde land zou moeten betalen indien zij haar contractuele rechten en plichten onmiddellijk zou overdragen aan of verrekenen met een andere onderneming/tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn.
-
De waarde van TV is marktconform en maakt voor zover mogelijk gebruik van en komt overeen met de informatie verstrekt door de financiële markten en de algemeen beschikbare informatie over verzekeringstechnische risico’s.
-
De (her)verzekeringsverplichtingen worden opgesplitst in passende risicogroepen en ten minste in bedrijfstakken om te komen tot een accurate waardering van de herverzekeringsverplichtingen.
-
Er worden processen en procedures gevolgd om ervoor te zorgen dat de gegevens die worden gebruikt bij de berekening van TV passend, volledig en juist zijn.
-
De toezichthouder heeft de bevoegdheid om van de onderneming die deel uitmaakt van de groep te eisen dat het bedrag van de technische voorzieningen verhoogd wordt indien dit bedrag niet aan de eisen voldoet.
-
- Geef nadere informatie over het toepasselijk stelsel voor eigen vermogen, waaronder, indien van toepassing:
- Eigen vermogen wordt geclassificeerd volgens hun vermogen om verliezen te compenseren in geval van ontbinding en op basis van het continuïteitsbeginsel.
- Er is eigen vermogen van de hoogste kwaliteit beschikbaar om verliezen te compenseren bij een lopend bedrijf en in geval van ontbinding, met als aanvullende eisen dat het eigen vermogen voldoende lang moet worden aangehouden, er geen prikkels zijn om terug te kopen, geen verplichte onderhoudskosten en geen bezwaringen.
- Er wordt onderscheid gemaakt tussen het eigen vermogen op de balans en posten die niet op de balans staan (bijvoorbeeld garanties).
- Afhankelijk van de classificatie van het eigen vermogen kan aan de kapitaalvereisten worden voldaan met eigen vermogen, hetzij geheel (voor eigen vermogen van de beste kwaliteit), hetzij gedeeltelijk.
- Er zijn kwantitatieve grenzen van toepassing op het eigen vermogen, om de kwaliteit te waarborgen van het eigen vermogen dat gebruikt wordt om te voldoen aan de kapitaalvereisten. Indien er geen kwantitatieve grenzen zijn gesteld, moeten andere toezichthoudende voorschriften de hoge kwaliteit van het eigen vermogen waarborgen.
-
- Beschrijf het toepasselijke regelgevende en toezichthoudende stelsel met betrekking tot investeringen, en geef informatie waaruit het volgende blijkt:
- Ondernemingen mogen uitsluitend investeren in activa en instrumenten waarbij de risico’s voldoende kunnen worden vastgesteld, gemeten, beheerd, gecontroleerd en gerapporteerd en waarmee voldoende rekening is gehouden bij het bepalen van hun solvabiliteitsbehoeften.
- Activa die worden aangehouden ter dekking van TV worden behoudend belegd in het belang van alle verzekeringnemers en begunstigden.
-
Alle activa worden zodanig belegd dat de veiligheid, kwaliteit, liquiditeit, beschikbaarheid en het rendement van de portefeuille als geheel gewaarborgd zijn.
-
Het aandeel investeringen in activa die niet verhandeld mogen worden dient behoudend te zijn.
-
Beleggingen in derivaten zijn alleen mogelijk voor zover zij bijdragen aan een vermindering van de risico’s of tot een efficiënt portefeuillebeheer.
-
Buitensporige afhankelijkheid van één bepaalde soort activa, emittent of cumulatie van risico’s wordt vermeden; er is geen buitensporige risicoconcentratie.
-
- Geef nadere informatie over het toepasselijke juridische stelsel en toezichtkader ten opzichte van de kapitaalvereisten en vermeld of en/of hoe:
- kapitaalvereisten gebaseerd zijn op risico en bedoeld zijn om alle kwantificeerbare onverwachte risico’s van de onderneming te meten. Vermeld daarbij de volgende punten:
- o Geef, indien een aanzienlijk risico niet is meegenomen in de kapitaalvereisten, nadere informatie over het mechanisme waarmee gewaarborgd wordt dat de kapitaalvereisten voldoende zijn afgestemd op een dergelijke risico.
- o Hoe weerspiegelen de kapitaalvereisten een niveau van het eigen vermogen waarmee de onderneming in staat is grote verliezen te compenseren en die redelijke zekerheid bieden aan verzekeringnemers en begunstigden dat uitkeringen zullen plaatsvinden wanneer deze verschuldigd zijn?
- o Wat is de kalibratierichtwaarde van de kapitaalvereisten? Zorgen de vereisten ervoor dat de onderneming minimaal gedurende een jaar een 1 op de 200 faillissementsscenario overleeft of dat aan verzekeringnemers en begunstigden ten minste hetzelfde beschermingsniveau wordt geboden?
- o De berekening van kapitaalvereisten zorgt ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten van het derde land accuraat en tijdig ingrijpen.
- o Verplichting voor ondernemingen om zorgen over hun financiële positie te melden.
- o Verplichting voor ondernemingen om de gemelde problemen aan te pakken.
- o De toezichthoudende autoriteit heeft de bevoegdheid de nodige en passende acties te nemen tegen de onderneming, zodat weer voldaan wordt aan die vereiste.
- o Aanwezigheid van geschikte normen als in de kapitaalvereisten rekening wordt gehouden met het effect van risicolimiteringstechnieken.
-
Er is een minimumniveau waar de kapitaalvereisten niet onder mogen komen en dat gelijk is aan een minimumniveau van bescherming van de verzekeringnemer, dat leidt tot onmiddellijk en definitief ingrijpen van de toezichthouder.
-
Individuele en groepskapitaalvereisten worden ten minste eenmaal per jaar berekend en voortdurend gecontroleerd.
-
- Indien in uw regeling gebruik wordt gemaakt van interne modellen, beschrijf dan de toepasselijke voorzieningen inzake specifieke kenmerken van de beoordeling van interne modellen in het kader van de beoordeling van de kapitaalvereisten, met inbegrip van informatie over de volgende gebieden:
- Wanneer de (her)verzekeringsonderneming gebruik maakt van een volledig of gedeeltelijk intern model om haar kapitaalvereisten te berekenen, bieden de kapitaalvereisten die daaruit voortkomen een bepaald niveau van bescherming van de verzekeringnemer dat ten minste vergelijkbaar is met het niveau dat onder de plaatselijke regels vereist is als er geen interne model gebruikt zou worden (dat wil zeggen: het geeft adequaat vorm aan de risico’s waaraan de onderneming wordt of zou kunnen worden blootgesteld en zorgt ervoor dat de kapitaalvereisten hetzelfde niveau van vertrouwen bieden als de standaardbenadering).
- De regeling kent een procedure voor de goedkeuring van interne modellen, met daarin een vereiste voor voorafgaande goedkeuring van het interne model voordat de onderneming toestemming heeft het model te gebruiken om haar wettelijke kapitaalvereisten vast te stellen.
- De toepasselijke regeling omvat de volgende eisen voor een intern model dat gebruikt moet worden om reglementair kapitaal te berekenen:
- o een eerste vereiste voor een adequaat risicobeheersysteem;
- o het interne model wordt gebruikt in en speelt een belangrijke rol in het governancesysteem van de ondernemingen (gebruikstest);
- o statistische kwaliteitsnormen;
- o validatienormen;
- o documentatienormen;
- o ijknormen;
- o Toeschrijving van winsten en verliezen.
- Indien een (her)verzekeringsonderneming gebruik maakt van een gedeeltelijk intern model om haar kapitaalvereisten te berekenen, is het toepassingsgebied van dit gedeeltelijk interne model duidelijk afgebakend en gerechtvaardigd om te voorkomen dat van de risico’s de “krenten uit de pap” worden gehaald. Geef alle aanvullende informatie waaruit blijkt dat er geen dubbelzinnigheid bestaat over de vraag welke risico’s, activa en/of passiva zijn opgenomen in of uitgesloten van het gedeeltelijk interne model.
-
- Geef nadere informatie over het toepasselijke juridische stelsel en toezichtkader ten opzichte van de groepskapitaalvereisten en vermeld of en/of hoe:
- Er passende normen zijn indien in de kapitaalvereisten rekening wordt houden met het effect van risicolimiteringstechnieken en diversificatieeffecten op groepsniveau.
- Teneinde alle risico’s tezamen te weerspiegelen waaraan de groep is blootgesteld, weerspiegelt het solvabiliteitskapitaalvereiste voor de groep ook de risico’s die aanwezig zijn op groepsniveau en die specifiek voor de groep gelden.
- De berekeningsmethoden die gebruikt worden om het groepskapitaalvereiste vast te stellen.
-
- Geef nadere informatie over de regeling die van toepassing is op het eigen vermogen van de groep, inclusief, indien van toepassing, de bepalingen die het volgende eisen:
- Dubbel gebruik van eigen vermogen en het vormen van kapitaal binnen de groep via wederzijdse financiering wordt vermeden.
- Niet-verwisselbaar/niet-overdraagbaar eigen vermogen wordt beperkt door de groepstoezichthouder en is onderworpen aan relevante rapportage-eisen.
- Er wordt op groepsniveau volledig rekening gehouden met tekorten van individuele gereglementeerde entiteiten in de groep, tenzij de groep kan aantonen dat haar verantwoordelijkheid beperkt is tot haar proportionele aandeel in het kapitaal.
- Bij de berekening van de solvabiliteit van de groep moet rekening worden gehouden met het proportionele deel dat gehouden wordt door de deelnemende onderneming in haar verbonden ondernemingen. Indien de verbonden onderneming echter een dochteronderneming is en niet over voldoende eigen vermogen beschikt om te voldoen aan het kapitaalvereiste, wordt het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking genomen.
-
- Geef aan welke entiteiten onder het het groepstoezicht vallen. Zijn daaronder ook entiteiten waarin de groep een machtspositie heeft of waarop de groep een aanzienlijke invloed uitoefent?
-
- Vermeld hoe u als groepstoezichthouder te werk gaat bij het informeren van andere betrokken toezichthoudende autoriteiten, indien u hebt besloten dat een entiteit binnen de groep moet worden uitgesloten van het groepstoezicht. Noemt u in de communicatie met de andere toezichthoudende autoriteiten in dit geval ook de redenen voor deze beslissing?
-
- Geef alle andere relevante informatie over hoe het regelgevend kader voorziet in één geïdentificeerde groepstoezichthouder die verantwoordelijk is voor de coördinatie en het uitoefenen van het groepstoezicht.