Home / Acts & Regulations / Solvency II Guidelines / Richtsnoeren inzake de tenuitvoerlegging van de langetermijngarantiemaatregelen

Richtsnoeren inzake de tenuitvoerlegging van de langetermijngarantiemaatregelen

Download PDF

EIOPA-BoS-15/111 NL

Richtsnoeren inzake de tenuitvoerlegging van de langetermijngarantiemaatregelen

1. Inleiding

  • 1.1. Eiopa stelt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (hierna ‘Eiopa-verordening’)1 richtsnoeren op betreffende de maatregelen die zijn uiteengezet in de artikelen 77 ter, 77 quinquies, 308 quater en 308 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna ‘Solvabiliteit II-richtlijn’)2 .
  • 1.2. Deze richtsnoeren hebben als doel de convergentie van praktijken tussen lidstaten te waarborgen en ondernemingen te steunen bij de uitvoering van de volatiliteitsaanpassing, de matchingopslag, de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten en de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen (bekend als ’langetermijngarantieaanpassingen en overgangsmaatregelen’).
  • 1.3. Deze richtsnoeren zijn verdeeld in twee afdelingen. In afdeling 1 wordt de waardering van technische voorzieningen met de langetermijngarantiemaatregelen behandeld. Deze maatregelen zijn relevant voor alle verzekeringsen herverzekeringsondernemingen. In afdeling 2 wordt ingegaan op de bepaling van het solvabiliteitskapitaalvereiste voor gebruikers van de standaardformule en op de bepaling van het minimumkapitaalvereiste. Richtsnoeren over de interactie van de langetermijngarantiemaatregelen met het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste gaan ervan uit dat deze beide worden berekend op basis van technische voorzieningen die worden gewaardeerd met de langetermijngarantiemaatregelen.
  • 1.4. Deze richtsnoeren zijn gericht tot toezichthoudende autoriteiten in het kader van de Solvabiliteit II-richtlijn.
  • 1.5. In deze richtsnoeren wordt met de term ’langetermijngarantiemaatregelen’ gedoeld op de aanpassingen en overgangsmaatregelen die zijn vastgelegd in de artikelen 77 ter, 77 quinquies, 308 quater en 308 quinquies van de Solvabiliteit II-richtlijn.
  • 1.6. Termen die niet zijn gedefinieerd in deze richtsnoeren, hebben de betekenis die is vastgelegd in de rechtshandelingen waarnaar in de inleiding is verwezen.
  • 1.7. De richtsnoeren treden in werking op 1 januari 2016.

1 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48)

2 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1)

Afdeling 1: De waardering van technische voorzieningen met de langetermijngarantiemaatregelen

Richtsnoer 1 – Effecten van de volatiliteitsaanpassing, de matchingopslag en de overgangsmaatregelen ten aanzien van de risicovrije rentevoeten op het gedrag van verzekeringnemers

  • 1.8. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vermijden het creëren van een onrealistische of verstorende koppeling tussen de aannames over het gedrag van verzekeringnemers als bedoeld in artikel 26 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie3 (hierna ‘de Gedelegeerde Verordening’) en het gebruik van de matchingopslag, de volatiliteitsaanpassing of de overgangsmaatregelen ten aanzien van de risicovrije rentevoeten.
  • 1.9. In het bijzonder wanneer de waarschijnlijkheid dat verzekeringnemers contractuele clausules zullen uitoefenen, dynamisch wordt gemodelleerd met gebruik van benchmarktarieven (bijv. markttarieven), zorgen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ervoor dat de benchmarktarieven worden vastgesteld in overeenstemming met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die wordt toegepast voor de berekening van technische voorzieningen.

Richtsnoer 2 – Interactie van de langetermijngarantiemaatregelen met de berekening van de risicomarge

1.10. Voor de berekening van de risicomarge overeenkomstig artikel 38 van de Gedelegeerde Verordening gaan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de matchingopslag, de volatiliteitsaanpassing, de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten of de overgangsmaatregelen ten aanzien van technische voorzieningen toepassen, uit van de aanname dat de referentieonderneming geen van deze maatregelen toepast.

Richtsnoer 3 – Combinatie van de matchingopslag en de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen

1.11. Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in overeenstemming met artikel 77 ter en 308 quinquies van de Solvabiliteit II-richtlijn verzoeken om zowel de matchingopslag als de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen te gebruiken voor dezelfde verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, wordt het in artikel 308 quinquies, lid 2, onder a), van de Solvabiliteit II-richtlijn bedoelde bedrag berekend met de matchingopslag.

3/6

3 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1)

Richtsnoer 4 – Reikwijdte van de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten

1.12. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen passen de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten toe op alle toegestane verplichtingen.

Afdeling 2: De bepaling van de standaardformule voor minimumkapitaalvereiste en solvabiliteitskapitaalvereiste wanneer langetermijngarantiemaatregelen worden gebruikt

Richtsnoer 5 – Interactie van de volatiliteitsaanpassing, de matchingopslag en de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten met de ondermodule renterisico van de standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste

1.13. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de volatiliteitsaanpassing, de matchingopslag of de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten, zorgen ervoor dat de bedragen van deze aanpassingen en van de in artikel 308 quater van de Solvabiliteit II-richtlijn bedoelde overgangsaanpassing onveranderd blijven na toepassing van de schokken als bedoeld in de artikelen 166 en 167 van de Gedelegeerde Verordening op de basisrentetermijnstructuur.

Richtsnoer 6 – Interactie van de volatiliteitsaanpassing en/of de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentetarieven met de ondermodule spreadrisico van de standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste

1.14. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die bij de berekening van de ondermodule spreadrisico de volatiliteitsaanpassing en/of de overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten toepassen, zorgen ervoor dat de bedragen van de volatiliteitsaanpassing en/of de in artikel 308 quater van de Solvabiliteit II-richtlijn bedoelde overgangsaanpassing onveranderd blijven na toepassing van de stress in het kader van de ondermodule spreadrisico als bedoeld in artikel 176, lid 1, artikel 178, lid 1, en artikel 179, lid 1, van de Gedelegeerde Verordening.

Richtsnoer 7 – Interactie van de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen met de berekening van de standaardformule voor solvabiliteitskapitaalvereiste

1.15. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen toepassen, zorgen ervoor dat het bedrag van de in artikel 308 quinquies, lid 1, van de Solvabiliteit II-richtlijn bedoelde overgangsaftrek onveranderd blijft in berekeningen op basis van scenario’s van de standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste.

Richtsnoer 8 – Interactie van de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen met het kapitaalvereiste voor operationeel risico van de standaardformule voor solvabiliteitskapitaalvereiste

  • 1.16. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen toepassen, gebruiken bij de berekening van het kapitaalvereiste voor operationeel risico voor de volumemaatstaven TPlife, TPlife-ul en TPnon-life als bedoeld in artikel 204, lid 4, van de Gedelegeerde Verordening, het bedrag van de technische voorzieningen vóór toepassing van de overgangsmaatregel minus de risicomarge of, indien groter, het bedrag van de overgangsaftrek.
  • 1.17. Wanneer het bedrag van de overgangsaftrek groter is dan de risicomarge, wordt het verschil tussen de overgangsaftrek en de risicomarge over TPlife, TPlifeul en TPnon-life verdeeld naar rato van de bijdrage van elke component aan het totale bedrag van de overgangsaftrek.

Richtsnoer 9 – Interactie van de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen met de berekening van het minimumkapitaalvereiste

  • 1.18. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de overgangsmaatregel ten aanzien van technische voorzieningen toepassen, gebruiken bij de berekening van het lineaire minimumkapitaalvereiste voor de volumemaatstaven TP(nl,s), TP(life,1), TP(life,2), TP(life,3) en TP(life,4) als bedoeld in artikel 250, lid 1, en artikel 251, lid 1, van de Gedelegeerde Verordening, de technische voorzieningen vóór toepassing van de overgangsmaatregel minus de risicomarge of, indien groter, het bedrag van de overgangsaftrek.
  • 1.19. Wanneer het bedrag van de overgangsaftrek groter is dan de risicomarge, wordt het verschil tussen de overgangsaftrek en de risicomarge over TP(nl,s), TP(life,1), TP(life,2), TP(life,3) en TP(life,4) verdeeld naar rato van de bijdrage van elke component aan het totale bedrag van de overgangsaftrek.

Nalevings- en rapportageregels

  • 1.20. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven.
  • 1.21. Bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.
  • 1.22. Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor niet-naleving op.

1.23. Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.

Slotbepaling inzake herzieningen

1.24. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.