Richtsnoeren voor rapportage ten behoeve van financiële stabiliteit
Download PDFEIOPA-BoS-15/107 NL
Richtsnoeren voor rapportage ten behoeve van financiële stabiliteit
1. Inleiding
- 1.1. Eiopa brengt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de ‘Eiopa-verordening’) 1 deze richtsnoeren uit over de rapportage aan nationale toezichthoudende autoriteiten ten behoeve van financiële stabiliteit.
- 1.2. De richtsnoeren gelden voor individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen en deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings.
- 1.3. Eiopa brengt deze richtsnoeren uit teneinde een consistente en uniforme aanpak van het verzamelen van gegevens ten behoeve van financiële stabiliteit te waarborgen en om een leidraad te bieden aan nationale toezichthoudende autoriteiten voor de wijze waarop de gegevens waarom Eiopa overeenkomstig artikel 35 van de Eiopa-verordening verzoekt, moeten worden verzameld.
- 1.4. Eiopa heeft de in deze richtsnoeren beschreven gegevens nodig voor het uitvoeren van haar taken overeenkomstig de artikelen 8, 32 en 36 van de Eiopa-verordening. De verzamelde gegevens stellen Eiopa met name in staat om marktontwikkelingen te volgen en te beoordelen en om de andere Europese toezichthoudende autoriteiten, het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie te informeren over de relevante trends, potentiële risico’s en zwakke plekken op haar bevoegdheidsgebied. Daarnaast stellen zij Eiopa in staat om het ESRB regelmatig en tijdig de informatie te verstrekken die nodig is voor de vervulling van zijn taken.
- 1.5. 254 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna ‘richtlijn Solvabiliteit II’) 2 . De informatie die onder deze richtsnoeren valt en die wordt verzameld ten behoeve van financiële stabiliteit, wordt echter opgevraagd met krappere deadlines en/of met een hogere frequentie. De informatie wordt gebruikt voor macroprudentiële analyse.
- 1.6. Overeenkomstig artikel 35, leden 6 en 7, van de richtlijn Solvabiliteit II kunnen nationale toezichthoudende autoriteiten de driemaandelijkse rapportage aan de toezichthoudende autoriteit beperken en bepaalde ondernemingen vrijstellen van itemgewijze rapportageverplichtingen wanneer de indiening van die informatie te belastend zou zijn in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die inherent zijn aan de bedrijfsactiviteiten van de onderneming. Ondernemingen die zijn vrijgesteld van rapportageverplichtingen met een hogere frequentie dan eenmaal per jaar en/of zijn vrijgesteld van
1 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48)
2 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1)
itemgewijze rapportage op basis van artikel 35 van de richtlijn Solvabiliteit II, zouden ook moeten worden vrijgesteld van halfjaarlijkse, driemaandelijkse en/of itemgewijze rapportage als vastgelegd in Richtsnoer 2, punt 1.19. Er wordt evenwel op gewezen dat artikel 35 van de richtlijn Solvabiliteit II alleen vrijstelling toestaat voor ondernemingen die niet meer dan 20% van respectievelijk de levens- en de schadeverzekeringsmarkt en herverzekeringsmarkt van een lidstaat vertegenwoordigen. Bovendien eist het artikel dat nationale toezichthoudende autoriteiten voorrang geven aan de kleinste ondernemingen. Tot slot mag de vrijstelling niet de stabiliteit van de betrokken financiële systemen in de Unie ondermijnen.
-
1.7. Nationale toezichthoudende autoriteiten mogen, wanneer de rapportagevaluta een andere is dan EUR, maatregelen vaststellen die de gevolgen van wisselkoersschommelingen bij de toepassing van de criteria voor het identificeren van rapporterende entiteiten in de hand houden, zo lang deze geen materieel effect hebben op de drempels die zijn vastgelegd in de richtsnoeren 2, 4 en 5.
-
1.8. Het ‘best-effort’-principe dat is vastgelegd in Richtsnoer 7 en Richtsnoer 8 is bedoeld om verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen en deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings te helpen de mate van nauwkeurigheid te leveren die toereikend wordt geacht voor macroprudentiële doeleinden zonder dat ondernemingen een buitensporige hoeveelheid werk moeten verrichten om deze informatie te verstrekken, en om ondernemingen enige inhoudelijke rechtszekerheid te verschaffen.
-
1.9. Driemaandelijkse informatie over de solvabiliteitskapitaalpositie van ondernemingen wordt van cruciaal belang geacht ten behoeve van financiële stabiliteit. Erkend wordt echter dat een volledige berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste op driemaandelijkse basis een onnodige last kan zijn voor de betrokken instellingen. Het doel van deze richtsnoeren is dan ook om de ontwikkeling van het totale solvabiliteitskapitaalvereiste bij benadering aan te geven op basis van een herberekening van alleen de meer volatiele modules van het solvabiliteitskapitaalvereiste, in plaats van een volledige berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste te eisen. De methode wordt verder uitgewerkt in richtsnoer 9. Met name de marktrisicomodule kan een frequentere herberekening vereisen vanwege zijn meer volatiele inputparameters. Andere modules van het solvabiliteitskapitaalvereiste worden voldoende stabiel geacht om een extrapolatie van jaarcijfers te accepteren, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een herberekening vereisen overeenkomstig de richtlijn Solvabiliteit II.
-
1.10. De uiterste termijn voor het verstrekken van informatie die in deze richtsnoeren wordt beschreven, ligt twee weken na de individuele uiterste termijn voor driemaandelijkse rapportage op basis van artikel 35 van de richtlijn Solvabiliteit II zoals beschreven in Richtsnoer 16.
-
1.11. In deze richtsnoeren wordt verwezen naar de volgende bijlagen bij de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie:
- a) Bijlage IV: Activacategorieën
- b) Bijlage V: CIC-tabel
- c) Bijlage VI: Definities van de CIC-tabel
-
1.12. Deze richtsnoeren zijn gericht aan nationale toezichthoudende autoriteiten.
-
1.13. Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 1 januari 2016.
Afdeling I: Rapportage door individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en groepen aan nationale toezichthoudende autoriteiten ten behoeve van financiële stabiliteit
Richtsnoer 1 – Algemene bepalingen
- 1.14. Individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die op grond van deze richtsnoeren moeten rapporteren, rapporteren individuele gegevens.
- 1.15. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings die op grond van deze richtsnoeren moeten rapporteren, rapporteren geconsolideerde gegevens.
- 1.16. Individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die behoren tot een verzekerings- of herverzekeringsgroep die rapporteert op grond van deze richtsnoeren, hoeven niet individueel te rapporteren.
- 1.17. Als de individuele verzekerings- en herverzekeringsonderneming behoort tot een verzekerings- of herverzekeringsgroep en haar uiteindelijke moederonderneming een gemengde verzekeringsholding is, terwijl zij geen deel uitmaakt van een groep als gedefinieerd in artikel 213, lid 2, onder a), b) en c), van de richtlijn Solvabiliteit II, is punt 1.14 voor individuele rapportage van toepassing.
Richtsnoer 2 – Algemene criteria voor het identificeren van rapporterende entiteiten
-
1.18. De criteria voor het identificeren van rapporterende entiteiten luiden als volgt:
- a) verzekerings- of herverzekeringsgroepen met meer dan 12 miljard EUR aan totale activa of het gelijkwaardige bedrag in de nationale valuta op de Solvabiliteit II-balans;
- b) individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen met meer dan 12 miljard EUR aan totale activa of het gelijkwaardige bedrag in de nationale valuta op de Solvabiliteit II-balans en die geen deel uitmaken van een groep die rapporteert uit hoofde van de voorgaande alinea;
-
1.19. In gevallen waarin methode 2, als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 1, als gedefinieerd in artikel 230, wordt gebruikt voor de berekening van het
-
solvabiliteitskapitaalvereiste, beoordelen nationale toezichthoudende autoriteiten de drempel die is vastgelegd in punt 1.18, onder a), rekening houdend met de totale activa van de groep inclusief de Solvabiliteit II-balans en de activa van ondernemingen waarvoor methode 2 is gebruikt.
-
1.20. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen waaraan beperking van rapportages aan de toezichthouder is verleend op basis van artikel 35, lid 6 of 7 van Solvabiliteit II, hoeven niet te rapporteren conform Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen en conform Richtsnoer 14 en Richtsnoer 15 voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en verzekeringsondernemingen in derde landen.
Richtsnoer 3 – Valuta
- 1.21. Alle datapunten met het datatype ‘monetair’ worden gerapporteerd in de rapportagevaluta, als gedefinieerd in artikel 1 van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie, die de conversie van elke andere valuta naar de rapportagevaluta vereist.
- 1.22. Bij het uitdrukken van de waarde van een actief of passief dat in een andere valuta luidt dan de rapportagevaluta, wordt de waarde naar de rapportagevaluta geconverteerd tegen de slotkoers op de laatste dag waarop de desbetreffende koers beschikbaar is in de rapportageperiode waarop het actief of passief betrekking heeft.
- 1.23. Bij het uitdrukken van de waarde van andere inkomsten of uitgaven wordt de waarde naar de rapportagevaluta geconverteerd op dezelfde basis als in de boekhouding.
- 1.24. De conversie naar de rapportagevaluta wordt berekend door de wisselkoers van dezelfde bron toe te passen als die welke wordt gebruikt voor de jaarrekeningen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in het geval van individuele rapportage, of voor de geconsolideerde jaarrekeningen in het geval van groepsrapportage, tenzij anders vereist door de toezichthoudende autoriteit.
Richtsnoer 4 – Opneming in de steekproef op grond van de drempelwaarde voor bedrijfsgrootte
1.25. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die niet onder het toepassingsgebied van Richtsnoer 2 vielen, maar aan het einde van een boekjaar totale activa op de Solvabiliteit II-balans rapporteren van meer dan 13 miljard EUR of het gelijkwaardige bedrag in de nationale valuta, dienen met ingang van het derde kwartaal van het volgende boekjaar bij de nationale toezichthoudende autoriteit het pakket kwantitatieve
- informatie in dat is vastgesteld in Richtsnoer 10, Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen en in Richtsnoer 13, Richtsnoer 14 en Richtsnoer 15 voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen.
- 1.26. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die niet onder het toepassingsgebied van Richtsnoer 2 vielen, maar die aan het eind van twee opeenvolgende boekjaren totale activa op de Solvabiliteit II-balans rapporteren van tussen de 12 miljard EUR en 13 miljard EUR of het gelijkwaardige bedrag in de nationale valuta, dienen met ingang van het derde kwartaal van het jaar dat volgt op het tweede boekjaar, bij de nationale toezichthoudende autoriteit het pakket kwantitatieve informatie in dat is vastgesteld in Richtsnoer 10, Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 voor verzekeringsen herverzekeringsgroepen en in Richtsnoer 13, Richtsnoer 14 en Richtsnoer 15 voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen.
Richtsnoer 5 – Uitsluiting van de steekproef op grond van de drempelwaarde voor bedrijfsgrootte
- 1.27. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die onder het toepassingsgebied van Richtsnoer 2 vielen, maar die aan het eind van een boekjaar totale activa op de Solvabiliteit II-balans rapporteren van minder dan 11 miljard EUR of het gelijkwaardige bedrag in de nationale valuta, dienen met ingang van het eerste kwartaal van het volgende boekjaar bij de nationale toezichthoudende autoriteit niet langer het pakket kwantitatieve informatie in dat is vastgesteld in Richtsnoer 10, Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen en in Richtsnoer 13, Richtsnoer 14 en Richtsnoer 15 voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen.
- 1.28. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die onder het toepassingsgebied van Richtsnoer 2 vielen, maar die aan het eind van twee achtereenvolgende boekjaren totale activa op de Solvabiliteit II-balans rapporteren van tussen de 11 miljard EUR en 12 miljard EUR of het gelijkwaardige bedrag in de nationale valuta, dienen met ingang van het derde kwartaal van het jaar dat volgt op het tweede boekjaar, bij de nationale toezichthoudende autoriteit niet langer het pakket kwantitatieve informatie in dat is vastgesteld in Richtsnoer 10, Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen en in Richtsnoer 13, Richtsnoer 14
en Richtsnoer 15 voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen.
Richtsnoer 6 - Kennisgeving door nationale toezichthoudende autoriteiten aan Eiopa
1.29. Nationale toezichthoudende autoriteiten rapporteren jaarlijks binnen drie weken na ontvangst van de eindejaarsgegevens van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen en groepen uit hoofde van de periodieke rapportage overeenkomstig de richtlijn Solvabiliteit II aan Eiopa de juridische naam, de op de lokale markt gebruikte identificatiecode, die is toegekend door de bevoegde toezichthoudende autoriteit van de onderneming en, voor zover beschikbaar, de LEI-code (identificatiecode voor rechtspersonen) van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, groepen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die rapporteren overeenkomstig de drempel van EUR 12 miljard die wordt genoemd in Richtsnoer 2, punt 1.18, onder a) of b).
Richtsnoer 7 - Best effort: voorbereiding van gegevens
-
1.30. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings rapporteren de in Richtsnoer 10, Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 omschreven informatie op een best-effort-basis, waarbij de vereiste inspanning wordt afgewogen tegen de nauwkeurigheid van de verstrekte informatie, overeenkomstig de punten 1.37, 1.38 en 1.39 hierna.
-
1.31. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen rapporteren de in Richtsnoer 13, Richtsnoer 14 en Richtsnoer 15 omschreven informatie op een best-effort-basis, waarbij de vereiste inspanning wordt afgewogen tegen de nauwkeurigheid van de verstrekte informatie, overeenkomstig punt 1.38, 1.39 en 1.40 hierna.
-
1.32. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen waarborgen dat de gerapporteerde gegevens de beste beoordeling van de huidige financiële en operationele situatie van de entiteit weerspiegelen en zijn gebaseerd op de meest actuele informatie waarover zij beschikken, rekening houdend met het feit dat:
- a) de ingediende informatie mogelijk minder interne kwaliteitscontroles heeft ondergaan dan vereist voor regelmatige toezichtrapportage;
- b) rapporterende entiteiten op grond van het materialiteitsbeginsel dienen te waarborgen dat alle wezenlijke verrichtingen worden gerapporteerd;
- c) vereenvoudigingen die worden gebruikt bij het opstellen van gegevens voor rapportage overeenkomstig deze richtsnoeren, zoveel mogelijk consistent moeten worden toegepast, tenzij wijzigingen worden
-
doorgevoerd om discrepanties als beschreven in punt 1.40 te verminderen;
-
d) vereenvoudigingen die een materieel effect hebben op de gerapporteerde informatie, worden meegedeeld aan de relevante nationale toezichthoudende autoriteit.
-
1.33. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen doen hun best om ervoor te zorgen dat de gegevens, voor zover hun bekend, geen fouten bevatten of dat er geen gegevens ontbreken waardoor de instelling wezenlijk anders zou worden beoordeeld door de toezichthoudende autoriteit.
-
1.34. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen doen hun best om bedrijfsprocessen zodanig te verbeteren dat steeds terugkerende discrepanties tussen rapportages overeenkomstig deze richtsnoeren en periodieke toezichtrapportages op basis van de richtlijn Solvabiliteit II, op termijn afnemen.
Richtsnoer 8 - Best effort: Gebruik van gegevens door nationale toezichthoudende autoriteiten
1.35. Nationale toezichthoudende autoriteiten erkennen dat de informatie die wordt ingediend ten behoeve van financiële stabiliteit aan veranderingen onderhevig kan zijn en mogelijk niet identiek is aan periodieke toezichtrapportage overeenkomstig de richtlijn Solvabiliteit II. De relevante nationale toezichthoudende autoriteit kan echter informatie opvragen over de manier waarop de gerapporteerde gegevens zijn berekend en bijgewerkte gegevens opvragen als zij dat nodig acht.
Richtsnoer 9 – Driemaandelijkse informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste
-
1.36. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen waarborgen dat driemaandelijkse informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste het werkelijke niveau van het solvabiliteitskapitaalvereiste goed benadert. Het is overeenkomstig Richtsnoer 7 toegestaan om de kwartaalcijfers van het solvabiliteitskapitaalvereiste alleen te actualiseren met de meer volatiele elementen, terwijl voor andere elementen van het solvabiliteitskapitaalvereiste de jaarcijfers worden geëxtrapoleerd.
-
1.37. Aangezien de marktrisico-elementen naar verwachting het meest volatiel zijn, overwegen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of
-
gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen met name de marktrisicomodule, of de meer volatiele componenten daarvan, te herberekenen teneinde op een best-effort-basis te rapporteren over het totale solvabiliteitskapitaalvereiste.
-
1.38. Wanneer benaderingen en vereenvoudigingen worden toegepast, zorgen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen ervoor dat de gerapporteerde gegevens een zo goed mogelijke beoordeling van de actuele financiële situatie van de verslaggevende entiteit weerspiegelen overeenkomstig Richtsnoer 7.
-
1.39. In overeenstemming met de richtlijn Solvabiliteit II kan de nationale toezichthoudende autoriteit een volledige herberekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste eisen wanneer er aanwijzingen zijn dat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in aanzienlijke mate is gewijzigd sinds de datum waarop het solvabiliteitskapitaalvereiste voor het laatst volledig is herberekend en erover is gerapporteerd ten behoeve van prudentieel toezicht.
-
1.40. In gevallen waarin de gerapporteerde informatie erop zou wijzen dat niet wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste of het minimumkapitaalvereiste als gedefinieerd in de artikelen 138 en 139 van de richtlijn Solvabiliteit II, erkent de nationale toezichthoudende autoriteit dat, onverminderd haar verantwoordelijkheden en bijbehorende bevoegdheden, de informatie die wordt ingediend op grond van deze richtsnoeren, voorlopige gegevens kan bevatten die mogelijk herzien moeten worden overeenkomstig Richtsnoer 8.
-
1.41. In de gevallen die in het voorgaande punt zijn beschreven, kan de nationale toezichthoudende autoriteit, onverminderd haar verantwoordelijkheden en bijbehorende bevoegdheden, om bijgewerkte en bevestigde gegevens verzoeken.
Afdeling II: Kwantitatieve informatie
Richtsnoer 10 – Jaarlijkse kwantitatieve informatie voor een groep
-
1.42. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings die binnen het toepassingsgebied van Richtsnoer 1 en Richtsnoer 2 vallen, dienen jaarlijks de volgende informatie in bij de nationale toezichthoudende autoriteit:
- a) template S.01.01.12 van technische bijlage A, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, de inhoud van de verstrekte gegevens wordt gespecificeerd, volgens de instructies die worden gegeven in S.01.01 van technische bijlage B;
-
b) template S.01.02.04 van bijlage I van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, basisinformatie wordt verstrekt over de verzekeringsen herverzekeringsonderneming en de inhoud van het rapport in het algemeen volgens de instructies die worden gegeven in bijlage III van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie;
-
c) template S.14.01.10 van technische bijlage A, waarin specifieke informatie wordt verstrekt over de analyse van levensverzekeringsverplichtingen, waaronder levensverzekeringsovereenkomsten en lijfrentes die voortvloeien uit schadeverzekeringsovereenkomsten, naar homogene door de onderneming uitgegeven risicogroepen, slechts wanneer methode 1 als gedefinieerd in artikel 230 van de richtlijn Solvabiliteit II wordt toegepast, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 2 als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II, volgens de instructies die worden gegeven in S.14.01 van technische bijlage B;
-
d) template S.38.01.10 van technische bijlage A, waarin informatie wordt verstrekt over de duur van de technische voorzieningen, slechts wanneer methode 1 als gedefinieerd in artikel 230 van de richtlijn Solvabiliteit II wordt toegepast, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 2 als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II, volgens de instructies die worden gegeven in S.38.01 van technische bijlage B;
-
e) template S.40.01.10 van technische bijlage A, waarin informatie wordt verstrekt over de winst- of verliesdeling, slechts wanneer methode 1 als gedefinieerd in artikel 230 van de richtlijn Solvabiliteit II wordt toegepast, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 2 als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II, volgens de instructies die worden gegeven in S.40.01 van technische bijlage B.
Richtsnoer 11 – Halfjaarlijkse kwantitatieve informatie op groepsniveau
- 1.43. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings die binnen het toepassingsgebied van Richtsnoer 1 en Richtsnoer 2 vallen, dienen elk half jaar de volgende informatie in bij de nationale toezichthoudende autoriteit:
- a) template S.39.01.11 van technische bijlage A, waarin informatie wordt verstrekt over de winsten en verliezen, volgens de instructies die worden gegeven in S.39.01 van technische bijlage B.
Richtsnoer 12 – Driemaandelijkse kwantitatieve informatie op groepsniveau3
- 1.44. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings die binnen het toepassingsgebied van Richtsnoer 1 en Richtsnoer 2 vallen, dienen elke drie maanden de volgende informatie in bij de nationale toezichthoudende autoriteit:
- a) template S.01.01.13 van technische bijlage A, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, de inhoud van de verstrekte gegevens wordt gespecificeerd volgens de instructies die worden gegeven in S.01.01 van technische bijlage B;
- b) template S.01.02.04 van bijlage I van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, basisinformatie wordt verstrekt over de verzekeringsen herverzekeringsonderneming en de inhoud van het rapport in het algemeen volgens de instructies die worden gegeven in bijlage III van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie;
- c) template S.02.01.02 van bijlage I van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie, waarin informatie wordt verstrekt over de balans, slechts wanneer methode 1 als gedefinieerd in artikel 230 van de richtlijn Solvabiliteit II wordt toegepast, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 2 als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II volgens de instructies die worden gegeven in bijlage III van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie;
- d) template S.05.01.13 van technische bijlage A, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, informatie wordt verstrekt over premies, claims en uitgaven, waarbij de beginselen voor waardering en opname die worden gebruikt in de jaarrekeningen van de onderneming, worden toegepast, volgens de instructies die worden gegeven in S.05.01 van technische bijlage B, voor alle branches als gedefinieerd in bijlage I van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35;
- e) template S.06.02.04 van bijlage I van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, een itemgewijze lijst van activa wordt verstrekt volgens de instructies die worden gegeven in bijlage III van de
3 Bijlagen III, IV en V waarnaar in deze richtsnoer wordt verwezen, zijn technische bijlagen bij het ontwerp van de technische norm over de modellen (templates) voor het verstrekken van informatie aan de nationale bevoegde autoriteiten.
- technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie;
- f) template S.23.01.13 van technische bijlage A, waarin, ongeacht de methode die wordt gebruikt voor de berekening van de groepssolvabiliteit, basisinformatie over eigen vermogen, waaronder kernvermogen plus aanvullend vermogen, wordt verstrekt volgens de instructies die worden gegeven in S.23.01 van technische bijlage B;
- g) template S.25.04.13 van technische bijlage A, waarin basisinformatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt verstrekt, slechts wanneer methode 1 als gedefinieerd in artikel 230 van de richtlijn Solvabiliteit II wordt toegepast, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 2 als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II, volgens de instructies die worden gegeven in S.25.04 van technische bijlage B;
- h) template S.41.01.11 van technische bijlage A, waarin informatie over afkopen wordt verstrekt, slechts wanneer methode 1 als gedefinieerd in artikel 230 van de richtlijn Solvabiliteit II wordt toegepast, uitsluitend dan wel in combinatie met methode 2 als gedefinieerd in artikel 233 van de richtlijn Solvabiliteit II, volgens de instructies die worden gegeven in S.41.01 van technische bijlage B;
Richtsnoer 13 – Jaarlijkse kwantitatieve informatie op individueel niveau
-
1.45. Individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die binnen het toepassingsgebied van Richtsnoer 1 en Richtsnoer 2 vallen, dienen jaarlijks de volgende informatie in bij de toezichthoudende autoriteit:
- a) template S.01.01.10 van technische bijlage A, waarin de inhoud van de verstrekte gegevens wordt gespecificeerd volgens de instructies die worden gegeven in S.01.01 van technische bijlage B;
- b) template S.01.02.01 van bijlage I van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie of template S.01.02.07 van bijlage III van de richtsnoeren inzake het toezicht op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen, waarin basisinformatie wordt verstrekt over de verzekerings- en herverzekeringsonderneming of over de verzekeringsonderneming in derde landen en de inhoud van de rapportage in het algemeen volgens de instructies die worden gegeven in respectievelijk bijlage II van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie of bijlage IV van de richtsnoeren inzake het toezicht op bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen;
- c) template S.14.01.10 van technische bijlage A, waarin specifieke informatie wordt verstrekt over de analyse van levensverzekeringsverplichtingen, waaronder levensverzekeringsovereenkomsten en lijfrentes die voortvloeien uit schadeverzekeringsovereenkomsten, naar homogene door de
-
onderneming uitgegeven risicogroepen, volgens de instructies die worden gegeven in S.14.01 van technische bijlage B;
-
d) template S.38.01.10 van technische bijlage A, waarin informatie wordt verstrekt over de duur van de technische voorzieningen volgens de instructies die worden gegeven in S.38.01 van technische bijlage B;
-
e) template S.40.01.10 van technische bijlage A, waarin informatie wordt verstrekt over de winst- of verliesdeling volgens de instructies die worden vermeld in S.40.01 van technische bijlage B.
Richtsnoer 14 – Halfjaarlijkse kwantitatieve informatie op individueel niveau
- 1.46. Individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die binnen het toepassingsgebied van Richtsnoer 1 en Richtsnoer 2 vallen, dienen elk half jaar de volgende informatie in bij de nationale toezichthoudende autoriteit:
- a) template S.39.01.11 van technische bijlage A, waarin informatie wordt verstrekt over de winsten en verliezen volgens de instructies die worden gegeven in S.39.01 van technische bijlage B.
Richtsnoer 15 – Driemaandelijkse kwantitatieve informatie op individueel niveau4
- 1.47. Individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die binnen het toepassingsgebied van Richtsnoer 1 en Richtsnoer 2 vallen, dienen elke drie maanden de volgende informatie in bij de nationale toezichthoudende autoriteit:
- a) template S.01.01.11 van technische bijlage A, waarin de inhoud van de verstrekte gegevens wordt gespecificeerd volgens de instructies die worden gegeven in S.01.01 van technische bijlage B;
- b) template S.01.02.01 van bijlage I van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie, waarin basisinformatie wordt verstrekt over de verzekerings- en herverzekeringsonderneming en de inhoud van het rapport in het algemeen volgens de instructies die worden gegeven in bijlage II van de technische uitvoeringsnorm met betrekking tot het verstrekken van informatie;
- c) template S.25.04.11 van technische bijlage A, waarin basisinformatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt verstrekt volgens de instructies die worden gegeven in S.25.04 van technische bijlage B;
- d) template S.41.01.11 van technische bijlage A, waarin informatie over afkopen wordt verstrekt volgens de instructies die worden gegeven in S.41.01 van technische bijlage B.
13/16
4 Bijlage III waarnaar in deze richtsnoer wordt verwezen, is een technische bijlage bij het ontwerp van de technische norm over de modellen (templates) met betrekking tot het verstrekken van informatie aan de nationale bevoegde autoriteiten.
Afdeling III: Indieningstermijnen en andere bepalingen
Richtsnoer 16 – Indieningstermijnen
- 1.48. Na de drie jaar durende overgangsperiode na de tenuitvoerlegging van de richtlijn Solvabiliteit II dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen binnen zeven weken na het einde van de referentieperiode het pakket kwantitatieve informatie in dat wordt beschreven in Richtsnoer 10, Richtsnoer 11 en Richtsnoer 12 voor verzekeringsen herverzekeringsgroepen en in Richtsnoer 13, Richtsnoer 14 en Richtsnoer 15 voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen.
- 1.49. Tijdens de drie jaar durende overgangsperiode na de tenuitvoerlegging van de richtlijn Solvabiliteit II wordt de termijn die wordt vermeld in punt1.54, als volgt verlengd:
- a) met 3 weken (tot 10 weken) voor het driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks verstrekken van informatie met betrekking tot het jaar 2016;
- b) met 2 weken (tot 9 weken) voor het driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks verstrekken van informatie met betrekking tot het jaar 2017;
- c) met 1 week (tot 8 weken) voor het driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks verstrekken van informatie met betrekking tot het jaar 2018.
Richtsnoer 17 – Controles op aannemelijkheid van gegevens
1.50. Nationale toezichthoudende autoriteiten beoordelen de gegevens die zij ontvangen aan de hand van controles op de aannemelijkheid van gegevens overeenkomstig technische bijlage C.
Richtsnoer 18 – Drempelwaarde voor bedrijfsgrootte ten behoeve van rapportage in 2016
- 1.51. Nationale toezichthoudende autoriteiten gebruiken de totale activa uit de meest recente jaarlijkse informatie die hen ter beschikking staat vanuit de voorheen geldende solvabiliteitsregeling, voor het identificeren van ondernemingen die in het eerste kwartaal van 2016 moeten rapporteren overeenkomstig Richtsnoer 2, punt 1.18, onder a) en b).
- 1.52. In gevallen waarin informatie over totale activa als vastgesteld in punt 1.58 niet beschikbaar is of niet is ingediend als onderdeel van de wettelijk verplichte rapportage, nemen nationale toezichthoudende autoriteiten de geconsolideerde balans in groepsjaarrekeningen in aanmerking of gaan zij uit van een benadering van de totale activa, waarbij zij de som van de totale activa van alle verzekeraars of herverzekeraars die tot de groep behoren, als minimum beschouwen.
1.53. Nationale toezichthoudende autoriteiten stellen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, groepen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die verplicht zijn te rapporteren op grond van de drempelwaarde voor bedrijfsgrootte die is vastgesteld in Richtsnoer 2, punt 1.18 onder a) of b), en de overgangsbepaling in 1.58, binnen een redelijke termijn voor de eerste rapportagedatum van deze verplichting op de hoogte.
Richtsnoer 19 – Eerste rapportagedatum
1.54. Deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings en bijkantoren van verzekeringsondernemingen uit derde landen die zijn geïdentificeerd op grond van de richtsnoeren 2 en 18, beginnen, dienen hun eerste rapportages overeenkomstig deze richtsnoeren in over het eerste kwartaal van 2016.
Richtsnoer 20 – Rapportagemiddelen
1.55. Nationale toezichthoudende autoriteiten verzekeren zich ervan dat de kwantitatieve informatie waarnaar in afdeling II wordt verwezen, elektronisch wordt verstrekt.
Richtsnoer 21 – Formaten voor toezichtrapportage
- 1.56. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, deelnemende verzekeringsen herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings verstrekken de informatie in de gegevensuitwisselingsformaten en representaties die zijn vastgesteld door de nationale toezichthoudende autoriteiten of door de groepstoezichthouder en nemen daarbij de volgende specificaties in acht:
- a) datapunten van het datatype ‘monetair’ worden uitgedrukt in eenheden zonder decimalen, met uitzondering van die in template S.06.02, die worden uitgedrukt in eenheden met twee decimalen;
- b) datapunten van het datatype ‘percentage’ worden uitgedrukt in eenheden met vier decimalen;
- c) datapunten van het datatype ‘geheel getal’ worden uitgedrukt in eenheden zonder decimalen.
Richtsnoer 22 - PTV – Rapportageformaat
1.57. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen houden, wanneer zij gegevens rapporteren die deel uitmaken van de kwantitatieve rapportagetemplates, rekening met de modellering van datapunten zoals bekendgemaakt door Eiopa.
Nalevings- en rapportageregels
1.58. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening
- moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven.
- 1.59. Bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.
- 1.60. Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor niet-naleving op.
- 1.61. Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.
Slotbepaling inzake herzieningen
1.62. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.