Richtsnoeren voor de systematische uitwisseling van informatie binnen colleges
Download PDFEIOPA-BoS-15/112 NL
Richtsnoeren voor de systematische uitwisseling van informatie binnen colleges
1. Inleiding
- 1.1. Overeenkomstig artikel 16 en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (hierna ‘Eiopaverordening’)1 en met inachtneming van artikel 249 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna ‘Solvabiliteit II-richtlijn’)2 alsook van artikel 357 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie3 , heeft Eiopa richtsnoeren opgesteld over de systematische uitwisseling van informatie binnen de colleges van toezichthouders (hierna ‘colleges’). Deze richtsnoeren richten zich op de concrete behoeften van colleges aan regelmatige uitwisseling van informatie. Eiopa heeft deze behoeften vastgesteld in uitgebreide evaluaties van hun werkzaamheden aan de hand van actieplannen voor colleges, Eiopa’s collegerapporten en collegiale toetsingen. Op basis van deze elementen heeft Eiopa het benodigde convergentieniveau beoordeeld en vastgesteld welke gebieden en inhoud deze richtsnoeren moeten behandelen.
- 1.2. Deze richtsnoeren zijn erop gericht activiteiten van colleges op het gebied van de systematische uitwisseling van informatie te vergemakkelijken. In de richtsnoeren worden gemeenschappelijke praktijken op dit gebied uitgewerkt om te zorgen voor een consistente aanpak bij de besluitvorming over de vraag welke informatie regelmatig moet worden uitgewisseld binnen colleges. Deze richtsnoeren zijn er ook op gericht de gelijke uitgangspositie in de interne markt te bevorderen door middel van evenredigheid in de praktische toepassing ervan.
- 1.3. Deze richtsnoeren hebben, als aanvulling op de richtsnoeren voor de operationele werking van colleges, betrekking op een specifiek aspect van samenwerking op toezichtgebied binnen colleges.
- 1.4. Deze richtsnoeren zijn gericht aan toezichthoudende autoriteiten in de colleges van EER-groepen.
- 1.5. Termen die niet zijn gedefinieerd in deze richtsnoeren, hebben de betekenis die is vastgelegd in de rechtshandelingen waarnaar in de inleiding is verwezen.
- 1.6. De richtsnoeren treden in werking op 1 januari 2016.
1 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48)
2 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz.1)
3 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1)
Richtsnoer 1 – Beoordeling van de vraag welke informatie systematisch moet worden uitgewisseld
- 1.7. Bij de vaststelling of een deel van de systematisch uit te wisselen informatie overeenkomstig artikel 357 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 niet noodzakelijk is voor de activiteiten van het college, houden toezichthoudende autoriteiten in het college ten minste rekening met de volgende elementen:
- het belang van de informatie gezien de aard, de schaal en de complexiteit van de risico’s van de groep en individuele verbonden ondernemingen die deel uitmaken van de groep;
- het belang van de verbonden ondernemingen in de groep en hun materialiteit op de lokale markt;
- de specifieke behoeften van toezichthoudende autoriteiten wat betreft het toezichtsproces op zowel individueel als groepsniveau;
- de taken van de groepstoezichthouder betreffende het plannen en coördineren van de toezichtactiviteiten;
- het vermijden van dubbel werk en dubbele rapportage;
- beperkingen van toezichthoudende autoriteiten voor wat betreft een tijdige uitwisseling van aanvullende informatie;
- het bestaan en de relevantie van grensoverschrijdende intragroeptransacties die mogelijk tot besmettingsrisico in de groep kunnen leiden.
Richtsnoer 2 – Informatie die door de andere toezichthoudende autoriteiten aan de groepstoezichthouder wordt verstrekt
1.8. Wanneer in de coördinatieafspraken een besluit wordt genomen over de vraag welke informatie binnen colleges moet worden uitgewisseld overeenkomstig artikel 357, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, houden de groepstoezichthouder en de andere toezichthoudende autoriteiten binnen het college rekening met de informatie in technische bijlage 1 in het licht van de elementen die zijn opgenomen in richtsnoer 1.
Richtsnoer 3 – Informatie die de groepstoezichthouder verstrekt aan de andere toezichthoudende autoriteiten
1.9. Wanneer in de coördinatieafspraken een besluit wordt genomen over de vraag welke informatie binnen colleges moet worden uitgewisseld overeenkomstig artikel 357, lid 3, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, houden de groepstoezichthouder en de andere toezichthoudende autoriteiten binnen het college rekening met de informatie in technische bijlage 2 in het licht van de elementen die zijn opgenomen in richtsnoer 1.
Richtsnoer 4 – Uitwisseling van geselecteerde gegevens
1.10. De groepstoezichthouder en de andere toezichthoudende autoriteiten binnen het college komen een lijst geselecteerde, uit te wisselen gegevens overeen als onderdeel van de systematische uitwisseling van informatie. Wanneer in de coördinatieafspraken een besluit wordt genomen over de lijst geselecteerde gegevens, houden de groepstoezichthouder en de andere toezichthoudende autoriteiten rekening met de informatie in technische bijlage 3 in het licht van de elementen die zijn opgenomen in richtsnoer 1.
Nalevings- en rapportageregels
- 1.11. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven.
- 1.12. Bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.
- 1.13. Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor niet-naleving op.
- 1.14. Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.
Slotbepaling inzake herzieningen
1.15. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.