Home / Acts & Regulations / Local Regulations / Richtsnoeren inzake het vergemakkelijken van een doeltreffende dialoog tussen bevoegde autoriteiten die toezicht houden op verzekeringsondernemingen en de wettelijke auditor(s) en auditkantoren die de wettelijke controle van de financiële overzichten van deze ondernemingen uitvoeren

Richtsnoeren inzake het vergemakkelijken van een doeltreffende dialoog tussen bevoegde autoriteiten die toezicht houden op verzekeringsondernemingen en de wettelijke auditor(s) en auditkantoren die de wettelijke controle van de financiële overzichten van deze ondernemingen uitvoeren

Download PDF

wettelijke auditor(s) en auditkantoren die de wettelijke controle van de

Inleiding

1.1. Volgens artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang [1], geeft EIOPA, rekening houdend met bestaande praktijken, richtsnoeren af aan bevoegde autoriteiten die toezicht houden op verzekeringsondernemingen teneinde de instelling en instandhouding van een doeltreffende dialoog tussen bedoelde bevoegde autoriteiten en de wettelijke auditor(s) en auditkantoren die de wettelijke controle van de financiële overzichten van deze ondernemingen uitvoeren te vergemakkelijken. Om het toezicht op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en de bescherming van verzekeringnemers te verbeteren, verplicht Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (hierna de “Solvabiliteit II-richtlijn”) [2], en met name de artikelen 68 en 72, wettelijke auditors om onverwijld kennis te geven van alle feiten waarvan het aannemelijk is dat die een ernstige invloed hebben op de financiële positie of de administratieve organisatie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Naast de plicht om deze informatie over ernstige feiten en incidenten te melden, kunnen toezichthoudende taken evenwel worden ondersteund door een doeltreffende dialoog tussen toezichthouders en wettelijke auditors en auditkantoren.

1.2. EIOPA heeft, in nauwe samenwerking met de Europese Bankautoriteit (“EBA”), onderzoek verricht naar de huidige toezichtspraktijken in verband met de communicatie tussen bevoegde autoriteiten die toezicht houden op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de EU en de Europese Economische Ruimte (“EER”) en de wettelijke auditors en auditkantoren van die onder toezicht staande verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. De bij deze beoordeling betrokken toezichthouders hebben allemaal periodieke en specifieke contacten en gedachtewisselingen met wettelijke auditors. Deze interactie is echter in de meeste gevallen niet gebaseerd op formele regels of bepalingen. Om een relevante en doelmatige dialoog te vergemakkelijken – buiten het toepassingsgebied van de bevoegde autoriteiten om specifieke informatie op te vragen in overeenstemming met artikel 35, lid 2, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG en buiten het toepassingsgebied van de meldingsplicht van de auditor overeenkomstig artikel 72 van Richtlijn 2009/138/EG –, heeft EIOPA deze op beginselen gebaseerde richtsnoeren opgesteld om haar lid- organisaties te ondersteunen bij de ontwikkeling van een consistente, passende en evenredige toezichtsbenadering.

1.3. Deze richtsnoeren worden uitgebracht overeenkomstig artikel 16 van de EIOPA- verordening [3] .

1.4. Deze richtsnoeren zijn gericht tot bevoegde autoriteiten die toezicht houden op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

1.5. Termen die niet zijn gedefinieerd in deze richtsnoeren hebben de betekenis die is vastgelegd in de rechtshandelingen waarnaar in de inleiding is verwezen.

1.6. De richtsnoeren zijn van toepassing met ingang van 31 mei 2017.

1 PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77. 2 PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1. 3 PB L 331 van 15.12.2015, blz. 48-83. Richtsnoer 1 – De dialoog

1.7. Bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de dialoog met de wettelijke auditor(s) en auditkantoren die de wettelijke controle uitvoeren open en constructief is en voldoende flexibel om onverwachte ontwikkelingen te kunnen accommoderen.

1.8. Bevoegde autoriteiten bevorderen het wederzijdse inzicht in de rollen en verantwoordelijkheden van de bij de dialoog betrokken partijen in overeenstemming met de vereisten van vertrouwelijkheid en beroepsgeheim als uiteengezet in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 537/2014 en de artikelen 64 tot en met 71 van Richtlijn 2009/138/EG. In het bijzonder zorgen bevoegde autoriteiten ervoor dat alle in de dialoog uitgewisselde informatie vertrouwelijk blijft en geen inbreuk vormt op enige contractuele of wettelijke beperking inzake de openbaarmaking van informatie in overeenstemming met artikel 12, lid 3, van Verordening (EU) nr. 537/2014 of artikel 68 van Richtlijn 2009/138/EG.

1.9. Bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de onder toezicht staande verzekerings- of herverzekeringsonderneming de voornaamste bron van informatie blijft voor de doeleinden van het toezicht en de wettelijke controle en dat de in de dialoog vergaarde informatie daar geen vervanging voor vormt.

1.10. Omwille van een evenredige aanpak kiezen bevoegde autoriteiten wat de frequentie en diepte van de communicatie betreft voor een benadering naargelang van de risico’s. De diepte van de communicatie kan uiteenlopen van een regelmatige dialoog tot de bespreking van actuele, dreigende of dringende ontwikkelingen.

1.11. Bevoegde autoriteiten beoordelen regelmatig of de communicatie en de informatie-uitwisseling in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de dialoog als beschreven in deze richtsnoer en hun aanpak dienovereenkomstig aanpassen.

Richtsnoer 2 – Aard van de uit te wisselen informatie

1.12. De bevoegde autoriteiten nemen in overweging welke informatie voor de bij de uitwisseling betrokken partijen voor hun taken, relevantie en impact van belang zijn.

1.13. Bij het voorbereiden en voeren van de dialoog en in de communicatie met de wettelijke auditor(s) of auditkantoren richten bevoegde autoriteiten zich op actuele en nieuwe vraagstukken en informatie die specifiek zijn voor de onderneming en de sector. Dit kan het opstellen van een standaardlijst van in de dialoog te bespreken onderwerpen omvatten. Tegelijkertijd bevorderen bevoegde autoriteiten dat de wettelijke auditor(s) of auditkantoren actief bijdragen aan de selectie van relevante vraagstukken en te delen informatie.

1.14. Bevoegde autoriteiten beoordelen welke informatie van belang is voor het toezicht op de onderneming en kunnen dienovereenkomstig relevante informatie opvragen bij de wettelijke auditor(s) of auditkantoren. Deze informatie kan betrekking hebben, zonder daartoe beperkt te hoeven blijven, op de externe omgeving, de corporate governance en interne controles van de onderneming, de veronderstelling dat de bedrijfsuitoefening van de onderneming is gewaarborgd, de auditaanpak, de communicatie met de administratie, het management- of toezichtorgaan en het auditcomité van de onderneming, de waardering en geschiktheid van kapitaal, investeringen en andere relevante documenten. Bevoegde autoriteiten overwegen ook om informatie met betrekking tot de individuele onderneming uit te wisselen die afkomstig is uit recente beoordelingen of evaluaties, toezichtsverslagen of aan de onderneming opgelegde toezichtsmaatregelen, en om onderwerpen aan te snijden die van invloed zijn op de bedrijfsuitoefening van de onderneming of die verband houden met de sector, zoals regelgevings- of macro-economische ontwikkelingen. Indien de onderneming onderdeel is van een multinationale verzekeringsgroep dienen bevoegde autoriteiten, en in het bijzonder groepstoezichthouders, ook te overwegen relevante vraagstukken met betrekking tot groepsaudits aan de orde te stellen.

1.15. Bij het vaststellen van het tijdschema van de dialoog met auditors letten bevoegde autoriteiten op de vorm van de informatie die in de verschillende fasen van de wettelijke auditcyclus beschikbaar is.

Richtsnoer 3 – Vorm van de dialoog

1.16. Bevoegde autoriteiten dienen, in het licht van de individuele omstandigheden, de voor de dialoog meest passende en doeltreffende middelen en kanalen te overwegen en te kiezen.

1.17. Bevoegde autoriteiten kiezen voor een passende combinatie van middelen en kanalen voor de dialoog, die eenmalig of regelmatig kunnen worden gebruikt, te weten schriftelijke en mondelinge communicatie, waaronder telefoongesprekken en fysieke ontmoetingen. Bevoegde autoriteiten organiseren regelmatig fysieke vergaderingen ten behoeve van een open communicatie, met name bij het initiëren van de dialoog.

1.18. Bevoegde autoriteiten houden voor interne doeleinden een register van de communicatie bij om de opvolging van de communicatie te waarborgen.

Richtsnoer 4 – Vertegenwoordigers in de dialoog

1.19. Bevoegde autoriteiten nodigen personen uit die de bevoegde autoriteit en de wettelijke auditors of auditkantoren vertegenwoordigen en die verstand van zaken hebben, geïnformeerd zijn en door hun organisatie of kantoor gemachtigd zijn om voor de dialoog relevante informatie uit te wisselen.

1.20. Bevoegde autoriteiten denken na over het passende aantal deelnemers aan de dialoog, van beide partijen, en hun rol, rekening houdend met de te bespreken onderwerpen en de specifieke aard en omstandigheden van de onderneming of ondernemingen waarmee de dialoog wordt gevoerd.

1.21. Bevoegde autoriteiten wegen het aantal deelnemers af om een relevante, doeltreffende dialoog mogelijk te maken en daarbij de vertrouwelijkheid van wat besproken wordt te waarborgen. Bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de voornaamste deelnemers aan de dialoog een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit die als teamleider optreedt en de meest relevante auditpartners zijn. Bevoegde autoriteiten overwegen om, afhankelijk van het onderwerp, andere deelnemers van de bevoegde autoriteit en – op basis van communicatie met de wettelijke auditors of auditkantoren – van de wettelijke auditors of auditkantoren uit te nodigen, zoals IT-deskundigen, accountants, actuarissen en waarderingsdeskundigen.

1.22. Bevoegde autoriteiten beoordelen of het in specifieke omstandigheden, gezien de te bespreken onderwerpen en met het oog op een doeltreffende dialoog, nuttig zou zijn om, naast de in de punten 1.19 tot en met 1.21 bedoelde dialoog, trilaterale vergaderingen met vertegenwoordigers van de onderneming, en in het bijzonder haar auditcomité, te houden. Evenzo kan de bevoegde autoriteit, indien passend, bevoegde autoriteiten die belast zijn met het toezicht op financiële markten of met het publieke toezicht op auditors voor deelname uitnodigen. Daarbij gelden eveneens de in punt 1.8 van richtsnoer 1 beschreven vereisten inzake vertrouwelijkheid en beroepsgeheim.

Richtsnoer 5 – Frequentie en tijdschema van de dialoog

1.23. Bevoegde autoriteiten overwegen om de frequentie van de regelmatige dialoog zodanig vast te stellen dat deze doeltreffend is, rekening houdend met punt 1.10 van richtsnoer 1. Bevoegde autoriteiten houden rekening met de planningscyclus van toezichtinspecties en wettelijke controles om het meest geschikte tijdschema voor de dialoog vast te stellen, in samenspraak met de andere partij.

1.24. Bevoegde autoriteiten beoordelen of voor het bespreken van belangrijke kwesties die zich voordoen en dringend verduidelijking behoeven een specifieke dialoog nodig is.

1.25. Bevoegde autoriteiten beoordelen regelmatig of de gekozen frequentie en het vastgestelde tijdschema evenredig en passend zijn gezien de effecten op hun toezichthoudende taken of de wettelijke controle van de onderneming. Bevoegde autoriteiten overwegen, teneinde een evenredige aanpak te waarborgen, om in het geval van verzekeringsondernemingen die een hoog risico vertegenwoordigen en waarvan een faillissement naar verwachting grote gevolgen zal hebben, ten minste eenmaal per jaar vergaderingen met hen te beleggen.

Richtsnoer 6 – Collectieve dialoog met auditors of auditkantoren

1.26. Bevoegde autoriteiten overwegen, met het oog op een efficiëntere sectorale en nationale dialoog, een periodieke collectieve dialoog met wettelijke auditors op te zetten waarin, indien van belang, ten minste eenmaal per jaar van gedachten kan worden gewisseld over huidige en opkomende ontwikkelingen. Op dezelfde wijze als bedoeld in de bepaling in punt 1.22 van richtsnoer 4, kunnen bevoegde autoriteiten overwegen om ook bevoegde autoriteiten die belast zijn met het toezicht op financiële markten of met het publieke toezicht op auditors uit te nodigen.

1.27. Bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat er in deze vergaderingen geen ondernemingsspecifieke informatie wordt gedeeld en dat dezelfde vereisten gelden inzake vertrouwelijkheid en beroepsgeheim als in de individuele dialoog, zoals uiteengezet in punt 1.8 van richtsnoer 1. Nalevings, en rapportageregels

1.28. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht uit hoofde van artikel 16 van de Eiopa-verordening. Ingevolge artikel 16, lid 3, van de Eiopa-verordening moeten bevoegde autoriteiten en financiële instellingen zich tot het uiterste inspannen om de richtsnoeren en aanbevelingen na te leven.

1.29. Bevoegde autoriteiten die voldoen of van plan zijn te voldoen aan deze richtsnoeren, dienen deze op een passende manier op te nemen in hun wetgevende of toezichthoudende kader.

1.30. Bevoegde autoriteiten bevestigen Eiopa binnen twee maanden na publicatie van de vertaalde versies of zij aan deze richtsnoeren voldoen of voornemens zijn hieraan te voldoen, of geven anders redenen voor niet-naleving op.

1.31. Indien op deze uiterste datum geen antwoord is ontvangen, zullen de bevoegde autoriteiten worden beschouwd als autoriteiten die niet voldoen aan de rapportageverplichtingen, en als zodanig worden geregistreerd.

Slotbepaling inzake herzieningen

1.32. Deze richtsnoeren kunnen door Eiopa worden herzien.